De nieuwe raad voor vergunningsbetwistingen

Een eigen raad of een mini-raad van state?



Op 1 september 2009 ging een nieuw aanpassingsdecreet ruimtelijke ordening van kracht. Dit nieuwe decreet zal een veelheid aan aanpassingen en innovaties met zich meebrengen die stuk voor stuk een impact kunnen hebben op uw relatie met de overheid en dit o.a. op het vlak van uw vergunningsaanvraag, uw beroep tegen de vergunningsaanvraag van uw buurman, uw administratieve verplichtingen bij de aankoop van een nieuwe woning of op de behandeling van eventuele bouwmisdrijven, enz..

In deze bijdrage onderwerpen wij een bijzondere creatie van de decreetgever, met name de nieuwe Raad voor Vergunningsbetwistingen, aan een eerste doorlichting en gaan wij dieper in op haar knelpunten.

Dit nieuw administratief rechtscollege zal zich voornamelijk bezig houden met beroepen tegen het afleveren of het weigeren van bouwvergunningen.

Onder de oude regeling was het zo dat een vergunningsaanvraag maar liefst drie keer inhoudelijk en wettelijk kon worden beoordeeld. Een eerste keer bij de gemeente, vervolgens bij de provincie en daarna nog eens bij de bevoegde minister.

Deze laatste mogelijkheid valt nu weg en wordt vervangen door een beroep bij de nieuwe Raad voor Vergunningsbetwistingen. Een eerste belangrijk verschil ligt hem in de toetsingsbevoegdheid van de Raad. Zo kan de nieuwe Raad de bestreden beslissing enkel toetsen op haar wettelijkheid en kan zij zich niet uitspreken over het inhoudelijke aspect. Dit blijft een zaak van het bestuur zelf.

Ook de bevoegdheid van de Raad van State wordt sterk ingeperkt. Waar men voorheen alle middelen kon laten gelden voor de Raad van State, in een beroep tegen een beslissing van de minister, zal de Raad van State in de toekomst enkel nog optreden als Cassatierechter. Het voordeel hier ligt in de tijdswinst die men zal boeken bij een beroepsprocedure. Zo zal men niet langer een jarenlange procedure voor de Raad van State moeten afwachten maar kan de nieuwe Raad voor Vergunningsbetwistingen reeds na enkele weken een uitspraak doen waardoor de burger na enkele maanden definitieve rechtszekerheid krijgt. Het belang van de nieuwe raad voor Vergunningsbetwistingen kan dus moeilijk worden miskend.

Een eerste voorwaarde om naar deze nieuwe raad te stappen is dat u vooreerst een voor u nadelige vergunningsbeslissing hebt bestreden bij de deputatie van uw provincie. Wie dit nalaat wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de nieuwe Raad te wenden. Deze voorwaarde geldt voor alle personen die een beroep aanhangig kunnen maken voor de nieuwe Raad. Dit is niet alleen de vergunningsaanvrager zelf maar ook de vergunningverlenende besturen, de Gewestelijk Stedenbouwkundig Ambtenaar, adviesinstanties, belangenverenigingen en elke derde (natuurlijke – of rechtspersoon) die rechtstreeks of onrechtstreeks hinder of nadelen kan ondervinden van hetgeen vergund is.

Een tweede voorwaarde ligt hem in de termijn waarbinnen u een beroep dient in te stellen. Volgens het nieuwe decreet bedraagt deze termijn 30 dagen en gaat zij in de dag na een individuele betekening (als er al betekend moet worden) of de dag na de aanplakking van de vergunningsbeslissing. Bij de Raad van State bedraagt de normale termijn om beroep in te stellen 60 dagen.

Deze relatief korte termijn kan problematisch zijn wanneer u als derde door middel van aanplakking kennis krijgt van een vergunningsbeslissing. Zo is het perfect mogelijk dat u door afwezigheid pas na enkele weken kennis krijgt van de aanplakking. Aangezien het redigeren van een verzoekschrift voor de Raad enige tijd in beslag neemt, is het aangewezen om zo spoedig mogelijk uw advocaat te contacteren.

Tot slot gaan wij nog kort in op de bevoegdheden van de nieuwe Raad. Indien de Raad de onregelmatigheid van een beslissing vaststelt, kan zij de bestreden vergunningsbeslissing vernietigen. Tevens kan de Raad het bestuur, dat de vernietigde beslissing nam, bevelen om een nieuwe beslissing te nemen en dit onder de door de Raad gestelde voorwaarden.

Deze voorwaarden hebben vooral betrekking op de termijn waarbinnen de nieuwe beslissing genomen moet worden, op de rechtsregels en beginselen die bij de nieuwe beslissing in acht moeten worden genomen en op de onregelmatige of kennelijk onredelijke motieven die niet bij de nieuwe beslissing kunnen worden betrokken. Uiteraard zal de Raad zich nooit inmengen in de opportuniteitsbeoordeling die enkel aan het bestuur toekomt.

Net zoals de Raad van State heeft de voorzitter van de nieuwe Raad ook de bevoegdheid om in elke stand van het geding, ter voorkoming van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, een bestreden beslissing te schorsen. Deze beslissing kan hij nemen op verzoek van één van de partijen of zelfs ambtshalve. Het is te verwachten dat de oude rechtspraak van de Raad van State met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel hier volledig zal worden overgenomen.

Men kan dus stellen dat de nieuwe Raad een groot aantal gelijkenissen vertoont met de oude Raad van State. In een advies van de Raad van State werd de nieuwe Raad zelfs smalend als een 'Mini-Raad van State' afgedaan. Dit lijkt ons evenwel wat kort door de bocht.

Zo zal de nieuwe Raad samengesteld zijn uit raadsleden en adviseurs die stuk voor stuk kunnen terugblikken op een jarenlange expertise in het Vlaams ruimtelijkeordeningsrecht. Ook beschikt de nieuwe Raad, in tegenstelling tot de Raad van State, over de bevoegdheid om de overheid te bevelen om een nieuwe beslissing te nemen en dit onder de door de Raad gestelde voorwaarden. Ten derde heeft de nieuwe Raad de intentie om een beroepsprocedure binnen enkele maanden af te handelen, dit in schril contrast met de Raad van State waar de duur van een procedure al gauw 7 jaar kan bedragen.

Tot slot dient een kleine kantmelding te worden gemaakt bij de effectieve inwerkingtreding van de nieuwe Raad. Principieel lijkt dat vanaf 1 september 2009 deze Raad bevoegd is voor de schorsing en vernietiging van bestreden beslissingen en niet langer de Raad van State. Dit was echter buiten het vereiste reglement van orde van de Raad voor Vergunningsbetwistingen gerekend. Doordat men heeft nagelaten om tijdig een reglement van orde uit te vaardigen is men voor een korte periode (1 september 2009 tot 30 november 2009) in een soort juridisch vacuüm terechtgekomen waarbij men geen beroep kon instellen voor de nieuwe Raad, aangezien zij geen reglement van orde had, én men geen beroep aanhangig kon maken voor de Raad van State aangezien deze de mening was toegedaan dat men zich niet één van de bevoegdheden zou mogen toe-eigenen die haar precies werden ontnomen door de decreetgever bij de installatie van de nieuwe Raad. Op die manier vist men als burger natuurlijk twee keer achter het net.

De vraag is of de juridische argumentatie van de Raad van State niet strijdig is met het recht op een daadwerkelijke rechtsbescherming en toegang tot een rechter zoals gewaarborgd door o.a. artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.


Joris Gebruers
Advocaat