Is uw notaris aansprakelijk voor zijn fouten en hoe lang?

Ons Grondwettelijk Hof doet soms uitspraken die belangrijke gevolgen teweegbrengen in ons rechtssysteem.

Neem nu het arrest van 13.12.2012 (GWH 13.12.2012, arrest nr. 2012/150) terzake de professionele aansprakelijkheid van de notaris voor de door hem begane fouten.

Tot op vandaag bestond er een ernstige onenigheid over de verjaringstermijn die moest toegepast worden als men de notaris via een rechtsvordering wenste te horen veroordelen voor de door hem begane fouten.

De verjaringstermijn is de termijn waarover de benadeelde beschikt om degene die de fout heeft begaan in rechte aan te spreken.

Laat men die termijn verstrijken zonder de veroorzaker van de fout in rechte aan te spreken (bv. bij dagvaarding) dan is de vordering hopeloos verjaard en zal er geen vergoeding worden bekomen voor de fouten die werden begaan.

Grosso modo bestonden de volgende opvattingen :

1. de fout van een notaris geeft aanleiding tot een contractuele aansprakelijkheid waardoor de verjaringstermijn 10 jaar bedraagt (artikel 2262bis § 1 B.W.),
2. de fout van een notaris geeft aanleiding tot een extra-contractuele aansprakelijkheid waardoor de verjaringstermijn in principe slechts 5 jaar bedraagt (artikel 2262bis § 2 B.W.)

Dit verschil in verjaringstermijnen werd verantwoord door de aard van de verhouding die de cliënt had met de notaris.

Sprak U de notaris aan om voor U een onderhandse overeenkomst op te stellen of U hierbij raad te geven dan had U met de notaris een contractuele verhouding en was er dus sprake van een contractuele aansprakelijkheid.
Als de notaris optrad als openbaar ambtenaar (bv. voor het verlijden van een authentieke akte) oordeelden de rechtbanken meestal – maar niet altijd – dat voor fouten in deze akten de aansprakelijkheid van de notaris buitencontractueel was.

Het Grondwettelijk Hof oordeelde nu dat het niet redelijk verantwoord is dat cliënten over een verschillende termijn beschikken om de notaris in rechte aan te spreken (10 jaar – 5 jaar).
De notaris moet immers volgens het Hof zowel bij onderhandse als bij authentieke handelingen dezelfde professionele kwaliteiten bieden.

Uit het arrest mag afgeleid worden dat we voortaan mogen spreken van een veralgemeende contractuele aansprakelijkheid van de notaris opzichtens zijn cliënt.

Het Hof volgt hierin o.m. Professor Casman die reeds jaren geleden deze stelling genegen was.

Vermelden wij volledigheidshalve toch nog de speciale situatie die terug te vinden is in artikel 2276quinquies B.W. :

"Voor de beroepsaansprakelijkheid van de notarissen gelden de gemeenrechtelijke verjaringstermijnen, behoudens voor de beroepsaansprakelijkheid betreffende de laatste wilsbeschikkingen en de contractuele erfstellingen waarvoor de verjaringstermijn begint te lopen vanaf het overlijden van de betrokkene die de laatste wilsbeschikking of de contractuele erfstelling deed."

We benadrukken dat de aansprakelijkheid van de notaris voortaan steeds van contractuele aard is, tenzij de notaris door de rechter werd aangesteld om zijn ambt te verlenen.

Als je meent dat je notaris een professionele fout heeft begaan is het aan te raden advies te vragen aan uw advocaat die zal kunnen nagaan vanaf wanneer de verjaringstermijn is beginnen lopen en vóór welke datum U een eventuele rechtsvordering moet instellen om de schadeaanspraken te bekomen.

Arne Van der Graesen,
advocaat-vennoot