De huwelijksgemeenschap als partij bij een verkeersongeval

Daar waar het vroeger niet aanvaard werd dat een echtgenoot vergoeding kon vorderen voor schade toegebracht aan een goed van het huwelijksvermogen door de andere echtgenoot, komt hier door het arrest van het Hof van Cassatie van 24 juni 2010 verandering in.

I. Vóór het cassatiearrest van 24 juni 2010

Vroeger bepaalde artikel 4, § 1 WAM-wet dat de echtgenoot bij een verkeersongeval niet werd vergoed indien deze geen lichamelijke letsels heeft opgelopen. Artikel 7 b) KB van 14 december 1992 betreffende de modelpolis bepaalt in uitvoering van artikel 4, § 1 WAM-wet dat de echtgenoot van de bestuurder, van de verzekeringnemer, van de eigenaar of van de houder van het verzekerde rijtuig van het recht op schadevergoeding zijn uitgesloten indien zij enkel stoffelijke schade hebben geleden.

Artikel 4, § 1, WAM-wet werd gewijzigd ingevolge de wet van 22 augustus 2002 waarbij de echtgenoot niet langer uitgesloten werd van het recht op schadevergoeding indien hij geen lichamelijke schade heeft opgelopen. Artikel 7, b), modelovereenkomst werd echter niet aangepast aan deze wetswijziging en sluit nog steeds de echtgenoot uit van vergoeding indien hij enkel stoffelijke schade heeft opgelopen.

De ratio legis van deze bepaling betreft de mogelijke heimelijke verstandhouding tussen echtgenoten, waarbij de echtgenoten een ongevalaangifte op dergelijke wijze zouden invullen dat de verzekeraars niet kunnen bepalen wie er aansprakelijk is voor het verkeersongeval zodat beide bestuurders de vergoeding betaald door de verzekeraar kunnen opstrijken.

II. Na het cassatiearrest van 24 juni 2010

In het cassatiearrest van 24 juni 2010 stelde het probleem zich rond de vraag of een echtgenoot schadevergoeding kan vorderen namens de huwelijksgemeenschap van de verzekeraar van de echtgenoot die schade heeft berokkend aan het voertuig dat tot de huwelijksgemeenschap behoort.

In casu reed de echtgenoot achteruit de oprit op van zijn woning met een voertuig toebehorend aan zijn werkgever. Hij kwam daarbij in aanrijding met de auto die op de oprit geparkeerd stond en toebehoorde aan de huwelijksgemeenschap. De vrouw sprak de verzekeraar van het voertuig bestuurd door de man aan tot vergoeding van de door de huwelijksgemeenschap geleden schade. Het betreft hier dus een uit het dagelijks leven gegrepen schadegeval.

De appelrechter stelt dat de vordering gegrond is. Deze oordeelde dat de huwelijksgemeenschap wel degelijk als een derde te beschouwen is en dat de huwelijksgemeenschap aldus de keuze heeft om de verzekeraar of de schuldige echtgenoot aan te spreken.

De verzekeraar van de schuldige echtgenoot stelde hierop cassatieberoep in. Hierbij voerde hij aan dat wanneer een echtgenoot schade toebrengt aan een goed dat behoort tot het gemeenschappelijk vermogen van het wettelijk stelsel, hierdoor een eigen schuld ontstaat van die echtgenoot en dat tijdens het huwelijk de huwgemeenschap geen vergoeding kan vorderen van het eigen vermogen van de echtgenoot.

Het Hof van Cassatie bevestigde echter het arrest van de appelrechter. Het Hof besliste dat wanneer een van de echtgenoten door een onrechtmatige daad schade toebrengt aan een goed van de huwelijksgemeenschap, hij de schade zal moeten vergoeden. Niets staat eraan in de weg dat het beginsel van de vergoedingsplicht en de omvang van de vergoeding te allen tijde zou worden vastgesteld. Dit houdt meteen in dat de verzekeraar BA van de schuldige echtgenoot onmiddellijk kan worden aangesproken door de niet-schuldige echtgenoot in naam van de gemeenschap voor een deel van het verlies geleden door de huwelijksgemeenschap.

Conclusie

Het Hof van Cassatie zorgt voor een enorme ommekeer inzake de vergoeding tussen echtgenoten wat betreft de schade toegebracht door de ene echtgenoot aan een goed van de huwelijksgemeenschap. Daar waar vroeger argwaan bestond om de verzekeraar van de schuldige echtgenoot tot vergoeding te laten overgaan om reden van collusie tussen echtgenoten, is er thans geen sprake meer van een vermoeden van heimelijke verstandhouding. De niet-schuldige echtgenoot kan dus steeds de verzekeraar van de schuldige echtgenoot aanspreken ter vergoeding van de schade toegebracht aan de huwelijksgemeenschap. De vraag blijft of de lagere rechtspraak het Hof van Cassatie op dit punt zal volgen.


Marlies VAN DEN BRUEL
Advocaat