De fiscus kijkt mee

Nieuwigheden

Bij de wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen (BS 6 mei 2011) is het bankgeheim aanzienlijk versoepeld. Daar waar bankinstellingen vroeger enkel gegevens aan derden mochten verstrekken aangaande hun cliënten wanneer een onderzoek concrete elementen aan het licht bracht die het bestaan of het voorbereiden van belastingontduiking konden doen vermoeden, zijn de mogelijkheden nu aanzienlijk uitgebreid.

Sinds 1 juli 2011 beschikt de fiscus over de mogelijkheid om aan bank-, wissel-, krediet- of spaarinstellingen inlichtingen te vragen over de rekening van een belastingplichtige. Dit wanneer hij naar aanleiding van een onderzoek over één of meer aanwijzingen van belastingontduiking beschikt of wanneer de fiscus voornemens is om de aanslag te vestigen op basis van tekenen of indiciën.

Daar waar er vroeger concrete elementen van belastingontduiking vereist waren, volstaat nu dus het loutere vermoeden om het bankgeheim op te heffen. Wel dienen deze aanwijzingen voldoende geloofwaardig te zijn en mag het niet gaan om vage veronderstellingen.

Om te vermijden dat de fiscus te pas en te onpas om de opheffing van het bankgeheim zou vragen, zijn door de nieuwe wet tevens een aantal voorwaarden ingevoerd waaraan voldaan moet zijn alvorens men daartoe kan overgaan.

Zo moet de belastingplichtige vooreerst de mogelijkheid krijgen zelf mee te werken aan het onderzoek, zodat hij eventueel zelf de gevraagde bankgegevens kan verstrekken. De fiscus dient hiervoor een vraag om inlichtingen te sturen aan de belastingplichtige met de uitdrukkelijke vermelding dat het bankgeheim mogelijk opgeheven wordt. De belastingplichtige beschikt daarna over een termijn van één maand om daarop te reageren.

Wanneer uiteindelijk toch wordt overgegaan tot de opheffing van het bankgeheim, moet steeds toestemming gegeven worden door een gewestelijk directeur die daartoe speciaal gemachtigd is. Bovendien mag het bankonderzoek maar worden uitgevoerd door een ambtenaar die minstens de graad van inspecteur heeft.

Tot slot werd bij de Nationale Bank van België een centraal aanspreekpunt opgericht. Iedere in België gevestigde bank-, wissel-, krediet- en spaarinstelling is verplicht om aan dit centraal aanspreekpunt de identiteit van hun cliënten en de rekeningnummers mee te delen. De fiscus kan zo nagaan bij welke financiële instellingen een belastingplichtige rekeningen heeft. Een interessant hulpmiddel om bankonderzoeken doeltreffender te maken.


Versoepeling van het bankgeheim versus de derdenrekening van de advocaat

Ook de gegevens van de derdenrekeningen van een advocaat zullen bij dit centraal aanspreekpunt terecht komen. Uiteraard stelt zich dan de vraag naar de verenigbaarheid hiervan met het beroepsgeheim van de advocaat.

In principe kan een advocaat niet aan fiscale controle ontsnappen door zich te verschuilen achter zijn beroepsgeheim, wel dient hij de nodige maatregelen te nemen ter vrijwaring van zijn beroepsgeheim.

In een arrest van het Hof van Beroep d.d. 15 juni 2010 werd de mogelijkheid voorzien voor de advocaat om voorafgaand aan een fiscale controle de identiteit van zijn cliënten onherkenbaar te maken op de rekeninguittreksels van de derdenrekeningen die dienen voorgelegd te worden. In dit geval is het wel aan te raden steeds de stafhouder op de hoogte te brengen.

De derdenrekening van een advocaat ontsnapt dus niet aan iedere fiscale controle.

Voor- en tegenstanders

Daar waar de versoepeling van het bankgeheim een goede zaak is voor de strijd tegen fraude en het tevens gezien kan worden als een goed middel om de schatkist te spijzen, zijn er toch heel wat tegenstanders van deze wetswijziging.

De associatie ter verdediging van belastingplichtigen heeft onlangs bij het Grondwettelijk Hof een beroep tot vernietiging van de opheffing van het bankgeheim ingediend, omdat het een overdreven schending van de privacy van belastingplichtige zou uitmaken (Artikel 8 EVRM).

Dit is ook de mening van Eurocommissaris Karel de Gucht die van oordeel is dat in de nieuwe wet de fiscus te veel macht werd gegeven.

Het is echter nog enige tijd wachten hoe het Grondwettelijk Hof hierop zal reageren.


Charlotte VAN THIENEN
Advocaat