UItsluiting van dekking bij alcoholintoxicatie in de omniumverzekering: een financiële kater?

U koopt een wagen en besluit hiervoor een omniumverzekering af te sluiten zodat tevens uw eigen schade in geval van een ongeval is gedekt.

Wanneer u een ongeval veroorzaakt  en de verbalisanten vaststellen dat u iets te diep in het glas heeft gekeken, zal u mogelijk vernemen van uw omniumverzekeraar dat er volgens de algemene voorwaarden van de verzekeringsovereenkomst geen dekking wordt verleend bij ongevallen veroorzaakt door een bestuurder in staat van dronkenschap of een zekere alcoholintoxicatie. Gevolg: een financiële kater of niet?

Men zou het bijna standaard kunnen noemen dat er in de algemene voorwaarden van een omniumverzekeringspolis een clausule wordt opgenomen die bepaalt dat “uitgesloten van de dekking zijn: schadegevallen veroorzaakt door een bestuurder in staat van dronkenschap, in staat van alcoholintoxicatie van meer dan een bepaalde hoeveelheid promille of in gelijkaardige toestand veroorzaakt door andere dan alcoholische producten”. Eventueel aangevuld met de zinsnede “tenzij de verzekerde aantoont dat er geen oorzakelijk verband bestaat met het ongeval”.

De verzekeringsmaatschappij neemt deze clausule op als een uitsluitingsbeding waarbij er wordt gestipuleerd dat de schadegevallen veroorzaakt door een bestuurder in dergelijke toestand, niet worden gedekt.

De rechtspraak heeft echter gedurende verschillende jaren toch correcties doorgevoerd op de toepassing van deze clausules.

Een ongeval dat wordt veroorzaakt door dronkenschap en/of alcoholintoxicatie zal volgens meerdere rechtscolleges aldus niet automatisch uitgesloten zijn van dekking. Er zal steeds moeten nagegaan worden of de clausule werkelijk een uitsluitingsbeding dan wel een vervalbeding betreft. Dit onderscheid is niet zonder belang.

Bij een uitsluitingsbeding valt het schadegeval niet onder de dekking. Bij een vervalbeding valt het schadegeval wel onder de dekking maar omwille van een contractuele niet-nakoming is de dekking komen te vervallen. In dit laatste geval moet er een oorzakelijk verband bestaan tussen deze contractuele niet-nakoming en de schade.

Art. 62 Verzekeringswet laat de verzekeraar toe om zich van zijn verplichtingen te bevrijden voor de gevallen van grove schuld, die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald. Krachtens art. 65 Verzekeringswet mag er geen geheel of gedeeltelijk verval van het recht op de verzekeringsprestatie bedongen worden dan wegens de niet-naleving van een bepaalde in de verzekeringsovereenkomst opgelegde verplichting, en mits er een oorzakelijk verband bestaat tussen de tekortkoming en het ongeval.

Hoewel een clausule in de verzekeringsovereenkomst wordt omschreven of benoemd als een uitsluitingsbeding, heeft de rechter steeds de mogelijkheid om deze clausule te herkwalificeren als een vervalbeding. De benaming die de verzekeringsmaatschappij zelf geeft aan het beding is niet bepalend.

Het Hof van Cassatie heeft in een arrest van 20 september 2012 bepaald dat de rechter op grond van de bepalingen van art. 65 Verzekeringswet moet nagaan of het beding dat in de verzekeringsovereenkomst een andere kwalificatie heeft gekregen (nl. een “uitsluitingsbeding”) geen vervalbeding is. Een beding op grond waarvan de verzekeraar zijn dekking kan weigeren wegens de niet-nakoming door de verzekerde van zijn contractuele verbintenissen, is een vervalbeding.

Wanneer de rechter een uitsluitingsbeding herkwalificeert tot een vervalbeding, heeft dit tot gevolg dat de verzekeraar moet bewijzen dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen het schadegeval en de alcoholintoxicatie om dekking te kunnen weigeren.

Cfr. Cass. 13 september 2010:

“Uit de artikelen 3, 8 2de lid en 11 van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomsten (nieuw art. 56, 62 en 65 van de Verzekeringswet) die dwingend zijn in het voordeel van de verzekerde, volgt dat de verzekeraar die zich beroept op een grond van ontheffing van aansprakelijkheid in de zin van voormeld artikel 8 2de lid, de schade alleen dan niet hoeft te dekken wanneer hij het oorzakelijk verband tussen de in de overeenkomst bepaalde schuld en het schadegeval aantoont.”

De verplichting van de verzekeraar om het oorzakelijk verband te bewijzen volgt aldus uit de artikelen 62 en 65 Verzekeringswet en de verzekeraar kan zich niet zonder meer beroepen op een beding in de verzekeringsovereenkomst dat de verzekerde verplicht om het bewijs te leveren van de afwezigheid van een oorzakelijk verband tussen de grove fout en de schade.

Kortom, indien de rechter oordeelt dat er sprake is van een vervalbeding, zal de niet-dekking die wordt gestipuleerd in de algemene voorwaarden geen automatisme meer zijn, doch zal de verzekeraar zelf moeten aantonen dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen het schadegeval en de alcoholintoxicatie/dronkenschap. Zo blijkt dat het ongeval een andere oorzaak heeft, bv. niet verlenen van voorrang, overdreven snelheid,… zal de verzekeraar alsnog dekking moeten verlenen.

De rechtbank oordeelt steeds in concreto of er sprake is van een uitsluitingsbeding dan wel een vervalbeding. Bij de beoordeling van het oorzakelijk verband zal de rechter rekening houden met de feitelijke omstandigheden, ook rekening houdend met de hoeveelheid promille bij de alcoholintoxicatie en de uiterlijke tekenen van dronkenschap die de bestuurder vertoonde wanneer de verbalisanten hem aantroffen.

Een initiële weigering van een verzekeraar om dekking te verlenen, betekent niet altijd dat er geen dekking moet verleend worden.

Marlies Van Den Bruel