enkele wijzigingen bij de sociale verkiezingen 2020

Op 13 maart 2019 heeft de commissie van de kamer het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, van de wet van 20 september 1948 houdende de organisatie van het bedrijfsleven en van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk aangenomen.

Dit wetsvoorstel heeft tot doel een aantal wijzigingen aan te brengen in de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen.

De volgende wijzigingen zijn zeer belangrijk:

  1. de wijziging van de referteperiode voor de berekening van de drempel van de tewerkgestelde werknemers;
  2. het toekennen van stemrecht aan uitzendkrachten in de inlenende onderneming;
  3. Bijkomende mogelijkheden bij het gebruik van de webapplicatie van de FOD WASO en digitalisering;

Op deze wijzigingen zal dit artikel verder ingaan.

1. Wijziging referentieperiode

Bij de berekening van deze drempels moest bij de sociale verkiezingen van 2016 rekening worden gehouden met het gemiddelde personeelsbestand van het kalenderjaar dat de sociale verkiezingen voorafging. Met andere woorden moest er rekening worden gehouden met de periode tussen 1 januari 2015 en 31 december 2015. Voor 2020 zou bijgevolg rekening moeten worden gehouden met het gemiddelde personeelsbestand in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019.

Het nadeel van deze berekeningswijze is dat de telling nog niet definitief is bij aanvang van de procedure, met name op X- 60 (tussen 13 december 2019 en 26 december 2019).

Om dit te vermijden werd voorgesteld om de wet te wijzigen in die zin dat de referentieperiode voor de berekening van de gemiddelde tewerkstelling wordt vervroegd met één kwartaal. De referentieperiode loopt dan van 1 oktober 2018 tot 30 september 2019.

Op die manier worden situaties vermeden waarin een werkgever die begin december een procedure voor sociale verkiezingen opstart, bij het einde van de referentieperiode (voordien 31 december) dient vast te stellen dat hij de drempel niet haalt of vice versa.

Voor de berekening van de gemiddelde tewerkstelling moet rekening worden gehouden met alle werknemers die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst met de werkgever. In principe zijn uitzendkrachten dus niet meegeteld met uitzondering voor wat betreft hun tewerkstelling in het laatste kwartaal van de referentieperiode.

In 2020 zou deze periode bijgevolg vallen tussen 1 juli 2019 en 30 september 2019. Omdat in de zomermaanden er doorgaans minder beroep wordt gedaan op uitzendkrachten, werd voorgesteld om voor de uitzendkrachten te kijken naar het voorlaatste kwartaal van de referteperiode, met name de periode tussen 1 april en 30 juni 2019.

Op 13 maart 2019 zijn deze voorstellen aangenomen en op 30 april 2019 werd de wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Voor ondernemingen is het bijgevolg belangrijk om vanaf april 2019 rekening te houden met de uitzendkrachten.

Wijziging referentieperiode

2. Het toekennen van stemrecht aan uitzendkrachten in de inlenende onderneming

Tot voordien waren de uitzendkrachten uitgesloten van het democratisch proces van de sociale verkiezingen. Uitzendkrachten hadden geen stemrecht in de onderneming waar zij soms al maanden of jaren aan het werk waren, wat kan zorgen voor een verschil in behandeling.

De uitzendkrachten kunnen hun stemrecht wel uitoefenen in het uitzendbedrijf maar dat heeft, volgens de toelichting bij het wetsvoorstel, weinig zin. Hun loon en arbeidsvoorwaarden hangen immers af van de gebruiker en niet van het uitzendbedrijf. Het is de ondernemingsraad van de gebruiker die het arbeidsreglement, de uurroosters en de verlofregeling voor uitzendkrachten bepaalt. Zo is ook het comité van de gebruiker bevoegd voor alles in verband met veiligheid en gezondheid op het werk. Het is bijgevolg nuttiger dat de uitzendkrachten deelnemen aan de verkiezingen in de onderneming waar zij werken.

De wet voegt een artikel toe dat ertoe strekt alle uitzendkrachten die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen stemrecht te verlenen:

In een referteperiode sedert ten minste 3 maanden ononderbroken of, in geval van onderbroken tewerkstellingsperiodes, in totaal minstens gedurende 62 arbeidsdagen tewerk zijn gesteld in de juridische entiteit van de gebruiker of in de technische bedrijfseenheid van de gebruiker gevormd door meerdere juridische entiteiten. De bedoelde referteperiode gaat in zes kalendermaanden voor de kalendermaand waarin dag X plaatsvindt, en loopt tot de datum van de verkiezingen.

In een referteperiode minstens gedurende 26 arbeidsdagen tewerkgesteld zijn in de juridische entiteit van de gebruiker of in de technische bedrijfseenheid gevormd door meerdere juridische entiteiten. De referteperiode begint op dag X en eindigt op de dertiende dag die de verkiezingen voorafgaat.

3. Bijkomende mogelijkheden bij het gebruik van de webapplicatie van de FOD WASO en de digitalisering.

Teneinde het gebruiksgemak voor alle actoren bij de sociale verkiezingen nog meer te digitaliseren en te moderniseren, heeft de administratie nieuwe manieren ontwikkeld om zowel de werkgevers als de representatieve werknemersorganisaties en kaderledenorganisaties te laten communiceren met elkaar en met de FOD WASO. De uitbreiding van het gebruik van de webapplicatie van de FOD WASO gaat bovendien nog verder door de optie van elektronische aanplakking van de verkiezingsberichten te voorzien.

Naast de reeds bestaande mogelijkheid tot upload van verplichte of facultatieve informatie op de webapplicatie zal het in 2020 ook mogelijk zijn op bepaalde informatie rechtstreeks digitaal in te geven in de webapplicatie zonder dat een upload van een vooraf ingevuld document nog nodig is. Om dit wettelijk te verankeren werd de term “upload” in verschillende artikelen geherformuleerd in de zin van “op elektronische wijze via”.

Verder wordt voortaan ook in de wet voorzien dat de betrokken organisaties de getuigenlijst op elektronische weg kunnen overmaken via de webapplicatie van de FOD WASO.

Tenslotte is er eindelijk een belangrijke vooruitgang op de manier waarop gestemd wordt. Voortaan kan beslist worden dat de kiezers worden toegelaten om hun elektronische stemming vanaf hun gebruikelijke werkpost uit te brengen (het zgn. e-voting). De elektronische stemming gebeurt dan via een drager die aangesloten is op het beveiligde netwerk van de onderneming. Hiervoor is wel een voorafgaand akkoord nodig van de ondernemingsraad, het comité of – bij afwezigheid van deze overlegorganen – de vakbondsafvaardiging. In dat akkoord worden afspraken gemaakt waardoor het geheim van de stemming zal gegarandeerd worden en beïnvloeding wordt vermeden.

Bijkomende mogelijkheden bij het gebruik van de webapplicatie van de FOD WASO en de digitalisering

4. Wat te onthouden?

De volgende periodes zijn belangrijk voor de werkgever bij de berekening van de gemiddelde tewerkstelling:

1 oktober 2018 t.e.m. 30 september 2019, voor eigen personeel;

1 april 2019 t.e.m. 30 juni 2019, voor uitzendkrachten.

De uitzendkrachten die vanaf augustus 2019 worden tewerkgesteld in de onderneming, kunnen stemrecht verkrijgen.

E-voting is mogelijk mist voorafgaand akkoord.

Tine Vandeurzen

Advocaat