No home sweet home ? Woonverbod voor veroordeelde plegers van seksuele misdrijven

Sinds de inwerkingtreding op 2 mei 2013 van de wet van 14 december 2012(1) heeft de strafrechter de mogelijkheid om aan een veroordeelde pedofiel het verbod op te leggen om op een bepaalde plaats te wonen of te verblijven. Deze nieuwigheid kwam er in de nasleep van de bevindingen van de bijzondere commissie seksueel misbruik in de Kerk. Deze commissie kwam tot de vaststelling dat de voortdurende aanwezigheid van de dader een ingrijpende impact kan hebben op het slachtoffer en de verwerking van diens traumatische ervaring in de weg kan staan.(2)

Wat de draagwijdte van deze maatregel betreft, bepaalt artikel 382bis 4° Sw. dat elke veroordeling wegens feiten bedoeld in de artikelen 372 tot 377, 379 tot 380ter, 381 en 383 tot 387 Sw., gepleegd op de persoon van een minderjarige of met zijn deelneming, de ontzetting kan meebrengen van het recht om te wonen, te verblijven of zich te op te houden in een door de bevoegde rechter bepaalde aangewezen zone. Niet alleen wonen, maar ook bv. in het ziekenhuis verblijven is in de betreffende zone bijgevolg niet toegelaten. Overtreding van deze maatregel wordt bestraft met een gevangenisstraf van één tot zes maanden en/ of met een geldboete van 100 tot 1000 euro.

Gelet op de impact van deze maatregel dient de rechter de uitspraak ervan met bijzondere redenen te omkleden, rekening houdende met de ernst van de feiten en de reclasseringsmogelijkheden van de betrokken veroordeelde. De minimumduur van het woonverbod bedraagt 1 jaar. Anderzijds mag het woonverbod niet langer dan 20 jaar worden opgelegd. Een levenslang woonverbod is bijgevolg niet mogelijk. De duurtijd neemt een aanvang vanaf de dag dat de veroordeelde zijn gevangenisstraf heeft ondergaan of vanaf de dag van zijn vervroegde invrijheidstelling. De rechter kan wel rekening houden met gewijzigde omstandigheden, zoals bv. een verhuis van het slachtoffer. De duurtijd kan tevens verminderd worden. Bij een dergelijke inkorting wordt aan het slachtoffer de mogelijkheid geboden om te worden gehoord.

Een opheffing van deze maatregel kan alleen op verzoek van de veroordeelde of van het openbaar ministerie en nadat alle betrokkenen zijn gehoord en de opgelegde minimumduur van het woonverbod werd bereikt.

Hoewel de bezorgdheid voor het welzijn van het slachtoffer unaniem geloofd wordt, lieten zich in de doctrine reeds kritische geluiden horen ten tijde van het wetsvoorstel. Zo rijzen in het bijzonder vragen bij de afbakening van het toepassingsgebied. Moeten meerderjarige slachtoffers van de hoger vermelde misdrijven, en meer algemeen ook slachtoffers van andere strafbare feiten, zoals bv. zware slagen en verwondingen, zich niet met dezelfde legitimiteit kunnen verzetten tegen de vestiging van de dader in hun woonomgeving ?(3)

Algemeen kan vastgesteld worden dat de aanpak van seksueel delinquenten de laatste twintig jaren hoog op de politieke agenda staat.(4) Naast het woonverbod bestond voorheen reeds het verbod ten aanzien van daders van verkrachting, aanranding van de eerbaarheid, prostitutie en zedenfeiten gepleegd ten aanzien van minderjarigen of met deelneming van minderjarigen om bepaalde beroepen of activiteiten uit te oefenen of deel uit te maken van bepaalde organisaties.

Nieuw is sinds 2 mei 2013 tevens de mogelijkheid van de rechter om vonnissen over zedenfeiten, prostitutie, verkrachting en aanranding van de eerbaarheid door te sturen naar de werkgever.(5) Dit kan wanneer de dader door zijn hoedanigheid (sportactiviteiten, verenigingsleven, ...) of beroep contact heeft met minderjarigen. Op die manier wordt de werkgever ingelicht over de veroordeling. Ook deze maatregel is geen automatisme en dient met bijzondere redenen omkleed te zijn wegens de ernst van de feiten, het vermogen tot reclassering of het risico op recidive. De werkgever bekomt ook niet het gehele vonnis, maar enkel het strafrechtelijk gedeelte van het dispositief. De vraag rijst uiteraard wat hij met deze informatie zal doen ...

(1) Wet van 14 december 2012 tot verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie BS 22 april 2013.
(2) Parl.St. Kamer 2001-12, nr. 53-2275/001, 8.
(3) W. De Bondt, B. Ketels en G. Vermeulen, "Is een woonverbod voor pedofielen wel nodig?", Juristenkrant 2008, 15.
(4) Zie hieromtrent ondermeer S. De Decker, "Seks verandert alles? Het bijzonder regime bij de uitvoering van strafrechtelijke sancties ", in A. Masset e.a., De vervolging en behandeling van daders van seksuele misdrijven, Colloquium Belgisch-Luxemburgse Unie voor strafrecht, Brussel, La Charte, 2009, 115-159.
(5) Of representatief orgaan of de overheid die de tuchtrechtelijke bevoegdheid uitoefent, zoals bv. de Orde der Geneesheren.

Lore Gyselaers,
advocaat