Nieuwe opzegregel hogere bedienden ook richtlijn voor 'oude' contracten

Zoals jullie reeds weten, zijn onlangs de opzeggingstermijnen voor bedienden gewijzigd ten gevolge van de IPA-wet, dit als eerste stap in het eenmakingsproces van de arbeiders- en bediendenstatuten.

Deze nieuwe regeling bestaat erin dat er vaste opzegtermijnen worden ingevoerd.

Voor wat betreft de zgn. hogere bedienden (bedienden die meer dan 31.467 euro per jaar verdienen), bedraagt de opzegtermijn thans in principe 30 kalenderdagen per begonnen jaar anciënniteit. De termijn die de werkgever in acht dient te nemen mag evenwel niet korter zijn dan de termijn die moet worden betekend aan een lagere bediende.

De opzeggingstermijn wordt aldus voortaan bij wet bepaald en niet meer, zoals bij de vroegere regeling, bij overeenkomst tussen de partijen of, bij gebreke hieraan, door de rechter. Er moet met andere woorden geen beroep meer worden gedaan op de formule Claeys om een 'behoorlijke of redelijke opzeggingstermijn' te bepalen.

De nieuwe opzeggingstermijnen gelden enkel voor de bedienden waarvan de uitvoering van de overeenkomst begint vanaf 1 januari 2012.

Bedienden die al vóór 1 januari 2012 in dienst zijn, zijn bijgevolg nog onderworpen aan de oude regeling, waar er aldus een onderhandelingsmarge bestaat bij de hogere bedienden en waarbij teruggegrepen wordt naar de formule Claeys als houvast voor de berekening van de opzegtermijn.

Gelet op de grote duidelijkheid die de nieuwe regeling biedt, was het evenwel te verwachten dat thans in geval van toepassing van de oude regeling teruggegrepen zou worden naar deze nieuwe wetgeving om de 'redelijke' opzegtermijn mee te bepalen.

Deze verwachting gold des te meer gelet op het verplichte eenmakingsproces van de arbeiders- en bediendenstatuten. In dit verband brengen we immers het recente arrest van het Grondwettelijk Hof d.d. 7 juli 2011 nogmaals in herinnering. Hierin besliste het Hof dat alle verschillen tussen de statuten van arbeiders en bedienden verdwenen moeten zijn tegen uiterlijk 8 juli 2013.

Zoals verwacht, zo geschiedde...

Intussen is het eerste vonnis met verwijzing naar de nieuwe regeling ons inderdaad bekend. Het betreft een vonnis van de Arbeidsrechtbank te Kortrijk, afdeling Roeselare van 14 maart 2012.

In het geval dat ter beoordeling voorlag aan de Arbeidsrechtbank, was een bediende met 34 jaar anciënniteit ontslagen met een opzeggingstermijn van 28 maanden. De bediende was hier niet mee akkoord en vorderde 38 maanden.

De Arbeidsrechtbank oordeelde dat op basis van een aantal argumenten een termijn van 34 maanden een redelijke termijn was en voegde eraan toe dat "deze termijn ook in de lijn ligt van de nieuwe regeling van art. 86/2".

Het eerste vonnis waarin verwezen wordt naar de nieuwe regeling als richtlijn voor de bepaling van een redelijke opzegtermijn, is aldus een feit. De kans is groot dat er nog meer zullen volgen.

Dus werkgevers, indien jullie de intentie hebben een hogere bediende te ontslaan, doen jullie er goed aan vooreerst terug te denken aan dit vonnis van de Arbeidsrechtbank te Kortrijk, afdeling Roeselare. Vergelijk de opzeggingstermijn die U wenst toe te passen met deze die de nieuwe wetgeving zou opleggen. Immers, de rechter zal dit hoogstwaarschijnlijk ook doen.


Bianca PICERNO
Advocaat