Alcohol binnenbrengen in de onderneming is bij wet niet langer verboden.

Het actueel houden van het arbeidsreglement in uw onderneming blijft meer dan ooit een noodzakelijke en permanente opdracht.

Reeds verschillende jaren heeft de Belgische wetgever het standpunt ingenomen, op aangeven van de sociale partners, dat de werkgever zelf dient te bepalen welk beleid hij wenst te voeren omtrent een bepaald onderwerp. Via het instrument van het arbeidsreglement – een juridische bron van regelgeving binnen een onderneming – kan met het oog op een actief personeel- of HR-beleid maatregelen worden getroffen. Recent is aan deze lijst van onderwerpen het alcoholbeleid toegevoegd.

In het Belgisch Staatsblad van 3 juni 2010 verscheen het koninklijk besluit van 19 mei 2010 dat artikel 99 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB) opheft. Het opgeheven artikel bepaalt dat het verboden is gedistilleerde alcoholische dranken en gegiste dranken met meer dan 6 % volume alcohol in de onderneming binnen te brengen. Het KB dat artikel 99 van het ARAB opheft, treedt op 13 juni 2010 in werking. Met ingang van die datum geldt het algemeen verbod alcohol in de onderneming binnen te brengen dus niet meer.
De opheffing van artikel 99 van het ARAB is er gekomen op vraag van de sociale partners, die op 1 april 2009 de CAO nr. 100 betreffende een preventief alcoholen drugsbeleid in de onderneming hebben gesloten. Omdat deze kader- CAO de ondernemingen aansporen regels te bepalen m.b.t. het binnenbrengen van alcohol die op maat van de werking van de onderneming zijn afgestemd, is artikel 99 van het ARAB overbodig geworden.

Een werkgever die het nuttig en/of wenselijk acht dat voor zijn onderneming een verbod geldt op het binnenbrengen van alcoholische dranken, zal dat verbod voortaan zelf in het arbeidsreglement moeten opleggen.

De werkgever had dit eigenlijk al moeten doen voor 1 april 2010, immers de CAO nr. 100 verplicht elke werkgever ten laatste op 1 april 2010 over een preventief alcohol en drugsbeleid te beschikken.

De CAO nr. 100 maakt daarbij een onderscheid tussen twee fases.
In een eerste verplichte fase moeten de uitgangspunten en doelstellingen van het preventief alcoholen drugsbeleid bepaald worden en moet een intentieverklaring worden uitgewerkt. Dit kan gebeuren zonder dat de wijzigingsprocedure van de Arbeidsreglementenwet wordt gevolgd.
Als de realisatie van de uitgangspunten en doelstellingen dit vereist, kan de werkgever in een tweede facultatieve fase, die uitgangspunten en doelstellingen verder uitwerken. Dat kan onder andere door specifieke regels op te stellen. Aldus is hier ruimte om als werkgever zijn beleidsaccenten duidelijk te stellen. Voor deze tweede facultatieve fase dient wel de overlegprocedure volgens de Arbeidsreglementenwet te worden gevolgd.

Wellicht nuttig om na te gaan of het arbeidsreglement van uw onderneming nog actueel is.


Linda LEMMENS
Advocaat