Kostenaftrek binnen vennootschappen: vrijgeleide voor belastingplichtige?

De nieuwe rechtspraak van het Hof van Cassatie rond beroepskosten binnen vennootschappen heeft de afgelopen weken heel wat stof doen opwaaien.

Volgens de fiscus zijn alle inkomsten die een vennootschap verkrijgt beroepsinkomsten, ongeacht het verband met het statutair doel of het eventuele fiscale oogmerk van de verrichting. De inkomsten zijn belastbaar, ongeacht of deze voortvloeien uit activiteit die binnen of buiten het maatschappelijk doel van een vennootschap vallen.

Wat de aftrek van kosten betreft, moest elke belastingplichtige volgens de fiscus het verband met de maatschappelijke activiteit kunnen aantonen. Volgens de fiscus waren alleen de kosten die verband houden met de inkomsten die binnen het maatschappelijk doel vallen, aftrekbaar.

De fiscus werd in deze visie gesteund door het Hof van Cassatie. Al lijkt het Hof van Cassatie hier met zijn arresten van 12 juni 2015 een ommekeer te maken.

Waar het Hof van Cassatie jarenlang vooropstelde dat een kost betrekking moet hebben op de maatschappelijke activiteit van de vennootschap - ook al is deze vereiste nergens terug te vinden in de wet – oordeelt het Hof nu dat kosten die een vennootschap maakt met het oog op het verwerven van inkomen, en die betrekking hebben op inkomsten die buiten het maatschappelijk doel van de vennootschap vallen aftrekbaar zijn, ook al zijn die kosten er alleen maar op gericht om een fiscaal voordeel te genereren (de te betalen belastingen verlagen).

Na 15 jaar vaststaande rechtspraak, lijkt het Hof af te stappen van de vereiste dat de kost betrekking moet hebben op de maatschappelijke activiteit, als noodzakelijke voorwaarde voor de kostenaftrek binnen vennootschappen. Het Hof stelt uitdrukkelijk op zijn vroegere rechtspraak terug te komen.

Betekent dit dat het Hof van Cassatie een volledige vrijgeleide heeft gecreëerd voor de belastingplichtige? Is elke door een vennootschap gemaakte kost nu aftrekbaar ?

Het Hof van Cassatie heeft zeker geen vrijgeleide gecreëerd voor vennootschappen om eender welke kosten ten laste te leggen van het fiscale resultaat.

Het Hof heeft geoordeeld dat kosten die geen betrekking heeft op een maatschappelijke activiteit zoals die blijkt uit het maatschappelijk doel, niet slechts om die reden niet aftrekbaar zijn. Het Hof heeft nergens geoordeeld dat de kosten die een vennootschap maakt, geen verband moeten houden met haar effectieve activiteit, met haar beroepswerkzaamheid De kosten die een vennootschap maakt moeten er nog altijd op gericht zijn om inkomsten te behouden of te verwerven. Een kost die geen verband houdt met de beroepswerkzaamheid, die er niet op gericht is om inkomsten te verwerven, is geen aftrekbare kost. Privé kosten van derden die worden betaald door een vennootschap, zullen nog steeds niet aftrekbaar zijn.

Kosten die een vennootschap maakt om een belastbaar voordeel van alle aard te verschaffen aan haar zaakvoerder kunnen aftrekbaar zijn, op voorwaarde dat deze kosten een vergoeding vormen voor effectieve prestaties van de zaakvoerder in het kader van de beroepswerkzaamheid van de vennootschap.

Dat een zaakvoerder die al geruime tijd voor zijn activiteiten een bepaalde vergoeding krijgt  plots gratis een appartement aan de zee ter beschikking krijgt, impliceert niet noodzakelijk dat alle kosten die verband houden met dit appartement, voor de vennootschap aftrekbaar zullen zijn. Dat er een beslissing is genomen tot het betalen van een bijkomende vergoeding en dat het onroerend goed werd verworven om een voordeel van alle aard toe te kennen zal gestaafd en gedocumenteerd moeten worden, opdat de gemaakte kosten als aftrekbaar zullen worden aanvaard. Een loutere verwijzing naar de recente arresten van het Hof van Cassatie zal niet volstaan.

Annemiek Lewandowski