Betonstop Vlaanderen stap dichter met Omzendbrief RO 2017/01

Op 7 juli 2017 heeft de Vlaamse regering de omzendbrief RO 2017/01 'Een gedifferentieerd ruimtelijk transformatiebeleid in de bebouwde en de onbebouwde gebieden' aangenomen. Deze 18 pagina’s tellende omzendbrief heeft tot doel, enerzijds, om een ‘kwalitatief ruimtelijk rendement’ toe te laten in de bebouwde gebieden en, anderzijds, om de onbebouwde gebieden ‘te vrijwaren en versterken’. De omzendbrief werd in de media vrij snel weggezet als een instrument om een ‘betonstop’ voor Vlaanderen te realiseren. Wij lichten in deze bijdrage enkele belangrijke punten uit de omzendbrief toe.

 

De rechtskracht van de omzendbrief

Allereerst geldt de vaststelling dat een omzendbrief niet kan indruisen tegen wetgeving. De omzendbrief kan voor het bestuur enkel een interpretatie bieden voor bestaande rechtsregels, maar kan deze niet wijzigen. Een omzendbrief heeft ook geen bindende kracht. Het komt in principe wel toe aan het bestuur om te motiveren waarom een bepaling uit een omzendbrief in een bepaald geval niet wordt gevolgd.

 

Bestaande afspraken worden gehonoreerd

De omzendbrief doet volgens haar eigen bewoordingen geen afbreuk aan beleidskeuzes omtrent het al dan niet aansnijden van gebieden die voorafgaand aan de aanname van de omzendbrief reeds werden vastgelegd in een principiële beslissing, de besluiten van een projectvergadering, een stedenbouwkundig attest, een principieel akkoord of een planologisch attest. 

 

Bebouwd vs onbebouwd gebied

De omzendbrief zorgt voor een tweedeling tussen bebouwd en onbebouwd gebied in Vlaanderen. Als vuistregel geldt dat de bebouwde gebieden samenvallen met (1) de stedelijke gebieden, geselecteerde kernen en overige woonconcentraties en (2) de bedrijventerreinen (met uitsluiting van geïsoleerde bedrijfssites, zoals bijvoorbeeld deze die voortkomen uit een BPA of RUP ‘zonevreemde bedrijven). Alle gebieden gelegen buiten de bebouwde gebieden worden als onbebouwd beschouwd. Bij twijfel over de ligging van een projectsite binnen bebouwd/onbebouwd gebied kan een projectvergadering worden samengeroepen.

 

Kort samengevat, dienen toekomstige bouwprojecten zich te beperken tot de bebouwde gebieden en moeten de onbebouwde gebieden zo veel mogelijk worden gevrijwaard. Voor bebouwde gebieden is in principe geen behoefte- of voorzieningenstudie vereist. Voor nieuwe ontwikkelingen voor woon- en werkfuncties in onbebouwd gebied is wel een uitvoerige behoefte- en voorzieningenstudie vereist. Met de omzendbrief wordt dus een bouwstop ingevoerd voor de ‘onbebouwde gebieden’ in Vlaanderen.

 

Zonevreemde basisrechten uitgehold?

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening VCRO voorziet in diverse basisrechten (bouwen, verbouwen en herbouwen) voor zonevreemde constructies en wonen. De omzendbrief legt fel de nadruk op het gegeven dat deze basisrechten zeer strikt moeten worden geïnterpreteerd. De vraag werpt zich op deze handelwijze wel in overeenstemming is met de bedoelingen van de decreetgever. Zolang de zonevreemde basisrechten staan opgenomen in de VCRO, dienen zij ook onverkort te worden toegepast.

Met de omzendbrief tracht de bevoegde minister een verregaand beleid door te drukken. De toekomst zal uitwijzen of de omzendbrief wel het daartoe geëigende instrument is. O.i. kan de omzendbrief in ieder geval geen omzeiling vormen van de bestaande bestemmingsplannen, en kan de planologische bestemming van een perceel enkel worden gewijzigd met een ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Joris Gebruers

Advocaat