Beleidsvoornemens staan vergunning niet in de weg

Bepaalde handelingen en activiteiten mag u pas uitvoeren, voor zover de bevoegde overheid u hiervoor de nodige toelating geeft. Typevoorbeelden hiervan zijn de milieu- en stedenbouwkundige vergunningen die binnenkort zullen vervangen worden door de omgevingsvergunning. Alhoewel een vergunningsaanvraag in overeenstemming kan zijn met de toepasselijke voorschriften, is het betrokken bestuur niet altijd geneigd om deze af te leveren. Dit zal dikwijls het geval zijn wanneer de vergunningverlenende overheid zich voorgenomen heeft de betrokken regelgeving te wijzigen.

In principe kan het bestuur enkel de bestaande en geldende regelgeving in aanmerking nemen. Zij mag wel rekening houden met bepaalde beleidsvoornemens, maar een toekomstig voorschrift mag niet de uitsluitende reden zijn om een vergunning te weigeren. Met andere woorden de weigering mag niet steunen op een beleidsvoornemen alleen.

Nertskwekerijen

Onlangs heeft de Raad van State om die reden de Vlaamse minister nog teruggefloten in vergunningsdossiers van bepaalde nertsenkwekerijen. De Vlaamse minister voor dierenwelzijn stelde in zijn beleidsnota dat hij een verbod zou invoeren op nieuwe pelsdierhouderijen en dat hij de uitbreiding van bestaande inrichtingen bijgevolg ook zou weigeren. Op basis van die beleidsnota had hij de vergunningsaanvragen geweigerd van twee bestaande nertskwekerijen die wensten uit te breiden, terwijl de gewenste regelgeving nog niet aangenomen was.

Uit de weigeringsbeslissingen bleek zelfs dat de minister van oordeel was dat de aanvragen eigenlijk wel in overeenstemming waren met de geldende voorschriften. De aanvragen strookten met de stedenbouwkundige voorschriften en de goede ruimtelijke ordening, alsook de hinder en de effecten voor mens en milieu bleven beperkt tot een aanvaardbaar niveau. Toch werd de aangevraagde uitbreiding van de nertskwekerijen geweigerd, omdat de minister in de toekomst een verbod op dergelijke inrichtingen zou invoeren.

De betrokken nertskwekerijen gingen hier niet mee akkoord en vochten de weigering aan bij de Raad van State. Hij bevestigt met zijn arrest dat een milieuvergunningsaanvraag niet kan worden getoetst aan een beleidsvoornemen dat geen normatieve kracht heeft. Bijgevolg vernietigt hij de weigeringsbeslissing die uitsluitend op de beleidsnota gebaseerd was. De “bedoelingen” van de minister om nog een voorstel van exploitatieverbod in te dienen en hiermee het voorbeeld van andere landen te volgen, veranderen daar niets aan. Alhoewel de publieke opinie rond dierenwelzijn op dat vlak gewijzigd is, dient dit zich eerst te vertalen in wetswijzigingen. Met het vergunningenbeleid kan de overheid niet zomaar vooruitlopen op toekomstige bepalingen.

Uitzondering voor stedenbouwkundige vergunningen?

Voor stedenbouwkundige vergunningen lijkt hierop een uitzondering te bestaan. Zo staat in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening uitdrukkelijk opgenomen dat de vergunningverlenende overheid rekening mag houden met ‘beleidsmatig gewenste ontwikkelingen’. Nochtans blijkt dit geen evidentie in het vergunningsbeleid. Deze bepaling zorgt immers voor heel wat verdeeldheid binnen de rechtspraak. De Raad voor Vergunningsbetwistingen interpreteert het begrip ‘beleidsmatig gewenste ontwikkelingen’ dan ook vrij streng.

Gelet op de rechtszekerheid vereist hij ten eerste dat aan deze beleidsvoornemens enige ruchtbaarheid gegeven werd: de zogenaamde bekendmakingsvereiste. Deze beleidsontwikkelingen moeten bekend gemaakt zijn aan het publiek. Het is niet voldoende dat de aanvrager zelf hiervan op de hoogte werd gebracht.

De beleidsontwikkelingen mogen verder alleen maar meespelen in de toetsing van de goede ruimtelijke ordening, hetgeen inhoudt dat de overheid onderzoekt of een aanvraag verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving. Zij zijn niet nuttig om op verkapte wijze een planologische aanpassing van de bestemming door te voeren. De bestaanbaarheid met bestemmingsvoorschriften gaat immers verder dan de beoordeling van de verenigbaarheid met de onmiddellijke omgeving.  

 

Samengevat komt het erop neer dat de overheid in haar vergunningenbeleid rekening kan houden met gewenste beleidsontwikkelingen, voor zover zij hiervoor een aanknopingspunt vindt in de geldende regelgeving. Voor de stedenbouwkundige regelgeving kan dit de verenigbaarheid met onmiddellijke omgeving zijn. In principe kan een vergunning dus niet geweigerd worden omwille van een bepaald beleidsvoornemen alleen, zoals dit voor de nertskwekerijen het geval was.

 

Philippe Dreesen

Advocaat