Verplicht alcohol- en drugbeleid voor ondernemingen

Op 10.10.2008 heeft de nationale arbeidsraad een advies uitgebracht dat als bijlage een ontwerp van CAO bevat inzake verplicht alcohol- en drugbeleid in de onderneming.

Uiterlijk op 01.01.2010 moeten alle werkgevers een preventief alcohol- en drugbeleid voor hun onderneming hebben uitgewerkt. De CAO kan weliswaar nog niet worden goedgekeurd omdat voorafgaandelijk een aantal andere bepalingen uit de arbeidswetgeving moeten worden aangepast, inzonderheid in verband met het arbeidsreglement. Dit belet evenwel niet nu reeds aandacht te hebben voor de verplichtingen die in de toekomst zeker zullen worden opgelegd aan elke onderneming m.b.t. alcohol- en druggebruik en hun invloed op het werk.

Dit alcohol- en drugbeleid situeert zich op twee niveau's. Elke onderneming, hoe klein ook, is verplicht een beleids- of intentieverklaring op te stellen die de belangrijkste aandachtspunten bevat inzake het preventief alcohol- en drugbeleid dat in de onderneming van toepassing zal zijn. De bedoeling is dat de opgesomde doelstellingen ertoe bijdragen dat elk disfunctioneren op de werkvloer tengevolge van alcohol- of druggebruik wordt voorkomen en in voorkomend geval wordt verholpen. Dergelijke beleidsverklaring maakt het verplicht luik van de reglementering uit.

Facultatief, en afhankelijk van de omstandigheden, kan de werkgever ook concrete maatregelen vastleggen die in de praktijk uitvoering geven aan de algemene doelstellingen van het alcohol- en drugbeleid. Deze concrete maatregelen moeten gelden voor het geheel van het personeel. Zij kunnen betrekking hebben op de vraag of er in de onderneming alcohol beschikbaar mag zijn of niet, en zij kunnen regels bepalen over het binnenbrengen in de onderneming van alcohol of drugs.

Een zeer belangrijk onderdeel zal betrekking hebben op de procedures die moeten gevolgd worden wanneer de werkgever het disfunctioneren van een werknemer heeft vastgesteld en vermoedt dat dit het gevolg kan zijn van alcohol- of druggebruik.

De bepalingen zullen de werkwijze en de procedure moeten vastleggen om vast te stellen op welke wijze eventuele testen op alcohol- of druggebruik kunnen worden uitgevoerd. Hiermee wordt gepoogd een einde te stellen aan de op dit ogenblik nog steeds niet eenduidig opgeloste vraag of de werkgever het recht heeft om een werknemer aan een ademtest, of een eventuele bloedproef te onderwerpen ingeval de werkgever de aanwezigheid van alcohol of drugs vermoedt of vaststelt.

Het ontwerp van de CAO bevat nu reeds richtlijnen in verband met deze testen. Het is de bedoeling dat in het arbeidsreglement nadere regels worden opgenomen in verband met het testen op alcohol en drugs, en die betrekking hebben op de aard van de tests, de beoogde werknemers, de procedures die moeten worden gevolgd bij het uitvoeren van een test of een bloedproef; verder zal moeten aangeduid worden welke personen daartoe bevoegd zijn, op welke ogenblikken de controles kunnen worden uitgevoerd, en wat de gevolgen zijn van een positief testresultaat.

In dit verband wordt de duidelijke beperking opgelegd dat de testen enkel de bedoeling mogen hebben om na te gaan of de werknemer in staat is om zijn job uit te oefenen.

De resultaten van de testen mogen enkel gebruikt worden om een antwoord te geven op hoger vermelde vraag, en kunnen nooit een basis vormen om de werknemer een sanctie op te leggen !

Eveneens een belangrijke beperking die voorzien wordt om testen uit te voeren, is de vereiste dat de werknemer voorafgaand akkoord moet gaan met de uitvoering van de test. Deze bepaling geeft meteen ook de belangrijkste beperking aan van de nieuwe reglementering: indien immers de werknemer niet kan verplicht worden om een test toe te laten, kan men zich vanzelfsprekend de vraag stellen welk nut een reglementering heeft.

Zeker is alleszins dat het resultaat van een test die met de toestemming van de werknemer is afgenomen, nooit een basis kan vormen voor een sanctie opzichtens de werknemer, en aldus ook nooit een grond tot bv. ontslag om dringende redenen kan uitmaken.

De vrees bestaat nu reeds dat de nieuwe reglementering weliswaar zeer mooie en edele doelstellingen nastreeft, doch dat zij in de praktijk aan de werkgever weinig concrete instrumenten ter beschikking zal stellen om effectief controle uit te voeren op de werknemers m.b.t. (vermoed of zichtbaar) alcohol- of druggebruik.

Wij volgen de verdere ontwikkeling op wetgevend vlak op dit gebied vanzelfsprekend op, en zullen U in volgende nieuwsbrieven hierover blijven informeren.



Karel CAERS
Advocaat-vennoot