Feitelijke vereniging en aansprakelijkheid

Het Hof van Beroep te Gent heeft op 20.06.2013 een arrest uitgesproken n.a.v. een gebeurtenis na de carnavalsoptocht te Aalst die zich in de nacht van 22 op 23.02.2004 heeft voorgedaan.

Er ontstond brand in een opslagplaats gelegen te Aalst.

De oorzaak van de brand was gelegen bij een tractor van de feitelijke vereniging "Geloeif Me Goed", een carnavalsvereniging met een 30-tal leden.

De oorsprong van de brand was gelegen bij de oude tractor en praalwagen van een feitelijke carnavalsvereniging die de dag voordien had deelgenomen aan de carnavalstoet in Aalst.

Het Hof van Beroep bevestigt dat alle leden van de feitelijke vereniging als bewaarders van de gebrekkige zaak moeten worden beschouwd (artikel 1384 lid 1 B.W.).
De tractor behoorde immers tot de zogenaamde "collectieve eigendom" van de feitelijke carnavalsvereniging.

Alle leden hadden zeggenschap over de praalwagen en de tractor, gebruikten de voertuigen voor het genot van de feitelijke vereniging en konden toezicht, leiding en bewaking uitoefenen.

Anders dan de eerste rechter is het Hof van oordeel dat de WAM-verzekeraar (de wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen), afgesloten door de stad Aalst, in deze geen dekking moest verlenen.

De verzekeringswaarborg van de stad Aalst voor praalwagens die deelnamen aan de stoet strekte zich immers enkel uit voor de schade die zich voordeed tijdens de deelname aan de stoet en de weg van en naar de garageopslagplaats.

Aangezien de schade in deze zaak onmiskenbaar werd veroorzaakt door de brand die ontstaan is een paar uur nadat de tractor de loods was binnengereden en niet op zichzelf het verhit geraken van de motor, valt die dus niet onder het gedekte risico.

Ook de familiale verzekeringen van de leden werden in de procedure betrokken.

Wat betreft de familiale verzekeringen stelt het Hof vast dat alle polissen bepalen dat de schade veroorzaakt door brand in een gehuurd gebouw niet moest worden gedekt.
(artikel 6, 11° K.B., BA Privé-leven 1984)

De reden daarvoor is dat het als huurder mogelijk is om een brandverzekeringspolis af te sluiten, wat de feitelijke vereniging niet heeft gedaan.

Dit arrest toont opnieuw het precair statuut aan van de leden van een feitelijke vereniging in een aansprakelijkheidsprocedure.

Artikel 5 van de wet van 03.07.2005 betreffende rechten van de vrijwilligers, die de aansprakelijkheid van de aansteller (de carnavalsvereniging) en de immuniteit van de werknemer (artikel 18 WAO) transponeert naar het niveau van de vrijwilliger, is immers niet van toepassing op de leden van een gewone feitelijke vereniging.

Uit dit arrest blijkt dat telkens zorgvuldig moet nagekeken worden welk het verzekeringsstatuut is van een feitelijke vereniging als organisatie.

Niet alleen moet nagekeken worden of de feitelijke vereniging valt onder de specifieke wet van 03.07.2005 of niet.

Valt de feitelijke vereniging onder de vrijwilligerswet van 2005 zijn er voor wat betreft de aansprakelijkheid wettelijke verplichtingen die moeten ingevuld worden en bestaat er ook een informatieplicht.

Wat de feitelijke verenigingen betreft die niet vallen onder de vrijwilligerswet is het zaak om niet alleen de burgerlijke aansprakelijkheid van de feitelijke vereniging te verzekeren maar ook deze van alle leden, alsook eventuele contractuele aansprakelijkheden.

Indien overeenkomsten worden afgesloten door feitelijke verenigingen voor het gebruik en het huren van lokalen dient ook het brandrisico als huurder verzekerd te worden.

Wij raden alle feitelijke verenigingen aan om hun statuut na te kijken m.b.t. het correct invullen van de wettelijke verplichtingen m.b.t. de verzekering van aansprakelijkheid.

Aarzel niet ons te contacteren om U op basis van de voorgelegde feitelijke situatie en documenten hierover correct te informeren.

Beter voorkomen dan genezen.