Geef een zoekterm in en druk op “enter”.

Wie bezit welke intellectuele eigendomsrechten na het einde van de arbeidsrelatie?

  • Arbeidsrecht en Sociale-Zekerheidsrecht

In ons laatste ontbijtseminarie met als onderwerp “oneerlijke concurrentie” werd kort het belang aangehaald van duidelijke clausules in arbeidsovereenkomsten omtrent de intellectuele eigendomsrechten die werden verworven tijdens de duur van de arbeidsrelatie tussen werknemer en werkgever.

Bij een geval van afwerving bijvoorbeeld, kan de ex-werknemer claimen eigenaar te zijn van onder meer een octrooirecht, merkenrecht en/of auteursrechten die ontstonden door het werk dat hij leverde bij zijn ex-werkgever? Wie kan beschikken over de morele- en vermogensrechten?

Een belangrijk onderscheid moet gemaakt worden tussen de verschillende intellectuele eigendomsrechten, aangezien er vaak een verschillende wettelijke regeling bestaat.

I. Auteursrechten

Voor auteurswerken die tot stand worden gebracht ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut geldt het principe dat de vermogensrechten slechts worden overgedragen aan de werkgever wanneer uitdrukkelijk in die overdracht is voorzien en enkel voor zover de creatie van het werk binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt.

Het is als werkgever bijgevolg aangewezen om een clausule in de arbeidsovereenkomst op te nemen waar expliciet de overdracht van de voortgebrachte auteursrechten wordt bepaald.

Hetzelfde principe is bovendien van toepassing voor wat betreft de naburige rechten van uitvoerende kunstenaars, zoals bijvoorbeeld acteurs, toneelspelers, muzikanten en zangers.

II. Computerprogramma’s en databanken

Voor computerprogramma’s die zijn gemaakt door een of meer werknemers of beambten bij de uitoefening van hun taken of in opdracht van hun werkgever geldt het tegengestelde.

De werkgever wordt geacht verkrijger te zijn van de vermogensrechten met betrekking tot die computerprogramma’s, tenzij bij overeenkomst of statuten anders is bepaald.

Ook voor databanken die auteursrechtelijk beschermd zijn speelt er een wettelijk vermoeden van overdracht. Voor databanken is dat vermoeden echter beperkt tot databanken die gecreëerd worden in de niet-culturele sector.

III. Uitvindingen

Voor uitvindingen die beschermd worden door een octrooi bestaat er in België een wettelijke lacune, waardoor het principe van de contractvrijheid primeert en het bijgevolg wederom van belang is om een duidelijke clausule op papier te zetten.

Bij gebrek aan overeenkomst wordt er hoofdzakelijk gekeken naar het verband van de uitvinding met de taken die de werknemer uitvoert of met de activiteiten van het bedrijf.

Indien de creatie een rechtstreeks gevolg is van de uitvoering door de werknemer van zijn normale activiteiten of onderzoekstaken, komen de vermogensrechten doorgaans toe aan de werkgever. Uitvindingen die de werknemer met eigen middelen en tijdens zijn vrije tijd realiseert blijven vanzelfsprekend eigendom van die werknemer.

Voor alle gevallen die zich tussen die twee uitersten bevinden, en er een medewerking of bijdrage is vanwege de werkgever, is er geen eenduidige rechtspraak. Een goed onderbouwde argumentatie zal cruciaal zijn bij de beoordeling van de concrete feiten door een rechter.

Bij het opstellen van overeenkomsten of in geval van geschil omtrent de eigendom van intellectuele eigendomsrechten kan u zich best zo snel mogelijk laten adviseren door een advocaat.

 

Michiel BEUTELS

© 2021 Gevaco advocaten – advocatenkantoor te Beringen

PrivacybeleidCookiebeleid