Nieuwe richtlijn: bestrijding betalingsachterstand bij handelstransacties

Op 16 februari 2011 is er een nieuwe Europese richtlijn betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties uitgevaardigd. Richtlijn 2011/7/EU vervangt de oude Richtlijn 2000/35/EG en moet tegen 16 maart 2013 in het interne Belgische recht worden omgezet. De reden voor de invoering van de nieuwe richtlijn en de verstrenging van de bestaande regeling is gelegen in het feit dat ondernemingen en overheden nog steeds niet erg stipt blijken te zijn in hun betalingen.

De omzetting van de oude richtlijn luidde enkele belangrijke wijzigingen in van het Belgische recht, zowel op het vlak van het verbintenissenrecht (de Wet Betalingsachterstand Handelstransacties van 2 augustus 2002 had ingrijpende gevolgen met betrekking tot, onder meer, de termijnen voor nakoming, opeisbaarheid en interesten), als op het vlak van de verhaalbaarheid van de erelonen van de advocaat.

De nieuwe richtlijn kondigt opnieuw heel wat wijzigingen aan. De meest opvallende zijn strengere regels voor betalingen door overheidsinstanties en het invoeren van een forfaitaire vergoeding van minimum 40,00 euro voor invorderingskosten, zonder aanmaning en ongeacht een procedure of bijstand van een advocaat. Naast deze forfaitaire vergoeding kan de schuldeiser aanspraak maken op een redelijke schadeloosstelling door de schuldenaar voor alle door diens betalingsachterstand ontstane invorderingskosten welke dat vaste bedrag te boven gaan. Daartoe kunnen onder meer de kosten worden gerekend die worden gemaakt voor het inschakelen van een advocaat of een incassobureau.
De wettelijke betalingstermijn als partijen niets contractueel overeenkomen, blijft 30 kalenderdagen. Ondernemingen onderling kunnen contractueel een andere termijn overeenkomen die in principe maximum 60 kalenderdagen mag bedragen tenzij ze uitdrukkelijk een langere termijn overeenkomen en op voorwaarde dat die niet kennelijk onbillijk is voor de schuldeiser.
Zoals hoger reeds gesteld wordt de regeling voor transacties met overheidsinstanties aanzienlijk strenger. De lidstaten mogen de wettelijke termijn ook verlengen tot 60 kalenderdagen maar enkel voor welbepaalde overheidsinstanties (bv. Belgacom en De Post). Voor alle andere overheidsinstanties wordt een betalingstermijn van 30 dagen de norm.


HUIDIGE INTERESTVOET

De intrestvoet, dewelke momenteel (tweede semester 2011) van toepassing in geval van laattijdige betalingen bij handelstransacties bedraagt 8,5%. Dat betekent een stijging van 0,5% ten opzichte van het percentage voor de eerste jaarhelft van 2011.


Katleen LEMMENS
Advocaat