Buitenlandse vermogens en inkomsten steeds minder verborgen

Verhoogde uitwisseling van fiscale gegevens in Europa

De Belgische fiscus zal in de toekomst steeds meer informatie ontvangen van buitenlandse belastingadministraties omtrent inkomsten en vermogens die Belgische rijksinwoners aldaar bezitten. De strijd tegen de fiscale fraude blijft immers hoog op de agenda staan van de Europese landen, en geschiedt via concrete beslissingen.

De Lidstaten van de Europese Unie hebben zich daarbij onder meer laten leiden door de Amerikaanse Foreign Account Taks Compliance Act (FATCA). Deze wet legt aan buitenlandse instellingen de verplichting op om aan de VS informatie te verstrekken (via hun eigen overheid) over Amerikaanse belastingplichtigen. Wordt er geen informatie verstrekt, dan wordt er een heffing toegepast van 30 % van de inkomsten van Amerikaanse oorsprong die aan een buitenlandse instelling worden betaald.

De toepassing van de wet geeft aanleiding tot akkoorden tussen de VS en andere landen, waarbij deze landen zich engageren om de nodige maatregelen te nemen opdat zij de gevraagde informatie bekomen van financiële instellingen die in hun land zijn gevestigd. De overheid zorgt dan voor de doorstroming van de informatie naar de VS. Aan de Amerikaanse overheid zal dan de naam, het adres en het tax identification number van de Amerikaanse staatsburger en het saldo van zijn rekening op een gegeven tijdstip worden meegedeeld.

België heeft op 23 april 2014 dergelijk akkoord afgesloten met de VS. Dit akkoord moet nog in interne wetgeving worden omgezet, maar hieraan wordt volop gewerkt. Er zijn ook akkoorden tussen de VS en Luxemburg, Zwitserland, Oostenrijk, Liechtenstein, ....

Nog recenter (6 mei 2014) hebben niet minder dan 47 staten een verklaring aangenomen. Er is een politieke consensus aanwezig om in de toekomst ook automatisch informatie uit te wisselen op wederzijdse basis, en om te komen tot een gemeenschappelijke unieke standaard (common reporting standard). Onder deze 47 landen vindt men o.a. Singapore, Guernsey, het Eiland Man, de Britse Maagdeneilanden....

Zwitserland heeft einde 2013 het Verdrag van 25 januari 1988 inzake wederzijdse administratieve bijstand ondertekend. Dat houdt in dat Zwitserland zich in de toekomst niet meer zal beroepen op het bankgeheim bij een vraag om informatie uit te wisselen.
Er moet nog interne wetgeving worden opgesteld.

In de Europese Unie wordt de automatische uitwisseling van informatie geregeld via de nieuwe Richtlijn 2011/16/EU, die van toepassing is (zal zijn) op privé personen en vennootschappen. Op grond van deze richtlijn moet er vanaf 2015 een automatische uitwisseling van inlichtingen plaatsvinden tussen alle lidstaten over volgende inkomsten : inkomsten uit een dienstbetrekking, tantièmes en presentiegelden, levensverzekeringsproducten, pensioenen, eigendom en inkomsten uit onroerende goederen (gebouwen, villa's, huizen) in de mate dat de lidstaat over de gegevens beschikt.
Luxemburg heeft de richtlijn omgezet in nationale wetgeving, en zal vanaf 1 januari 2014 (!) automatisch informatie verstrekken over inkomsten uit een dienstbetrekking, tantièmes en presentiegelden en pensioenen. Over de andere inkomsten wordt (nog) niet automatisch informatie uitgewisseld.

De Europese Commissie heeft voorgesteld om het toepassingsgebied ervan nog uit te breiden, zodat er ook automatisch informatie wordt uitgewisseld inzake dividenden, vermogenswinsten en alle andere inkomsten die zich op rekeningen bevinden, en van alle bedragen waarvoor een financiële instelling diegene is die de betaling moet verrichten.

Deze bijstandsrichtlijn bevat ook een zogenaamde "meestbegunstigde natie" clausule. Dergelijke clausule houdt in dat een lidstaat geen informatie die het al doorgeeft aan een ander land, mag weigeren aan een andere lidstaat. En hier worden de FATCA akkoorden weer relevant. De aard van informatie die Luxemburg bv. doorgeeft aan de VS op basis van het intergouvernementeel akkoord met de VS (in het kader van de toepassing van de Amerikaanse Fatca), moet Luxemburg ook doorgeven aan België, indien België Luxemburg hierom verzoekt. Het is mogelijk een kwestie van tijd dat de Europese Unie Zwitserland vraagt om dezelfde informatie vrij te geven aan de lidstaten van de Europese Unie als de informatie die ze nu aan de VS verstrekt.

Indien de Europese bijstandsrichtlijn een lidstaat nu nog niet verplicht om bepaalde informatie te verstrekken omdat het toepassingsbied van de richtlijn nog beperkt is (er is bv. geen verplichting om dividendenstromen mee te delen, of gegevens over de identiteit van een Belgische privé spaarder die economisch begunstigde is van een bepaalde constructie, of het bedrag dat zich op de rekening van deze constructie bevindt), dan kan de Belgische fiscus deze informatie wel eisen omdat Luxemburg zich in het kader van de FATCA verbonden heeft om dergelijke informatie wel aan de VS te verstrekken.

Daarnaast werd ook de Europese Spaarrichtlijn uitgebreid (Richtlijn 2014/48/EU van 24 maart 2014). De oorspronkelijke Spaarrichtlijn dateert van 2003 (2003/48/EG van 3 juni 2003) en organiseert een automatische uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten inzake inkomsten uit spaargeleden die de inwoners van de lidstaten in andere lidstaten genereren. Luxemburg en Oostenrijk weigerden om automatisch gegevens uit te wisselen, maar hebben in ruil hiervoor een verhoogde heffing op de interesten van deze niet-inwoners (de zogenaamde woonstaatheffing) ingevoerd. Het bedrag van deze heffing was in Luxemburg ondertussen al opgelopen tot 35 %). Zowel Luxemburg en Oostenrijk hebben zich nu akkoord verklaard met de gewijzigde richtlijn.

Door de uitbreiding van de Spaarrichtlijn zal er vanaf 1 januari 2017 in alle lidstaten van de Europese Unie automatisch informatie worden uitgewisseld over de begunstigden van inkomsten uit spaargelden, waarbij het tussenschuiven van een bepaalde juridische constructie zoals trusts, stichtingen die niet of nauwelijks onderhevig zijn aan belasting, geen oplossing meer zal bieden. De betalingen zullen geacht worden te zijn gedaan aan de privé persoon (inwoner van een lidstaat) die de uiteindelijke gerechtigde is van de inkomsten.
Er zal niet alleen meer informatie worden verstrekt over strikte rentebetalingen, maar ook inkomsten afkomstig van collectieve beleggingsinstellingen, tak-21 levensverzekeringen (terwijl de bijstandsrichtlijn de uitwisseling verzekert van informatie over verzekeringen zonder gegarandeerd rendement (tak 23)).

Uitwisseling van informatie (en mogelijk belasting) zal dus niet langer vermeden worden omdat een structuur op de Britse Maagdeneilanden titularis is van een rekening of portefeuille.
Informatie over inkomsten tijdens het jaar 2016 zal dus vanaf 2017 aan de Belgische fiscus worden meegedeeld.

Sinds de wet van 30 juli 2013 is er in België trouwens een bijkomende meldingsplicht ingevoerd in de aangifte personenbelasting (naast de reeds verplichte melding van het bezit van een buitenlandse rekening of levensverzekering). Een belastingplichtige moet vanaf 2014 het bestaan vermelden van juridische constructies waarvan hijzelf, zijn echtgenote of zijn kinderen van wie hij het wettelijk genot van de inkomsten heeft, de begunstigde is. Niet-mededeling van deze informatie impliceert dat een onjuiste aangifte werd ingediend, met mogelijke gevolgen inzake de aanslagtermijnen en met mogelijke boetes tot gevolg.

In de mate dat Belgische rijksinwoners over vermogens en/of inkomsten beschikken waarop geen belasting werd betaald die had moeten betaald worden, hebben deze rijksinwoners er belang bij om alsnog over te gaan tot een regularisatie. Weliswaar is de wettelijk georganiseerde regularisatieperiode (met een gegarandeerde strafrechtelijke immuniteit) voorbij sinds 31 december 2013. De mogelijkheid blijft nog steeds bestaan om een regeling te treffen met de fiscus. De bereidheid bij de fiscus om alsnog akkoorden te sluiten werd recent ervaren.

De inhoud van dat akkoord zal het resultaat zijn van een onderhandelingen met de fiscus, bij gebreke aan een wettelijk kader. Een spontane regeling zal aanleiding geven tot een lagere belasting en lagere belastingverhogingen. Een taxatie op initiatief van de fiscus na uitwisseling van inlichtingen zal allicht veel duurder zijn.

Een verwittigd man of vrouw zal in de toekomst dus mogelijk ook meer "waard" zijn.