Contant betalen, oei

Een nieuwe etappe in de strijd tegen het witwassen van geld: grenzen aan contante betalingen

Preventieve witwaswet van 11 januari 1993 en opeenvolgende wetswijzigingen

In het courante handelsverkeer worden bepaalde handelaars regelmatig geconfronteerd met contante betalingen. Niettemin is een bijzondere waakzaamheid geboden. U riskeert immers onder het toepassingsgebied te vallen van de anti-witwaswetgeving.

In de strijd tegen het witwassen van misdaadgeld en het financieren van terrorisme werd een eerste aanzet gegeven door de preventieve witwaswet van 11 januari 1993 . Deze wet werd bij opeenvolgende wetswijzigingen ingrijpend gewijzigd. Hierbij wordt niet enkel een meldingsplicht opgelegd aan bepaalde (limitatief opgesomde) beroepscategorieën ter preventie en detectie van witwassen, doch tevens wordt voorzien in een begrenzing van de betaling in cash, een begrenzing die algemeen geldt voor alle handelaars en hun cliënteel.

Volgens de memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat tot de wet van 12 januari 2004 zou leiden, moet het begrip 'handelaar' worden begrepen in de zin van artikel 1 Wetboek van Koophandel en doet het er niet toe of de betaling of levering in België of in het buitenland plaatsvindt.

Grenzen aan contante betalingen

In eerste instantie heeft de Belgische wetgever handelaars eenvoudigweg verboden contante betalingen te ontvangen voor transacties vanaf 15.000 €. Door de programmawet (I) van 29 maart 2012 werd deze grens verlaagd tot 5.000 € (vanaf 16 april 2012) en vanaf 1 januari 2014 tot 3.000 €. Bij de verkoop van een onroerend goed mag er vanaf 1 januari 2014 zelfs helemaal niets meer in cash betaald worden (artikel 20 wet 11 januari 1993).

Concreet bepaalt de wet dat de prijs van de verkoop door een handelaar van één of meerdere goederen evenals de prijs van één of meerdere dienstprestaties geleverd door een dienstverstrekker, voor een bedrag van 3.000 euro of meer, niet in contanten mag worden vereffend, uitgezonderd voor een bedrag dat 10 % van de prijs van de verkoop of de dienstprestatie niet overstijgt, en voor zover dit bedrag niet hoger is dan 3.000 euro en dit ongeacht of de verkoop of de dienstprestatie plaatsvindt in één verrichting of via meerdere verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan (artikel 21 wet 11 januari 1993).
Het verbod slaat met andere woorden niet op de betaalde som zelf, maar wel op het totale (factuur)bedrag waarop de (deel)betaling betrekking heeft. Het heeft dan ook geen zin om transacties op te splitsen in meerdere verrichtingen/facturen.

Een voorbeeld kan verduidelijking bieden: de cashbetaling van een voorschot van 1.000 € voor een levering met een totale waarde van 10.000 € is toegelaten, terwijl de cashbetaling van een saldo van 2.000 € voor diezelfde levering volgens de nieuwe regels verboden is.

Hoe kan u voortaan correct contant afrekenen?

Met de uitbreiding van het toepassingsgebied van de anti-witwaswetgeving, is vooral de betaling via overschrijving of met de kaart (gewone betaalkaart, Visa) aan te bevelen. U kan uw klant of cliënt ook vragen een bankcheque klaar te houden.
Teneinde, zoals in veel sectoren, in de mogelijkheid te zijn een beperkt voorschot of saldo in contanten te ontvangen, kan het aanbevolen zijn om een andere betaalregeling met uw klant af te spreken, bijvoorbeeld 10/60/30 i.p.v. 30/40/30. Voor een levering met een totale waarde van 10.000 € mag u bijvoorbeeld geen voorschot ontvangen van 30%, doch wel van 10%.

Wat als u de wet overtreedt?

U bent als handelaar verplicht om bij de Cel voor Financiële Informatieverwerking de naam op te geven van de persoon die u teveel in contanten betaalde. Zo niet, riskeert u een boete. De niet-naleving van deze bepaling wordt gesanctioneerd met een geldboete van 250,00 tot 225.000,00 €. De boete is evenwel begrenst op maximum 10% van het bedrag dat u ten onrechte in contanten ontvangen heeft. Indien u bijvoorbeeld 2.000 € als saldo in contanten ontvangt op een factuur van 6.000 € riskeert u een boete van 200 €. De schuldenaar en de schuldeiser zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboete. Afgezien van de sanctie in de preventieve witwaswetgeving, zou de betreffende betaling op zich ook kunnen worden beschouwd als een strafbaar witwasmisdrijf (repressieve witwaswetging).

Met de meldingsplicht wordt de actieve medewerking van de handelaar verwacht in de strijd tegen het witwassen. Er rijzen evenwel vragen bij de haalbaarheid van deze meldingsplicht. Kan men van een handelaar, die ervoor kiest om in weerwil van de wettelijk bepaalde drempel toch een contante betaling voor een hoger bedrag te aanvaarden, verwachten dat deze dit ook nog eens gaat melden aan de CFI, met het risico op zelf-incriminatie ?

Ten aanzien van geregistreerde diamanthandelaars trad de meldingsplicht alvast in werking op 03.11.2013. Indien een diamanthandelaar weet of vermoedt dat een uit te voeren verrichting verband houdt met het witwassen van geld of het financieren van terrorisme, dient hij voorafgaandelijk aan het uitvoeren van deze verrichting, dit schriftelijk of elektronisch te melden aan het CFI. De betreffende melding mag niet worden meegedeeld aan de betrokken cliënt of aan derden.