De advocaat: always stand-by

Het is bekend dat de Belgische wetgeving niet tegemoet kwam aan de verplichting dat een verdachte de mogelijkheid moet hebben bijgestaan te worden door een advocaat als hij wordt ondervraagd door de politie of onderzoeksrechter.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) sprak in dit verband een mijlpaalarrest uit op 27.11.2008 in de zaak Salduz / Turkije.
Na een periode van algemene verwarring is de Belgische wet aangepast met ingang van 01.01.2012.

Hieronder geven wij de belangrijkste principes van de nieuwe wet weer.
De wet op consultatie en bijstandsrecht is enkel van toepassing voor verdachten.
Diegenen die ondervraagd worden als slachtoffers, aangevers, klagers of getuigen kunnen zich er niet op beroepen.
Ingeval tijdens het verhoor van bv. een getuige blijkt dat deze als een verdachte dient beschouwd, wordt het verhoor onderbroken om hem de mogelijkheid te bieden overleg te plegen met een advocaat.
De betrokkene moet verdacht worden van feiten die aanleiding kunnen geven tot een gevangenisstraf van meer dan 1 jaar. Voor verdachten van verkeersinbreuken is dit bijstandsrecht dan ook veelal niet van toepassing.
Het doel van het voorafgaandelijk overleg met een advocaat is in essentie de verdachte in te lichten over zijn rechten, meer in het bijzonder omtrent het zwijgrecht dat er in bestaat dat hij niet kan verplicht worden tijdens zijn verhoor zichzelf te beschuldigen.
De advocaat die de verdachte bijstaat tijdens het verhoor waakt erover dat dit verhoor correct verloopt.
Als het verhoor niet volgens de regels verloopt zal kan men hiervan melding laten maken in het proces verbaal.
Tijdens het verhoor kunnen de advocaat en de verdachte een zogenaamde time-out vragen voor bijkomend overleg van maximaal 15 minuten.


Hoe werkt dit bijstands- en consultatierecht nu concreet ?
De politieman die een verdachte die van zijn vrijheid is beroofd wil ondervragen zal hem eerst in de mogelijkheid moeten stellen 30 minuten voorafgaandelijk overleg te plegen met de advocaat van zijn keuze.
Deze advocaat moet binnen de 2 uur aanwezig zijn.
Als deze advocaat niet kan bereikt worden of nog als de verdachte geen advocaat gekozen heeft verwittigt de politie een permanentiedienst die wordt georganiseerd door de Orde van Vlaamse Balies.
De gekozen advocaat of de advocaat aangesteld door de permanentiedienst is in de mogelijkheid om telefonisch overleg te plegen met de verdachte.
Als dat overleg voor de verdachte volstaat kan hij tijdens zijn later verhoor afstand doen van zijn recht om bijgestaan te worden door deze advocaat.

Deze afstandsverklaring moet schriftelijk en wordt verplicht vermeld in het proces-verbaal. Verdachte minderjarigen kunnen nooit afstand doen van hun recht op bijstand tijdens hun verhoor.
Noteer dat deze zijn afstandsverklaring kan doen na of zonder voorafgaandelijk telefonisch consult met de advocaat.
Ingeval door het tijdsverloop dat dit bijstandsrecht met zich meebrengt de zogenaamde 24-uren-termijn om de aanhouding uit te vaardigen in het gedrang komt, kan deze termijn één keer met 24 uren worden verlengd.
Dit betekent concreet dat de termijn dat iemand van zijn vrijheid mag worden beroofd zonder dat een rechter hierover beslist verlengd is van maximaal 24 uren naar 48 uren.
Voor de balies zal deze bijkomende taak heel wat organisatie vragen.
Er dienen immers 7 dagen of 7 dagen, 24u op 24u voldoende advocaten ter beschikking te zijn om overal te lande verdachten bij te staan die door de politie worden ondervraagd.
Ons kantoor draait op dit ogenblik al volop mee in het kader van deze permanentiedienst.

Als de verdachte een schriftelijke uitnodiging ontvangt voor verhoor waarin de aanklacht en zijn rechten zijn vermeld wordt hij vermoed in de gelegenheid te zijn geweest voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Ingeval die uitnodiging die vermeldingen niet bevat kan de betrokkene eenmalig om uitstel verzoeken teneinde hem in de gelegenheid te stellen een advocaat te raadplegen.

Wij stellen ons ernstige vragen over de specifieke rol van de advocaat in de uitoefening van die bijstandsrol, de beperkte toegevoegde waarde die hij kan leveren versus de investering van tijd en middelen die van hem worden verwacht.
Welke impact deze nieuwe regeling zal hebben op de werking van ons beroep en ook op die van de politiediensten valt moeilijk te voorspellen.

Daar waar de advocaat vroeger eerder de actor van justitie was die post factum als kritische observator bijstand verleende aan de verdachte wordt hij meer en meer samen met de verdachte in het bad getrokken. De nieuwe en andere rol van de advocaat in een zeer kritische fase van het onderzoek zal allicht vaak voorwerp van debat vormen.
Het adagium "Nul ne plaide sous la robe" zal ongetwijfeld onder druk komen te staan.


Jan SWENNEN
Advocaat-vennoot