Invoering van de familie- en jeugdrechtbank vanaf 1 september 2014

Aangezien vanuit de rechtspraktijk steeds meer kritiek geformuleerd werd op de bevoegdheidsverdeling tussen diverse rechtbanken inzake familiale geschillen, werd door de wetgever beslist om een nieuw soort rechtbank in het leven te roepen die uitsluitend kennis zou kunnen nemen van dergelijke geschillen, ongeacht de context waaruit de geschillen ontstaan, m.n. tijdens een samenwoning, tussen gehuwden, al dan niet verwikkeld in een echtscheidingsprocedure of na een echtscheiding.

Vanaf 1 september 2014 zal er binnen iedere rechtbank van eerste aanleg, binnen ieder gerechtelijk arrondissement, een familie- en jeugdrechtbank actief zijn, die voortaan uitsluitend zal oordelen over burgerlijke geschillen die voorheen door de jeugdrechtbank beslecht werden enerzijds en over familiale geschillen die in het verleden beoordeeld werden door de burgerlijke rechtbank, diens voorzitter of de vrederechter anderzijds. De rechters die deze rechtbank bemannen, evenals de parketmagistraten zullen een specifieke opleiding gevolgd moeten hebben.

In deze bijdrage zal stilgestaan worden bij de belangrijkste veranderingen met betrekking tot de rechtspleging in familiale geschillen ingevolge de invoering van de familie- en jeugdrechtbank vanaf 1 september 2014.

Het weze opgemerkt dat de nieuwe wettelijke regeling enkel van toepassing is op nieuwe vorderingen die vanaf 1 september 2014 ingesteld zullen worden. De hangende rechtsgedingen, diegene die nog niet beslecht zijn op 1 september 2014, zullen verder behandeld worden door de rechtbank waar ze werden ingeleid.


1. Het familiedossier

Van zodra er een vordering bij de familierechtbank wordt ingediend, wordt er een familiedossier geopend met een specifiek identificatienummer. Dit dossier bundelt de gerechtelijke geschiedenis van partijen en hun huidige of toekomstige gemeenschappelijke kinderen. Het familiedossier kan bijgevolg opgevat worden als een persoonlijk dossier voor de rechter op basis waarvan bij de beoordeling van een nieuwe vordering onmiddellijk rekening gehouden kan worden met de historiek van het dossier, met de reeds eerder opgelegde maatregelen.

Daar waar er in het verleden het risico bestond op uiteenlopende rechterlijke beslissingen met betrekking tot eenzelfde familie, zou dit met het familiedossier tot het verleden behoren en zou er meer samenhang kunnen komen in de rechterlijke beslissingen.

2. Bemiddeling en andere vormen van minnelijke schikking

Binnen de nieuwe familie- en jeugdrechtbank zal er een afzonderlijke kamer georganiseerd worden die zich uitsluitend zal toeleggen op het trachten te verzoenen van partijen.

Ook wanneer een zaak aanhangig is voor de familie- of jeugdkamer van de nieuwe rechtbank is het aan de rechter om partijen te informeren over de mogelijkheid hun geschil te beslechten via verzoening, bemiddeling of elke andere alternatieve geschillenregeling.

Alles wat er gezegd en/of geschreven zal worden tijdens een poging tot minnelijke regeling - die overigens geheel vrijblijvend is -, is vertrouwelijk en kan later niet in rechte aangewend worden. Wat uiteindelijk tussen partijen definitief overeengekomen wordt, wordt opgenomen in een PV van minnelijke schikking.

3. Invoering van een "gemeenschappelijke sokkel van de familiale gerechtelijke procedures"

De wetgever heeft een soort van uniforme procedure willen invoeren die van toepassing is op alle vorderingen met betrekking tot de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit familiale betrekkingen.

In de eerste plaats wordt het belang van de persoonlijke verschijning van partijen door de wetgever benadrukt. Partijen moeten verplicht persoonlijk aanwezig zijn op welbepaalde zittingen, alsook wanneer dit uitdrukkelijk door de rechter wordt opgedragen. Wanneer partijen nalaten gevolg te geven aan deze verplichting, kan de eiser van zijn eis vervallen verklaard worden, kan een vonnis bij verstek uitgesproken worden of kan de zaak naar de bijzondere rol verzonden worden.

In de tweede plaats kan ook de familie- en jeugdrechtbank uitspraak doen in kort geding, wanneer een snelle behandeling van het geschil noodzakelijk is. Het spoedeisend karakter van de vordering zal in principe door partijen moeten aangetoond worden opdat de rechtbank er op korte termijn uitspraak over zou kunnen doen. In de wet werden echter ook een aantal zaken opgesomd die geacht worden steeds spoedeisend te zijn, o.a. vorderingen betreffende een afzonderlijke verblijfplaats, het ouderlijk gezag, een verblijfsregeling en onderhoudsverplichtingen.

Alle zaken waarvan de wetgever vooropgesteld heeft dat zij in ieder geval een spoedeisend karakter hebben, blijven voorts ingeschreven op de rol van de familie- en jeugdrechtbank, zodanig dat partijen in geval van nieuwe elementen, zoals een feit dat niet bekend was bij het eerste verzoek of nieuwe omstandigheden die de situatie van partijen ingrijpend wijzigen, het geschil opnieuw zonder bijkomende kosten ter beoordeling aan de rechter kunnen voorleggen.

Daarnaast heeft de wetgever de procedurele verschillen weggewerkt in de diverse procedures tot het horen opleggen van dringende en voorlopige maatregelen (tussen samenwonenden of gehuwden, al dan niet na de opstart van een echtscheidingsprocedure) waartoe de familie- en jeugdrechtbank uitsluitend bevoegd geworden is.

De rechter heeft voortaan ook de bevoegdheid om in alle geschillen betreffende de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit familiale betrekkingen aan het Openbaar Ministerie op te leggen inlichtingen in te winnen over de punten die hij vooropstelt, een maatschappelijk onderzoek te laten verrichten of andere maatregelen te bevelen.

Voor de rechtszoekenden zal het ongetwijfeld een voordeel zijn dat zij ingevolge de bevoegdheidsconcentratie voortaan enkel nog bij de familie- en jeugdrechtbank dienen aan te kloppen teneinde familiale geschillen opgelost te zien volgens uniforme procedures en door rechters die daartoe een specifieke opleiding genoten hebben.

De praktijk zal echter dienen uit te wijzen of de rechtspleging uiteindelijk ook daadwerkelijk eenvoudiger en sneller zal verlopen. De wetgever heeft in ieder geval voorzien in een evaluatie van de nieuwe regelgeving na een periode van 6 jaar.

Caroline Boven