Een nieuwe telg in het strafrecht: Het Sociaal Strafwetboek

U heeft een onderneming en wordt bijgevolg om de oren geslagen met talrijke sociaalrechtelijke verplichtingen. Mogelijks kreeg u de sociale inspectie al over de vloer of dreigt een dergelijk bezoek eraan te komen. U heeft er alle belang bij ervoor te zorgen dat alle verplichtingen op correcte wijze worden vervuld en alle noodzakelijke documenten zorgvuldig worden opgesteld en bijgehouden. Op talrijke verplichtingen staan immers behoorlijk zware sancties.

Sinds de Wet van 6 juni 2010, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2010 en in werking op 1 juli 2011, worden deze sancties gecodificeerd in een gloednieuw instrument: het Sociaal Strafwetboek.

Voorheen waren de bepalingen van het sociaal strafrecht verspreid over talloze wettelijke en reglementaire teksten van sociaal recht, met een gebrek aan leesbaarheid en coherentie tot gevolg. Met het Sociaal Strafwetboek worden al deze bepalingen gebundeld en geharmoniseerd. Dit wetboek kadert in de uitdrukkelijke wens van de wetgever om de strijd aan te binden tegen ernstige sociale fraude en illegale arbeid.

Het Sociaal Strafwetboek bestaat uit twee delen. Het eerste boek betreft de preventie, de vaststelling en de vervolging van inbreuken. De controle door sociale inspecteurs waaraan een uitgebreidere macht wordt toevertrouwd, komt hier aan bod. Het tweede boek definieert de verschillende inbreuken en bepaalt de overeenstemmende sancties.

De inbreuken en strafsancties worden ingedeeld volgens zwaarte in een coherent strafschema bestaande uit vier niveaus. Op die manier wordt een einde gemaakt aan een ondoorzichtig kluwen van straffen.

Het volgende overzicht biedt meer duidelijkheid.


Niveau 1: Administratieve geldboete 10-100 EUR
Niveau 2: Administratieve geldboete 25-250 EUR
Strafrechtelijke geldboete 50-500 EUR
Niveau 3: Administratieve geldboete 50-500 EUR
Strafrechtelijke geldboete 100-1000 EUR
Niveau 4: Administratieve geldboete 300-3.000 EUR
Strafrechtelijke geldboete 600-6.000 EUR
Gevangenisstraf 3m.-6j.


Uit bovenstaande tabel blijkt dat de lichtste inbreuken, deze van niveau 1, gedepenaliseerd worden en bijgevolg niet meer voor de strafrechtbanken worden gebracht. Alleen een administratieve geldboete is mogelijk. Het betreft bijvoorbeeld het verstrekken van onjuiste inlichtingen met het oog op de toepassing van educatief verlof.

De matige inbreuken (niveau 2) en zware inbreuken (niveau 3) kunnen zowel gesanctioneerd worden met een administratieve als met een strafrechtelijke geldboete. Als wijze van voorbeeld van een matige inbreuk kan gewezen worden op het opmaken van een onvolledige of onjuiste individuele rekening of op het overschrijden van de maximum toegelaten te presteren uren per dag. Ook het niet treffen van de gepaste maatregelen om pesterijen om de werkvloer te voorkomen maakt een inbreuk van niveau 2 uit. Een werkgever die geen arbeidsongevallenverzekering aangaat of een werknemer buiten de door de wet toegelaten gevallen van de uitzendarbeid tewerkstelt, begaat een zware inbreuk (niveau 3).

Slechts voor de zwaarste misdrijven (niveau 4) is een vrijheidsberovende straf mogelijk, bepaald op 3 maanden tot 6 jaar. Het betreft bijvoorbeeld het tewerkstellen van buitenlandse werknemers zonder verblijfsvergunning of het niet verrichten van de Dimona-verplichtingen.

De inbreuken van niveau 4 kunnen evenwel ook volledig buiten de strafrechtbanken, via een administratieve geldboete worden afgehandeld. Het is duidelijk dat de wetgever de administratiefrechtelijke kaart trekt en slechts de zware vormen van sociale fraude voor de rechtbank wenst te brengen. In de toekomst zullen minder inbreuken via strafrechtelijke weg worden gesanctioneerd, maar voortaan zijn er voor alle inbreuken - ook voor de lichtste - administratieve geldboetes mogelijk. De kans dat uw onderneming "een boete" krijgt is bijgevolg groter.

Voor de inbreuken van niveau 3 en 4 zijn daarnaast bijkomende sancties mogelijk, waaronder een tijdelijk exploitatieverbod, beroepsverbod of bedrijfssluiting.

Wat de hoogte van de strafrechtelijke en administratieve geldboeten betreft, dient rekening te worden gehouden met de Wet op de opdeciemen. Voor feiten gepleegd vanaf 1 januari 2012 dienen de opgelegde geldboetes vermenigvuldigd te worden met 6.

Wanneer de inbreuk gepleegd werd ten aanzien van meerdere werknemers, moet de geldboete daarenboven vermenigvuldigd worden met het aantal betrokken werknemers, zonder dat de vermenigvuldigde geldboete meer mag bedragen dan 100x de maximumgeldboete. Indien men bijvoorbeeld 12 illegale arbeidskrachten tewerkstelt en men strafrechtelijk wordt veroordeeld tot een geldboete, dan bedraagt deze geldboete maximum 6.000 EUR x 6 (opdeciemen) x 12 (aantal betrokken werknemers) = 432.000 EUR.

Bij verzachtende omstandigheden kan de geldboete of de gevangenisstraf verminderd worden, zonder dat de administratieve of strafrechtelijke geldboete lager mag zijn dan 40% van het minimumbedrag door de wet voorzien. Bij recidive worden de sancties verdubbeld.


Zoals hoger vermeld, trad het Sociaal Strafwetboek in werking op 1 juli 2011. De harmonisatie, vereenvoudiging en coherentie die eruit voortvloeit, kunnen ongetwijfeld worden toegejuicht. Voor de werkgever heeft deze nieuwe telg in het strafrecht evenwel tot gevolg dat bepaalde inbreuken op bepalingen van het sociaal recht of sociale zekerheidsrecht sneller of aanzienlijk zwaarder worden gesanctioneerd, in ernstige gevallen met bedrijfssluiting als resultaat. U doet er bijgevolg goed aan na te kijken welke maatregelen eventueel nodig zijn in uw onderneming.


Lore GYSELAERS
Advocaat