Is een contract een geheel of is een contract deelbaar?

Als we een contract tekenen verklaren we ons akkoord met het geheel van dat contract. Onder de voorwaarden die in het geschreven contract zijn opgenomen willen we de overeenkomst aangaan. Maar wat als één van die voorwaarden niet wettelijk blijkt te zijn? Wat als één van de clausules volgens de wet nietig is? Is dan het hele contract nietig of kan het contract opgedeeld worden en is alleen die clausule nietig?

Een deelbaarheidsbeding

Deze onzekerheid werd tot nu toe meestal opgelost door in een contract een deelbaarheidsbeding te voorzien. Zo een deelbaarheidsbeding stelt dat indien één of meerdere bepalingen van de overeenkomst nietig zijn of niet kunnen uitgevoerd worden niet de hele overeenkomst nietig is, en de andere bepalingen blijven gelden.

In de meeste gevallen werd in een deelbaarheidsbeding ook voorzien dat partijen in dat geval opnieuw moeten onderhandelen om de mogelijke leemte die ontstaat op te vullen.

Een rechter is gebonden door het deelbaarheidsbeding en kan zo niet de hele overeenkomst nietig verklaren indien er één of zelfs meerdere nietige bepalingen staan in het contract.

Het speciale geval van een niet-concurrentiebeding

Niet-concurrentiebeding?

Een niet-concurrentiebeding legt aan een partij bij de overeenkomst een verbod op om gedurende een bepaalde periode nadat de overeenkomst is beëindigd concurrentie te voeren.

Om geldig te zijn moet een niet-concurrentie beding voldoende beperkt zijn in de tijd, beperkt in de ruimte en beperkt tot de effectieve activiteit waarover het contract gaat. Een concurrentieverbod mag niet betekenen dat iemand zijn mogelijkheid om te werken verliest.

Vóór 2015

Vóór 2015 betekende dit dat wanneer er in een niet-concurrentiebeding geen redelijke tijdsbeperking stond, of geen beperking in ruimte of activiteit, dat een rechter die dit vaststelde het beding nietig moest verklaren.

Een deelbaarheidsbeding zorgde er voor dat niet het volledig contract nietig was, maar het niet-concurrentiebeding was wel nietig en kon dus niet meer toegepast worden.

Na 2015

Met haar arresten van 23 januari 2015 en 25 juni 2015 oordeelde het Hof van Cassatie dat een niet-concurrentiebeding in bepaalde gevallen toch als gedeeltelijk geldig kan worden weerhouden.

Hoe kwam dit?

In de overeenkomsten was er een deelbaarheidsbeding opgenomen dat ongeveer luidde als volgt:

“bepalingen die door de nietigheid aangetast of ongeldig zouden zijn, blijven bindend voor het gedeelte ervan dat wettelijk toegelaten is”

In één geval ging het om een niet-concurrentiebeding met een duur van 17 jaar. Dit was volgens het Hof van Beroep te lang en het Hof verklaarde het beding nietig.

het Hof van Cassatie oordeelde dat het Hof van Beroep het beding niet volledig nietig had mogen verklaren en had rekening moeten houden met de wil van partijen en de mogelijkheid om de nietigheid van het niet-concurrentiebeding te beperken tot de duur die te lang was. Met andere woorden het Hof had het niet-concurrentiebeding moeten toepassen voor een duur die volgens het Hof een geldige duur zou zijn geweest. Dit omdat volgens het deelbaarheidsbeding het niet-concurrentiebeding bindend blijft voor het gedeelte dat wettelijk is toegelaten.

Het deelbaarheidsbeding kreeg meer nut

Het deelbaarheidsbeding werd dus nuttiger omdat het er voor kon zorgen dat niet alleen een overeenkomst niet volledig nietig werd verklaard als er een nietig beding instond maar ook dat een beding dat niet geldig was toch geldig kon laten blijven voor het deel dat wettelijk wel toegelaten was.

Een rechter dient een in principe nietig beding dan niet meer nietig te verklaren maar kan het herleiden tot wat wettelijk wel geldig is.

Het nieuwe Burgerlijk Wetboek

De wetgever is al een tijdje aan het werken aan een gemoderniseerd Burgerlijk Wetboek en heeft voor vele bepalingen inspiratie gehaald bij de bestaande rechtspraak.

Voor de gedeeltelijke nietigheid zal in het nieuw Burgerlijk Wetboek een specifieke bepaling worden ingelast.

In het wetsvoorstel tot invoeging van boek 5 “Verbintenissen” in het nieuw Burgerlijk Wetboek dat werd ingediend op 3 april 2019 is een artikel 5.66 opgenomen:

“Art. 5.66. Gedeeltelijke nietigheid

" Wanneer de nietigheidsgrond slechts een gedeelte van het contract betreft, beperkt de nietigverklaring zich tot dat gedeelte, voor zover het contract deelbaar is, rekening houdend met de bedoeling van de partijen evenals met het doel van de geschonden regel. Eenmaal nietig verklaard, laat het door de wet voor niet-geschreven gehouden beding de rest van het contract voortbestaan.”

Als dit artikel zo gestemd wordt dan blijft de nietigverklaring beperkt tot bepaalde bedingen van het contract zonder dat hiervoor een deelbaarheidsbeding nodig is.

In combinatie met artikel 5.17 kan de nietigheid zelfs beperkt blijven tot bepaalde delen van een beding en dus zo tot matiging van bedingen leiden. Volgens artikel 5.17 is het recht voor de contractuele verbintenissen niet alleen van toepassing op de contracten zelf maar ook op de individuele bedingen.

Dit betekent dat wanneer de artikel 5.66 en 5.17 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek worden gestemd zoals ze nu zijn een deelbaarheidsbeding in de toekomst niet meer nodig zal zijn.

Dit is echter nog niet van toepassing dus voorlopig raden we u aan om in elke overeenkomst een deelbaarheidsbeding te voorzien dat deze gedeeltelijke nietigheid van bedingen voorziet.

Christoph Bielen

Advocaat