Verkeersboetes inhouden op loon. Wat kan en wanneer loop je als werkgever een risico?

Een werknemer heeft een bedrijfswagen ter beschikking, en de verkeersboetes komen binnen op naam van de onderneming. Vaak betaalt de onderneming de boetes en de werkgever zal de betaalde bedragen inhouden op het te betalen nettoloon op het einde van de maand.

Wat als u deze inhouding niet onmiddellijk realiseert, maar later pas doorvoert op het moment van het uitbetalen van de opzegvergoeding. Kan een werknemer deze inhouding betwisten? Recente rechtspraak van het Arbeidshof van Brussel dd. 22 november 2010 bracht eens te meer duidelijkheid in deze moeilijke situatie.

Bij een verkeersovertreding onderscheiden we een strafrechtelijk luik en een burgerrechtelijk luik. Daarnaast is er ook een onderscheid tussen een geldboete of een minnelijke schikking of anders gezegd een voorstel tot minnelijke inning.

Achtereenvolgens zullen we de diverse aspecten voor u overlopen.

1.De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de werknemer voor door hem begane verkeersovertredingen.
De werknemer is persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk, in geval hij een verkeersovertreding begaat, een ongeval veroorzaakt of door het ongeval verwondingen toebrengt aan derden. De werknemer zal voor deze gepleegde feiten zelf moeten instaan voor de boeten, ongeacht of hij die begaat tijdens zijn werkuren of zijn privétijd.
2.De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de werkgever voor de geldboete.

1.De geldboete
De werkgever kan, indien de werknemer een verkeersovertreding begaat in de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst, mee aansprakelijk gesteld worden voor het betalen van de geldboetes:
(Artikel 44,1° van de loonbeschermingswet en artikel 67 van de verkeerswet van 16 maart 1968)

De werkgever is m.a.w. mee burgerrechtelijk verantwoordelijk voor de betaling van geldboetes die aan de werknemer opgelegd worden wegens een verkeersovertreding gepleegd tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst. Voor alle duidelijkheid : het gaat uiteraard alleen over boetes opgelopen tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

De betaling van de boetes blijft in eerste instantie een persoonlijke aansprakelijkheid en gehoudenheid van de dader van het schadegeval, de werknemer. De burgerlijke aansprakelijkheid van de werkgever betreft een bijkomende betalingsfaciliteit in het voordeel van de nationale Schatkist, een modaliteit die een vlotte inning van de boete moet garanderen. Het betekent geenszins dat de werkgever als dader van de verkeersinbreuk wordt beschouwd.

De werkgever mag echter de boete die hij voor zijn werknemer betaalt, niet aftrekken van het loon van de werknemer. Overeenkomstig artikel 23 van de loonbeschermingswet is een dergelijke inhouding op het loon verboden.

Wel staat vermeld dat de werkgever bedragen in mindering mag brengen op het loon, zoals de vergoedingen en schadeloosstellingen die verschuldigd zijn ter uitvoering van artikel 18 van de arbeidsovereenkomstenwet. Meer in het bijzonder bepaalt artikel 18 1ste en 2de lid : "In geval de werknemer bij de uitvoering van zijn overeenkomst de werkgever of derden schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor zijn bedrog en zijn zware schuld. Voor lichte schuld is hij enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt".

Als de verkeersboete is opgelopen tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, dan stelt zich de vraag of deze verkeersboete het gevolg is van het bedrog, de zware fout of de eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fout van de werknemer.

Elke van deze elementen brengt een andere bewijslast mee in hoofde van de werkgever.
Onder bedrog wordt verstaan de opzettelijke, d.w.z. de bewust gewilde tekortkoming van de werknemer aan de verplichtingen die voor de werknemer voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst, waardoor hij persoonlijk aansprakelijk wordt t.a.v. de werkgever. Essentieel in dit verband is het intentioneel element, het kwaadwillig oogmerk, de wil om schade te berokkenen.
Onder zware fout wordt verstaan de onopzettelijke, maar dusdanige grove en extreme fout, dat ze niet verschoonbaar is.
Onder gewoonlijk voorkomend lichte fout wordt verstaan de lichtste fout die zich bij herhaling voor doet, zonder dat iedere fout, op zichzelf beschouwd, de aansprakelijkheid van de werknemer in het gedrang kan brengen.

Het moet de lezer duidelijk zijn dat de werkgever telkens een zware bewijslast draagt. Een inbreuk op het verkeersreglement is enkel een zware fout, wanneer de inbreuk onverschoonbaar is.

1.1.De minnelijke schikking
Kan over de minnelijke schikking hetzelfde standpunt worden ingenomen als over de geldboete? Enerzijds niet omdat de wetgeving een duidelijk onderscheid maakt tussen boetes en minnelijke schikkingen. Anderzijds wel omdat vaststaat dat ook de minnelijke schikking niet voorkomt in de lijst van artikel 23 van de loonbeschermingswet. Indien de werkgever de minnelijke schikking voor een overtreding begaan door een werknemer zou betalen, dan kan hij geenszins het bedrag inhouden op het loon.

Kan de werkgever de door hem betaalde minnelijke schikking dan terug vorderen van de werknemer?

Indien de werkgever de minnelijke schikking van een werknemer betaalt, ontneemt hij eigenlijk de mogelijkheid van de werknemer om de vermeende overtreding te betwisten.
De werkgever mag in eerste orde de minnelijke schikking dus niet onmiddellijk betalen, maar dient in toepassing van de uitvoering te goeder trouw van de arbeidsovereenkomst, zijn werknemer eerst te vragen dat die hem binnen een korte maar redelijke bedenktijd op de hoogte brengt van het feit dat hij de vordering al dan niet wil betwisten.

Een goede car-policy, waarin uitdrukkelijk is opgenomen dat de werknemer binnen een bepaalde tijd moet laten weten of hij de overtreding betwist, lijkt eens te meer noodzakelijk.


3.Tot slot – het venijn in de staart
Als een werkgever dan toch vrijwillig de verkeersboetes betaalt in de plaats van zijn werknemer, heeft rechtspraak bepaald dat daarop in principe RSZ-bijdragen verschuldigd zijn.
De wetgever heeft vervolgens deze toepassing verder verfijnd door te stellen dat de betaling van verkeersboetes door de werkgever niet als loon in de zin van de RSZ-wetgeving wordt beschouwd, maar de boete is wel onderworpen aan de bijzondere werkgeversbijdrage, met name een solidariteitsbijdrage van 33%.

Opgelet het moet gaan om overtredingen begaan tijdens de werktijd, niet overtredingen begaan tijdens privétijd. Bovendien zijn de volgende voorwaarden wettelijk vastgelegd:
De solidariteitsbijdrage is steeds verschuldigd als het gaat om de betaling door de werkgever van verkeersboetes opgelopen door de werknemer die voortvloeien uit een zware verkeersovertreding (3de en 4de graad) of voortvloeien uit een snelheidsovertreding en minimaal 150 euro bedragen.
Verkeersboetes naar aanleiding van een lichte verkeersovertreding (1ste en 2de graad) en verkeersboetes van minder dan 150 euro ingevolge een snelheidsovertreding, zijn van de solidariteitsbijdragen vrijgesteld voor de eerste 150 euro per jaar.
Verkeersboetes die te maken hebben met de toestand van het rijdend materiaal en de conformiteit van de lading, zijn steeds volledig vrijgesteld van de solidariteitsbijdrage.
Een verkeersboete die de werknemer niet zelf moet betalen, wordt wel als een voordeel van alle aard beschouwd en is derhalve belastbaar in hoofde van de werknemer.
Onder verkeersboete in deze wettelijke context wordt zowel de verkeersboete als de minnelijke schikking begrepen en dit sinds 1 januari 2009.

Het moet duidelijk zijn dat een voorzichtige werkgever voortaan enkel mag overgaan tot het betalen van de boetes of minnelijke regelingen van een werknemer als een regeling werd getroffen in het arbeidsreglement of car-policy, m.b.t. de terugbetaling van deze bedragen.
Immers het bedrag zomaar, éénzijdig inhouden op het netto-loon van de betreffende werknemer kan wel degelijk door de werknemer met succes worden betwist.

Een afspraak op niveau van de onderneming is dan ook aan de orde, mocht u alle financiële risico's willen vermijden.

Al werk op de plank voor na het welverdiende verlof?


Linda LEMMENS
Advocaat