Gescheiden: alles achter de rug...?

Hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling

Wetgevende initiatieven zorgden er voor dat de echtscheidingsprocedure vanaf 1 september 2007 aanzienlijk sneller afgerond kon worden, dan voorheen het geval was. Van zodra een onherstelbare ontwrichting aangetoond kon worden, onder meer op basis van een afzonderlijke behuizing van de echtgenoten sedert een half jaar of een jaar, kon een echtscheiding voortaan niet meer tegengehouden worden.

Jammer genoeg werd de procedure betreffende de vereffening-verdeling van de huwelijksgemeenschap volgend op de echtscheiding (en bij uitbreiding alle vereffeningsprocedures) niet hervormd. Dergelijke procedures konden ook na de hervorming van het echtscheidingsrecht nog lange tijd blijven aanslepen ingevolge discussies tussen partijen omtrent vergoedingen die aan de ene of de andere zouden toekomen omwille van vermogensverschuivingen tijdens het huwelijk.

De wetgever zag in dat ook in de vereffeningsprocedure diende ingegrepen te worden om er voor te zorgen dat deze eveneens op korte termijn zou kunnen afgehandeld worden en partijen het gehele huwelijkshoofdstuk achter zich zouden kunnen laten. Frankrijk was door het Europees Hof van de Rechten van de Mens reeds op de vingers getikt omwille van het feit dat zij er bij gebrek aan regelgeving niet voor zorgde dat vereffeningsprocedures binnen een redelijke termijn afgehandeld werden.

De Belgische Staat wilde niet een soortgelijke veroordeling oplopen. Met de wet van 13 augustus 2011, die van toepassing zal zijn vanaf 1 april 2012, heeft men gepoogd het tijdsverloop van alle vereffeningsprocedures (ook diegene bijvoorbeeld diegene die na het openvallen van een nalatenschap bij overlijden opgestart worden) binnen redelijke perken te houden.


1. Verbeteren en versnellen van de procedure

De wetswijziging had als eerste bedoeling de vereffeningsprocedure zodanig te verbeteren dat ze voortaan op zo kort mogelijke termijn zou afgesloten kunnen worden.

Jarenlang aanslepende procedures bleken in de praktijk vaak geen uitzondering meer te zijn: het opmaken van een boedelbeschrijving; het meedelen van stukken en aanspraken die men meent te mogen maken; het opmaken van een vereffeningsstaat; het formuleren van bezwaren op de staat; het beslechten van geschillen; ... in iedere fase van de vereffening-verdeling kon een partij omwille van een gebrek aan medewerking de procedure nodeloos vertragen.

Dergelijke vertragingsmanoeuvres worden met de nieuwe regelgeving aan banden gelegd.

Voortaan zal er in principe ook nog slechts één notaris-vereffenaar worden aangesteld die de uiteindelijke staat dient op te stellen.

De figuur van de tweede notaris die de weigerende of niet-verschijnende partij in de loop van de procedure dient te vertegenwoordigen, wordt afgeschaft.


2. Verloop voorzienbaar maken voor partijen

In de tweede plaats werd geoordeeld dat het in het belang van ieder van de partijen is om bij aanvang van de vereffeningsprocedure te weten wat er van hen verwacht wordt en binnen welke termijn de procedure dient afgehandeld te worden.

Wanneer vroeger de vraag kwam binnen welke termijn de werkzaamheden van vereffening-verdeling afgerond zouden zijn, kon men partijen daar geen pasklaar antwoord op geven.

Thans hebben partijen de keuze: ofwel wordt in onderling overleg bepaald binnen welke termijn bepaalde zaken dienen afgehandeld te zijn; ofwel worden de wettelijke termijnen toegepast die partijen zondermeer dienen te respecteren.

Wanneer de termijnen niet nageleefd worden, dan kan men daar niet meer op terugkomen. Bijvoorbeeld: werd overeengekomen dat ieder der partijen binnen een termijn van 2 maanden zijn aanspraken moet kenbaar maken en alle stukken hiertoe dient bij te brengen en men houdt zich niet aan deze termijn, dan kan met de laattijdig geformuleerde aanspraken of neergelegde stukken geen rekening meer worden gehouden bij de verdere afwikkeling van de vereffeningsprocedure.

Ook de notaris zelf zal zich aan de overeengekomen of wettelijk voorziene termijnen dienen te houden. Wanneer hij dit niet doet, riskeert hij tuchtstraffen op te lopen.


3.Bevorderen van een akkoord tussen partijen in elke fase

Ten derde is de verzoeningsgedachte ook in de nieuwe procedureregeling voor de vereffening-verdeling terug te vinden.

De wet maakt het voor partijen mogelijk om binnen de notariële fase definitief bindende deelakkoorden af te sluiten. Op dergelijke akkoorden zal derhalve niet meer teruggekomen kunnen worden.

De akkoorden zullen opgenomen worden in een proces-verbaal dat door beide partijen ondertekend dient te worden.

Vaak kunnen bepaalde deelakkoorden de gemoederen tussen partijen in belangrijke mate bedaren, en derhalve de verdere afwikkeling van de vereffeningsprocedure vergemakkelijken.


4. Versterken van de rol van de actieve notaris-vereffenaar

Een vierde en laatste belangrijke doelstelling van de wetgever was om de notaris, belast met de vereffening-verdeling, meer verantwoordelijkheid en een meer actieve rol toe te kennen.

De notaris zal vanaf 01.04.2012 zelf heel wat initiatieven kunnen nemen, waarvoor niet langer de tussenkomst van de Rechtbank vereist is:

Wanneer de Rechtbank een deskundige heeft aangesteld teneinde een schatting uit te voeren van bepaalde goederen die deel uitmaken van de onverdeeldheid, kan de notaris, mist akkoord van partijen, diens taak voortaan zelf vervolledigen, wijzigen, vragen een eerder gemaakte schatting te actualiseren.
De notaris dient zich niet langer tot de Rechtbank te wenden om de aanstelling van een andere notaris te vragen wanneer hijzelf territoriaal niet bevoegd is om bepaalde handelingen te stellen, zoals bijvoorbeeld het opstellen van een inventaris.

De notaris kan zelf onmiddellijk verkoopsvoorwaarden voor een openbare verkoop van een onverdeeld goed opstellen, wanneer blijkt dat een verdeling in natura onder de deelgenoten niet mogelijk is, zonder daar vooraf machtiging voor te hebben gekregen van de Rechtbank.

Bovendien zal de notaris zich voortaan in elke fase van de vereffeningsprocedure ook tot de Rechtbank kunnen wenden wanneer er tijdens de procedure moeilijkheden rijzen die de hem belemmeren in de voortzetting van zijn werkzaamheden en die verhinderen dat hij een vereffeningsstaat kan opstellen. Geschilpunten zullen op deze manier snel beslecht kunnen worden en de procedure zal nadien probleemloos verder gezet kunnen worden.


Of voormelde vier doelstellingen in de praktijk ook effectief zullen zijn, valt uiteraard nog af te wachten. In de wet zitten immers nog steeds achterpoortjes verborgen die partijen kunnen aanwenden om de procedure aanzienlijk te vertragen.

Bovendien is de nieuwe regelgeving maar van toepassing op vereffeningsprocedures waarover de Rechtbank zich na 1 april 2012 zal beraden. Voor de ondertussen reeds lopende procedures zal de huidige (oude) regelgeving blijven gelden.

Er is alleszins nu reeds geweten dat alle partijen, zowel advocaten, hun cliënten als de notaris, voor procedures vanaf 1 april 2012 belangrijke inspanningen zullen moeten leveren om zich aan de toepasselijke termijnen te houden. Er zal van bij aanvang van de procedure een goed dossier dienen samengesteld te worden, met hierin alle stukken en duidelijkheid over de aanspraken die men wenst te laten gelden.


Caroline BOVEN
Advocaat