De modernisering van het bewijsrecht

Op 4 april 2019 heeft het Parlement unaniem het wetsontwerp goedgekeurd dat het burgerlijk bewijsrecht grondig hervormt.

Het wetsontwerp houdende de invoeging van Boek 8 ‘bewijs’ in het nieuwe Burgerlijk Wetboek werd ingediend door de regering in de kamer op 31 oktober 2018 en werd zeer recent dus goedgekeurd.

Het huidige burgerlijk bewijsrecht dat reeds dateert van 1804 is anno 2018 niet meer aangepast aan de veranderde samenleving met tal van technologische ontwikkelingen zoals onder meer mail of sms.

Deze hervorming van het bewijsrecht kadert in een grondige hervorming van het burgerlijk recht.

Van elektronische communicatievormen of nieuwe gezinsvormen was in 1804 nog geen sprake. Thans wordt online kopen en verkopen steeds populairder en worden er vaak transacties gedaan via smartphone of mail terwijl de huidige regeling  daar geen rekening mee houdt.

Het nieuwe boek 8 van het Burgerlijk Wetboek beoogt aan deze tekorten te remediëren en het burgerlijk bewijsrecht de 21e eeuw binnen te loodsen. De nieuwe regeling beoogt duidelijkheid en toegankelijkheid te brengen en beter aan te sluiten bij de moderne samenleving.

 

Het nieuwe bewijsrecht heeft tot doel :

Het geldende recht te codificeren en bevattelijker te maken

 

Het wettelijk bewijsstelsel te bevestigen en er bepaalde versoepelingen op aan te brengen

 

Het geldende recht te verduidelijken door een aantal definities uit te werken waarvan sommige thans nog geen uitdrukkelijke weerslag hebben gekregen in het geldende recht

 

 

De regels over het voorontwerp van het bewijs en de vereiste bewijsstandaard te bevestigen

 

In deze bijdrage zullen de belangrijkste wijzigingen toegelicht worden.

In de eerste plaats zal het bewijs door middel van een geschrift nog slechts vereist zijn voor rechtshandelingen boven de 3.500 euro.

In de huidige regeling vereist het recht een schriftelijk bewijs voor alles wat een bedrag van 375 euro overschrijdt hetgeen niet altijd handig is in de hedendaagse samenleving waar men al snel boven dat bedrag zit.

In de nieuwe regeling wordt deze grens aanzienlijk verhoogd tot 3.500 euro hetgeen impliceert dat beneden het bedrag van 3.500 euro ook een sms of e-mail of andere digitale bewijselementen kunnen volstaan als bewijsmiddel.

Stel: je koopt of verkoopt een elektrische fiets op het internet voor 1.000 euro. Dan volstaat binnenkort een sms of mail als bewijs van je aankoop/verkoop zonder de noodzaak van een geschrift.

Minder rompslomp is dus vereist voor kleinere aankopen die vaak al via de digitale weg of met een smartphone gebeuren. Deze hervorming biedt ook meer zekerheid voor duizenden transacties die dagelijks gebeuren tot een bedrag van 3.500 euro.

Inzake het bewijs door en tegen ondernemingen geldt deze drempel niet aangezien daar het bewijs boven de 3.500 euro vrij geleverd kan worden zonder nood aan een geschrift.

Een tweede belangrijke wijziging binnen de hervorming van het bewijsrecht is dat de rechter de bewijslast zal kunnen omdraaien.

Het algemene principe dat de eisende partij de bewijslast draagt van hetgeen hij aanvoert, blijft bestaan maar wordt wel genuanceerd.

In de nieuwe regeling kan de rechter ingeval van buitengewone omstandigheden de bewijslast herverdelen wanneer de toepassing van de gewone regels kennelijk onredelijk zou zijn.

De rechter kan rekening houden met een aanzienlijk onevenwicht tussen de partijen in bewijsgeschiktheid wanneer het opstellen, bijhouden of leveren van een bewijs buitensporig zwaar of duur is voor één van de partijen.

Zo moet je dan bij het aansprakelijk stellen van een arts of ziekenhuis voor een medische fout niet altijd meer zelf het bewijs leveren. Soms werd je dat onmogelijk gemaakt als je bijvoorbeeld onder narcose was of over een onvolledig medisch dossier beschikt.

De rechter kan dan de tegenpartij verplichten om te bewijzen dat er geen fout werd begaan in plaats van dat je zelf moet bewijzen dat de tegenpartij wel een fout heeft gemaakt.

Verder wordt bepaald dat hij die de bewijslast draagt van een negatief feit genoegen kan nemen met het aantonen van de waarschijnlijkheid van dat feit.

Stel: je probeert geld uit een bankautomaat te halen maar er gaat iets mis. Het geld is van jouw rekening afgegaan maar je hebt het nooit ontvangen. Als de rechter de bank vraagt het logboek voor te leggen maar dat logboek blijkt gewist, krijg je vandaag ongelijk.

Door de hervorming kan de rechter in uitzonderlijke gevallen de bewijslast omdraaien en bij de bank leggen. Als de bank dan niet kan bewijzen dat de bankautomaat het geld niet heeft bezorgd,  kan de rechter de consument in het gelijk stellen.

Alvorens die regel toe te passen, moet de rechter alle mogelijkheden onderzoeken van medewerking van partijen aan de bewijsvoering.

 

 

 

 

Het is dus echt een ‘ultimum remedium’.

Een derde belangrijke hervorming, die in het kader van het ondernemingsrecht werd aangepakt, is het ondernemingsbewijs.

De vrije bewijsvoering die geldt tussen ondernemingen wordt uitgebreid tot ook bijvoorbeeld vrije beroepen en landbouwers. Het bewijs tegen ondernemers kan vrij geleverd worden zonder geschrift, ook boven 3.500 euro. Bovendien wordt de bewijswaarde van een factuur ook van toepassing op andere overeenkomsten dan enkel een koopovereenkomst.

Hierover wordt in deze nieuwsbrief een artikel gepubliceerd van Mr Charlotte Van Thienen.

Het nieuwe bewijsrecht impliceert een moderner en soepeler bewijsregime.

Meer dan ooit is het aangewezen om alle elementen van een transactie te bewaren zowel de eventuele papieren documenten als alle digitale stukken zoals e-mails, sms’en, whatsapp-berichten enz.

De inwerkintreding van de nieuwe wet zal plaatsvinden 18 maanden na de publicatie in het Belgisch Staatsblad en dus vermoedelijk in de loop van 2020-2021.

Tot dan zullen de huidige bewijsregels van toepassing blijven.

 

Veerle Janssen

Advocaat