Onderhoudsgelden voor kinderen onder de fiscale loep genomen

Wanneer na een breuk afspraken gemaakt worden rond betaling van onderhoudsgelden voor de kinderen, mag men niet uit het oog verliezen dat aan deze betaling ook fiscale gevolgen vasthangen. Het principe lijkt duidelijk te zijn: diegene die onderhoudsgelden betaalt, heeft recht op een fiscale aftrek van 80% voor de uitgevoerde betalingen; diegene voor wie de onderhoudsgelden bestemd zijn, wordt belast op de ontvangen gelden. Niettemin bestaan er in de praktijk toch nog vaak onduidelijkheden omwille van de concrete aard van de situatie. Met deze bijdrage willen wij een antwoord geven op enkele veel gestelde vragen betreffende de fiscale aftrek van onderhoudsbijdragen voor kinderen.


1. Kunnen vrijwillig betaalde onderhoudsgelden voor de kinderen fiscaal in mindering gebracht worden?

1.1

Aangezien er geen wettelijke verplichting bestaat om de betaling van onderhoudsgelden in een contract te laten vastleggen of door een rechter te laten opleggen opdat deze fiscaal aftrekbaar zouden zijn, worden ook spontane betalingen door de fiscus aanvaard als aftrekbare besteding.

Wanneer onderhoudsgelden vrijwillig door de ene ouder aan de andere betaald worden ten behoeve van de kinderen, zonder dat hier een contractuele of gerechtelijke verplichting toe bestaat, kunnen zij derhalve fiscaal voor 80% in mindering gebracht worden van de belastbare inkomsten.

Bovendien dient tevens aan de volgende 3 algemene voorwaarden voldaan te zijn opdat de fiscale aftrekbaarheid werkelijk aanvaard wordt:

1. betalingen moeten gebeurd zijn ter uitvoering van een wettelijke verplichting;

In de eerste plaats zijn enkel die betalingen aftrekbaar die gebeuren in het kader van een wettelijk opgelegde onderhoudsverplichting. Een dergelijke verplichting geldt steeds in de relatie ouder – minderjarig of nog niet afgestudeerd meerderjarig kind en dit op basis van art. 203 van het Burgerlijk Wetboek.

2. betalingen moeten gebeurd zijn aan een persoon die geen deel uitmaakt van het gezin van de onderhouds / belastingplichtige;

Verder mag de onderhoudsgerechtigde geen deel uitmaken van het feitelijk gezin van de onderhoudsplichtige op het moment dat de geldsom betaald wordt.

Door de fiscus wordt met de feitelijke situatie rekening gehouden. Het volstaat niet dat men niet officieel samen op hetzelfde adres ingeschreven staat. Men moet daadwerkelijk, in feite op aparte adressen verblijven. De fiscus zou dienaangaande immers een controle kunnen uitvoeren.

3. betalingen moeten op regelmatige basis verricht zijn;
Ten derde moet er een zekere regelmaat in de betalingen terug te vinden te zijn. Er dient niet noodzakelijk iedere maand of met dezelfde regelmaat betaald te worden om van een fiscale aftrek te kunnen genieten. Evenmin wordt vereist dat telkens hetzelfde bedrag betaald wordt.

4. betaling moeten ook daadwerkelijk gebeurd zijn.

Het spreekt voor zich dat bewijs van betaling van de onderhoudsgelden moet voorgelegd kunnen worden wanneer de fiscus hier om vraagt.

1.2

Wanneer aan alle voormelde voorwaarden voldaan is, kan de onderhoudsplichtige in zijn aangifteformulier het bedrag invullen dat hij in het betreffende jaar werkelijk betaalde voor het onderhoudsgerechtigde kind, dit bij code 1390. Tevens dienen de gegevens van het onderhoudsgerechtigde kind vermeld te worden.

Anderzijds moet ook het onderhoudsgerechtigde kind op zijn aangifte de ontvangen onderhoudsuitkering vermelden bij code 1192. Immers, wanneer een ouder onderhoudsgelden betaalt voor zijn kinderen, dan is de onderhoudsgerechtigde niet de andere ouder (die in principe de onderhoudsgelden wel zal ontvangen, doch deze aan de kinderen dient te besteden), maar wel de kinderen zelf.

De onderhoudsgelden zijn belastbaar tezamen met eventueel andere inkomsten van de kinderen (bijvoorbeeld in het kader van een studentenjob).

Wanneer de kinderen geen aangifteformulier ontvangen, kan dit expliciet bij de fiscus aangevraagd worden.


2. Kunnen medische kosten, studie- en hobbykosten waarin een bijdrage geleverd wordt bovenop het maandelijkse onderhoudsgeld tevens vermeld worden op de belastingbrief?

De onderhoudsbijdrage die men voor de kinderen verschuldigd is, bevat volgens de wet zowel gewone als buitengewone kosten. De gewone kosten zijn de gebruikelijke kosten met betrekking tot het dagelijks onderhoud van de kinderen. Buitengewone kosten zijn uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijk budget voor het dagelijks onderhoud van de kinderen overschrijden.

Volgende kosten worden door rechtspraak vaak als buitengewone (verblijfsoverschrijdende) kosten aanvaard: studiekosten, zoals de huur van een kot, inschrijvingsgelden, kosten van cursussen; kosten verbonden aan de uitoefening van vrijetijdsactiviteiten, hobby's; belangrijke medische kosten;...

Naast de "klassieke" onderhoudsgelden die principieel maandelijks betaald worden, kunnen ook de betalingen van de buitengewone kosten in aanmerking komen voor fiscale aftrek, in zoverre zij voldoen aan de hierboven reeds vermelde voorwaarden:

1. De betalingen situeren zich binnen de contouren van de wettelijke onderhoudsverplichting van art. 203 Burgerlijk Wetboek (zie boven).

Willekeurige betalingen die louter bedoeld zijn om het inkomen om fiscale redenen af te romen, en die niet ingegeven zijn door een onderhoudend motief, komen niet in aanmerking voor aftrekbaarheid bij de betaler.

2. De betalingen werden verricht ten behoeve van diegene die feitelijk geen deel uitmaakt van het gezin van diegene die de betalingen uitvoert.

3. Er werd op regelmatige basis betaald.

4. Er kan bewijs van betaling voorgelegd worden.