Het belang van het gebruik van algemene voorwaarden en het nieuwe verbintenissenrecht

Het nut van het gebruik van algemene voorwaarden in het handelsverkeer kan nauwelijks overschat worden.

In geval van conflict met een contractspartij wordt er in eerste instantie gekeken naar de inhoud van het contractuele veld tussen de partijen, om vervolgens de respectievelijke positie van de partijen met hun rechten en verplichtingen te bepalen. Welke bindende afspraken hebben de partijen gemaakt?

Welnu, dat contractuele veld wordt in de praktijk vaak gevormd door de algemene voorwaarden.

De tegenstelbaarheid van algemene voorwaarden

Een eerste belangrijke vraag die moet gesteld worden is wanneer een partij gebonden is door de algemene voorwaarden van een contractspartij.

Er wordt algemeen aangenomen dat algemene voorwaarden slechts deel uitmaken van het contractuele veld tussen partijen, en dat er dus met andere woorden slechts wilsovereenstemming over is, mits aan de volgende drie voorwaarden zijn voldaan:

de contractspartij moet redelijkerwijze kennis gehad hebben of minstens de mogelijkheid hebben gehad om kennis te nemen van de algemene voorwaarden (men kan niet aanvaarden wat men niet kent);

die mogelijkheid moet zich in beginsel voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst hebben voorgedaan;

de algemene voorwaarden moeten uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn aanvaard door de contractspartij.

De concrete invulling van bovenvermelde voorwaarden, en het al dan niet voldaan zijn van die voorwaarden, is afhankelijk van verschillende factoren.

Een belangrijk element is de hoedanigheid van de contractspartijen. In een B2B relatie (lees: een overeenkomst tussen ondernemingen, in tegenstelling tot een B2C verhouding met een consument) worden de voorwaarden soepeler ingevuld en is men sneller geneigd om te oordelen dat aan de voorwaarden voor de tegenstelbaarheid van algemene voorwaarden is voldaan.

Zo wordt een onderneming bijvoorbeeld geacht de algemene voorwaarden van een contractspartij te hebben aanvaard bij gebrek aan protest na de ontvangst ervan en kunnen algemene voorwaarden in bepaalde gevallen ook tegenstelbaar zijn indien ze slechts na de totstandkoming van de overeenkomst ter kennis worden gebracht aan de contractspartij. Bij ondernemingen wordt er immers de nadruk gelegd op hun protestverplichting, voornamelijk bij de ontvangst van facturen (met eventuele “factuurvoorwaarden” of algemene voorwaarden).

Meer informatie omtrent dit onderwerp kunt u terugvinden in de bijdrage van Mr. Lemmens in onze nieuwsbrief nr. 42 (https://tinyurl.com/y3tcg2jx).

De “battle of forms”

Verder verwijzen ondernemingen in de praktijk steeds naar de eigen algemene voorwaarden, eventueel met uitsluiting van de toepassing van de algemene voorwaarden van de contractspartij. In de offerte wordt er verwezen naar de algemene voorwaarden van onderneming X, terwijl onderneming Y een order plaatst met verwijzing naar de eigen algemene voorwaarden.

Welke voorwaarden zijn in voorkomend geval dan relevant en bindend tussen partijen?

Die discussie valt onder noemer van de “battle of forms”.

Hoewel er in de oude (weinig samenhangende) rechtspraak een viertal uitkomsten mogelijk waren, afhankelijk van de concrete elementen van het geval, heeft de wetgever in het nieuwe voorontwerp van wet van 30 maart 2018 tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van Boek 5 “Verbintenissen” in dat Wetboek een duidelijke lijn getrokken.

In het derde lid van artikel 5.27 van dat voorontwerp van wet staat de volgende bepaling:

“Verwijzen aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden, dan komt het contract niettemin tot stand. Beide algemene voorwaarden maken deel uit van het contract, met uitzondering van de onverenigbare bedingen.”

Er wordt bijgevolg voorkeur gegeven aan de zogenaamde “knock-out regel”, die inhoudt dat beide algemene voorwaarden van toepassing zijn met uitzondering van de bedingen die tegenstrijdig zijn.

Daarnaast is het laatste lid van hetzelfde artikel minstens even relevant:

“In afwijking van het vorige lid komt het contract niet tot stand indien een partij vooraf uitdrukkelijk, en niet door middel van algemene voorwaarden, aangeeft dat zij niet wil gebonden zijn door een dergelijk contract.”

Een clausule in de eigen algemene voorwaarden waarin de toepassing van de algemene voorwaarden van een contractspartij wordt uitgesloten zal dus niet (meer) als rechtsgeldig worden aanvaard.

Men dient steeds concreet en expliciet aan te geven dat men niet gebonden wil zijn door de algemene voorwaarden van de contractspartij.

M.a.w. moet nà de inwerkingtreding van de nieuwe wet de clausule die de toepassing van de algemene voorwaarden van de wederpartij wil uitsluiten opgenomen worden in de hoofdovereenkomst en niet langer in de “algemene voorwaarden”.

Uit het voorgaande blijkt nogmaals het belang van het gebruik van sluitende algemene voorwaarden enerzijds en het expliciete protest van de onaanvaardbare algemene voorwaarden van de contractspartij, of minstens van de clausules in die algemene voorwaarden die onaanvaardbaar zijn, anderzijds.

 

Michiel Beutels

Advocaat