Voorzettingsmisdrijf bij gebruikshandelingen

Voor het opsplitsen van een woning in meerdere wooneenheden is een stedenbouwkundige vergunning vereist. Wie zijn woning opsplitst zonder dit te doen, begaat een bouwmisdrijf. De bouwinspectie heeft als taak de gevolgen van dergelijke misdrijven aan de kaak te stellen, maar er zijn grenzen! Tegen de regelgeving in blaast zij de figuur van het ‘voortzettingsmisdrijf’ nieuw leven in en ontwikkelt hiermee met de nodige creativiteit een juridische constructie waardoor ze het gebruik van een onvergund gesplitste wooneenheid eeuwig zou doen kunnen ophouden. Gelukkig fluit het Hof van Cassatie de overijverige bouwinspectie terug met haar arrest van 14 oktober 2014.

Vroeger konden stedenbouwmisdrijven in principe niet verjaren. Twee wetgevende initiatieven van de Vlaamse decreetgever hebben daar verandering in gebracht.

Ten eerste is het instandhoudingsmisdrijf grotendeels afgeschaft. Niet alleen het oprichten van een illegale constructie, maar ook het in stand houden daarvan was strafbaar. Sinds het decreet van 4 juni 2003 bestaat het instandhoudingsmisdrijf enkel nog voor ruimtelijk kwetsbare gebieden, zoals het natuurgebied. De bouwinspectie kan dus altijd de afbraak vorderen van een illegale woning in natuurgebied, namelijk zolang deze woning bestaat en ‘in stand gehouden wordt’. In woongebied dient zij sneller op te treden, namelijk binnen de vijf jaar na het oprichten van de illegale constructies. Na het verstrijken van deze verjaringstermijn kan zij geen herstelmaatregelen meer vorderen. Hetzelfde geldt voor de illegale opsplitsing van een woning in meerdere wooneenheden. In natuurgebied zou de bouwinspectie altijd het gebruik daarvan kunnen doen stopzetten. In woongebied kan zij dit in principe slechts binnen de verjaringstermijn van vijf jaren na de opsplitsing van de woning.

Daarnaast zijn de verjaringstermijnen sinds 1 september 2009 in het stedenbouwrecht nog verkort.

Door de combinatie van de depenalisering van het instandhoudingsmisdrijf met het verkorten van de verjaringstermijnen, geraakt de bouwinspectie in tijdsnood om een aantal dossier aan te pakken. De bouwinspectie voelt zich in het nauw gedreven, maar komt creatief uit de hoek.

Het voortzettingsmisdrijf

Conform de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening begaat iemand een bouwmisdrijf als hij “handelingen hetzij zonder voorafgaande vergunning, hetzij in strijd met de vergunning, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de vergunning, hetzij in geval van schorsing van de vergunning, uitvoert, voortzet of in stand houdt”. Het ‘voortzetten’ was oorspronkelijk bedoeld voor het geval iemand na de vernietiging of verval van zijn vergunning, de werken ‘voortzet’. Dit begrip was dus lange tijd relatief onbelangrijk, totdat ...

… de bouwinspectie de kaart van het zogenaamde ‘voortzettingsmisdrijf’ trekt. Hiermee trachtte zij bepaalde gebruikshandelingen aan te pakken, ondanks de afschaffing van het instandhoudingsmisdrijf en tegen de wil van de decreetgever in. De splitsing van een woning in verschillende wooneenheden zonder stedenbouwkundige vergunning betreft zonder twijfel een oprichtingsmisdrijf. Het blijvend gebruik van deze wooneenheden zou normaal het afgeschafte instandhoudingsmisdrijf uitmaken. Volgens stedenbouw zet de overtreder echter elke dag deze gebruikshandeling voort en kan het misdrijf niet verjaren.

Na een jarenlange strijd tussen de bouwinspectie en sommige overtreders heeft het Hof van Cassatie andermaal het pleit in het voordeel van die laatste moeten beslechten. Zij oordeelt terecht dat de omstandigheid van het instandhouden bestaat in het schuldig verzuim om een einde te maken aan het bestaan van de wederrechtelijke opsplitsing van de woning, niet toelaat het gebruiken of het laten gebruiken als voortzetten te beschouwen. Het voorzettingsmisdrijf blijft wat het altijd geweest is, namelijk: het verder uitvoeren van het opsplitsen van een woning na een verval, schorsing of vernietiging van de stedenbouwkundige vergunning.

De bouwinspectie zal deze juridische constructie niet kunnen voortzetten …

Philippe Dreesen