De verkoop op afstand en het verbod van opt-out opties bij verkoop via internet

De doorbraak die de elektronische handel de afgelopen jaren heeft gekend, heeft ertoe geleid dat op vlak van overeenkomsten die aan de hand van moderne communicatiemiddelen worden gesloten het een en ander wettelijk moest geregeld worden.

De vroegere wet op de handelspraktijken en consumentenbescherming (WHPC) had reeds bij verschillende wijzigingen ook voor deze vormen van overeenkomsten beschermingsregels voor de consument ingevoerd.
Onder invloed van de Europese Richtlijn over consumentenbescherming werd deze wet vervangen door de nieuwe wet op de op de marktpraktijken en consumentenbescherming (kortom WMPC ), die in werking is getreden op 12 mei 2010, om beter tegemoet te komen aan de noden van de consument.

Wij zullen ons in deze bijdrage toespitsen op twee actuele problemen, met name de verkoop op afstand en het verbod op opt-out opties bij verkopen via Internet.


Verkoop op afstand

* Een eerste nieuwigheid die opduikt is de wijzigingen aangebracht aan de verkopen op afstand.

Dergelijke verkopen hebben de laatste jaren een groei gekend en worden ons eigenlijk dagelijks aangeboden, zij het via internet, televisie, post....


* Wat moet er nu precies onder verkoop op afstand verstaan worden. Welnu, elk van deze type van overeenkomsten hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat het aanbod door de verkoper en de aanvaarding door de consument (de koper) op afstand gebeuren met dien verstande dat er dus geen sprake is van een gelijktijdige fysieke aanwezigheid van beide partijen en dit tot en met het sluiten van de overeenkomst. Voorbeelden hiervan zijn onder meer de verkoop op internet, de catalogusverkoop, de televerkoop, de telefonische verkoop,....


* Ter bescherming van de consument had de WHPC reeds een regelgeving uitgewerkt voor deze types van overeenkomsten, met name de consument moest in de eerste plaats, voordat hij gebonden was door een aanbod, duidelijk ingelicht worden over alle essentiële informatie en alle contractvoorwaarden, zoals de identiteit van de onderneming, de belangrijkste kenmerken van het goed of de dienst, de prijs van het goed of de dienst, het al dan niet bestaan van een herroepingsrecht, enz.


* Deze informatieverplichting is uiteraard behouden in de WMPC. Op drie punten is de regelgeving voor de verkoop op afstand evenwel gewijzigd.

Een eerste belangrijke wijziging is de bedenktermijn waarbinnen de consument kan terugkomen op zijn aankoop.
In de WHPC bedroeg deze termijn 7 dagen. Met de invoering van de WMPC is deze bedenktermijn verlengd tot 14 dagen.
De Europese richtlijn voorziet verder in een algemene verplichting tot terugbetaling in hoofde van de verkoper bij herroeping van de overeenkomst door de consument. Meer bepaald is de verkoper verplicht de bedragen die de consument heeft gestort zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen de 30 dagen, kosteloos terug te betalen.

De bescherming moet zo geïnterpreteerd worden dat niet enkel de betaalde prijs en/of het voorschot terugbetaalbaar is, maar ook alle kosten die de consument heeft gedragen. Deze bescherming is ingevoerd omdat in het andere geval de uitoefening van het herroepingsrecht een afschrikkende werking zou hebben.

Het Europees Hof diende zich recent te buigen over de vraag of de leverings- of verzendkosten, die zelfs werden opgenomen in de algemene voorwaarden, al dan niet op de consument konden verhaald worden.
Het Europees Hof was de mening toegedaan dat de achterliggende gedachte van deze regelgeving impliceert dat men zich kosteloos moet kunnen bedenken. Bijgevolg oordeelde het Hof dat enkel de rechtstreekse kosten voor het terugzenden aan de consument in rekening mogen worden gebracht en niet meer. Andere kosten, zelfs al staan deze vermeld in de algemene voorwaarden mogen dus niet meer verhaald worden op de consument.

Ten tweede is het verbod om betaling te vragen alvorens de bedenktermijn van 14 dagen is verstreken, afgeschaft. Bijgevolg kan de verkoper wel betaling vragen vóór de termijn van 14 dagen is verstreken. Deze som zal, zoals hierboven aangehaald, moeten terugbetaald worden ingeval de consument terugkomt op zijn aankoop.

Tot slot zal de overeenkomst niet meer automatisch ontbonden zijn wanneer de verkoper de bestelling niet of laattijdig uitvoert. De consument heeft in dat geval wel de mogelijkheid om de overeenkomst te ontbinden door een eenvoudige kennisgeving daarvan te sturen aan de verkoper. Hiervoor geldt wel dat de verkoper het bestelde goed op dat ogenblik nog niet heeft verzonden. Wanneer de consument bij eenvoudige kennisgeving de overeenkomst ontbindt, kan hij niet verplicht worden hiervoor enige vergoeding te betalen. Voor de consument bestaat daarenboven nog de mogelijkheid om schadevergoeding te vragen, zo daar aanleiding toe bestaat.

Verbod van opt-out opties bij verkoop via internet


Een andere actuele problematiek is die van de vooraf aangevinkte hokjes bij contractsluiting via het internet, ook wel opt-out of default opties genoemd.

Met de invoering van het nieuwe artikel 44 in de WMPC, is de wetgever aan de misbruiken van dergelijke praktijken tegemoet willen komen.
Meer bepaald legt art. 44 van de WMPC aan ondernemingen uitdrukkelijk het verbod op om bij het sluiten van een overeenkomst op Internet gebruik te maken van default-opties, die de consument moet afwijzen om elke betaling voor één of meer bijkomende producten te vermijden.

Voor de invoering van dit verbod was het een gangbare praktijk dat veel ondernemingen juist zo te werk gingen, zodat de consument bij een aankoop via Internet telkenmale die defaultopties moest uitklikken als hij de daaraan gelinkte producten niet wenste te kopen. In het geval dat de consument (bij vergetelheid) het vakje voor de bijkomende producten niet had uitgevinkt, moest hij ook ongewild voor die bijkomende producten betalen. Dit wordt ook wel het opt-out systeem genoemd.

Met de nieuwe WMPC en de afschaffing van deze default-opties heeft de wetgever duidelijk gekozen voor een opt-in systeem, waarbij de consument duidelijk zelf moet kiezen en aanvinken welke bijkomende producten hij wenst aan te kopen. Voortaan is het onmogelijk dat een consument ongewild bepaalde producten bestelt die hij eigenlijk niet wenst en waarvan hij zich zelfs niet eens van bewust is. Dit kwam vroeger veel voor en de consument kon er niet meer op terugkomen.

Deze regelgeving is bijgevolg ingevoerd opdat de consument zelf actief voor een bijkomend product kan kiezen en dus niet moet afvinken wat hij niet wenst te kopen.

De consument wordt onder druk van Europa steeds meer en beter beschermd.

Wij moeten echter vast stellen dat de consument niet altijd goed op de hoogte is van zijn rechten.

Dit artikel is een poging om de consument te informeren over wat kan en mag bij verschillende soorten aankopen.


Hilal ERSAHIN
Advocaat