Voor de makelaar een rode kaart

Voorzichtigheid geboden bij de verzekeringsmakelaars bij de aflevering van een groene kaart: beroepsaansprakelijkheid mogelijks betrokken!
Een tijdelijke groene kaart is een document dat het bewijs levert van de aanvraag van een
verzekeringsovereenkomst. Ze wordt uitgereikt door de verzekeraar (lees: maatschappij) of door zijn gemandateerde.

Als verzekeringstussenpersoon moet deze laatste er wel nauwlettend op toezien dat de naar de verzekeraar verstuurde verzekeringsvoorstellen al dan niet positief worden beantwoord.

Doet de makelaar dit niet, dan brengt de makelaar zijn beroepsaansprakelijkheid in het gedrang.


Een voorbeeld uit de rechtspraak ter verduidelijking:
( cfr. vonnis Rb. Kh. Antwerpen (19e k.) 9 februari 2010, De Verz. 2011, 468)

Verzekeringsmakelaar Y wordt door verzekeringsmaatschappij X gemandateerd om groene kaarten af te leveren.

Dergelijke tijdelijke verzekeringsbewijzen verplichten de verzekeringsmaatschappij om de burgerrechtelijke aansprakelijkheid te dekken van het voertuig waarvoor de kaart werd uitgereikt tijdens de voorziene duurtijd ervan.

Aldus schrijft een aangestelde van verzekeringsmakelaar Y twee groene kaarten uit ten voordele van verzekeringsnemer Z voor twee opeenvolgende periodes van een maand van 26 oktober 2004 tot 25 november 2004 en vervolgens van 26 november 2004 tot 25 december 2004.

Op 19 december 2004, tijdens de duurtijd van de tweede afgeleverde groene kaart, raakt de heer Z betrokken in een verkeersongeval, waardoor motorrijtuigenverzekeraar X gehouden is tot vergoeding van de schade aan de betrokken slachtoffers tot beloop van om en bij de 20.000 euro.

Maatschappij X is er nochtans zeer formeel over dat zij het verzekeringsvoorstel van de heer Z pas ruim zes maanden later, met name op 8 juni 2005, van makelaar Y heeft ontvangen, waarop ze reeds daags nadien laat weten dit voorstel niet te kunnen aanvaarden.

De verzekeringsmakelaar en de verzekeringsmaatschappij spreken elkaar op dit vlak echter flagrant tegen, met een dagvaarding door de verzekeringsmaatschappij in terugbetaling van haar uitgaven tot gevolg.

De Rechtbank van Koophandel te Antwerpen herinnert in eerste instantie aan de bepalingen van artikel 4, ยง1 van de wet op de Landverzekeringsovereenkomst, volgens hetwelk de verzekeraar over een periode van dertig dagen beschikt om standpunt in te nemen betreffende het geformuleerde verzekeringsvoorstel.

Omdat maatschappij X beweert het voorstel pas meer dan zes maanden na het uitreiken van de eerste groene kaart te hebben ontvangen, draagt zij hiervan principieel als eisende partij de bewijslast.

Niettemin aanvaardt de rechtbank dat bezwaarlijk van de verzekeringsmaatschappij een negatieve bewijsvoering kan verwacht worden, in die zin dat zij zou moeten aantonen het voorstel niet eerder dan 8 juni 2005 te hebben ontvangen.

Anderzijds zou verzekeringsmakelaar Y in staat moeten kunnen worden geacht om het positieve bewijs te leveren van diens versie, namelijk het eerder (lees: tijdig) overmaken van het verzekeringsvoorstel aan verzekeringsmaatschappij X.

Toch vrij opmerkelijk overweegt de rechtbank in dat verband letterlijk dat "uit de eisen
van redelijkheid derhalve een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit dan uit de
processuele positie van partijen".

Gelet op de gangbare praktijk maakt de verzekeringsmakelaar Y volgens de rechtbank daarentegen wel aannemelijk dat het niet zo eenvoudig is om een eerdere verzending van het voorstel te bewijzen, nu dergelijke voorstellen steevast zonder begeleidende brief en al helemaal niet per aangetekende zending worden verstuurd.

Dit neemt evenwel niet weg dat een verzekeringstussenpersoon (makelaar/agent) toch over een afdoend
opvolgingssysteem zou moeten beschikken, waarbij kan nagegaan worden in welke mate verzekeringsvoorstellen al dan niet een positieve beoordeling vanwege de verzekeraar kregen. Een dergelijk systeem lijkt in het kader van een georganiseerde bedrijfsvoering immers noodzakelijk te zijn om dossiers op te volgen, klanten/kandidaatverzekeringsnemers te informeren en de eigen positie te kennen, aldus de pragmatisch
ingestelde magistraten.

Cruciaal in de beoordeling van dit specifieke geschil is voor de rechtbank vooral dat makelaar Y klaarblijkelijk een tweede groene kaart aflevert na het verstrijken van de geldigheidsduur van de eerste kaart, doch zonder bij maatschappij X eerst navraag te doen omtrent de status van de verzekeringsaanvraag die ten tijde van het opstellen van de tweede kaart toch ongeveer een maand eerder in de tijd te situeren valt.

Het feit dat de eerste dekkingsperiode van een maand verstreek zonder bericht van verzekeraar X, had tussenpersoon Y minstens tot voorzichtigheid moeten aansporen.

Het zondermeer uitreiken van een tweede groene kaart zonder enig teken van leven vanwege de maatschappij maakt dan ook een onzorgvuldigheid en dus een fout in hoofde van de makelaar uit.

De vordering in terugbetaling van de integrale uitgaven verricht in het kader van de beide
verkeersongevallen werd gegrond verklaard.


Kurt SMETS
Advocaat