Verkeersongevallen op de weg met internationale aanknopingspunten

1.
Dagelijks staan de kranten bol van berichten over verkeersongevallen op de weg. Aangezien er zich in België heel wat belangrijke verkeersaders naar andere landen bevinden, zijn bij deze ongevallen niet zelden buitenlandse voertuigen en slachtoffers betrokken. De geschillen die naar aanleiding van een ongeval met een aanknopingspunt met een ander land rijzen, dienen in het licht van de regels van het internationaal recht beoordeeld te worden.

2.
In de eerste plaats zal in het kader hiervan nagegaan dienen te worden aan welke rechter dergelijke geschillen ter beoordeling moeten worden voorgelegd. Voor zover de in het geschil betrokken verweerder zijn woonplaats heeft in een lidstaat van de Europese Unie, zal de Brussel I-Verordening hierover uitsluitsel geven.

Het uitgansgpunt van deze regelgeving is dat enkel die rechtbanken bevoegd zijn van de lidstaat waar de verweerder zijn woon/verblijfplaats heeft. Voor verkeersongevallen op de weg kan echter als volgt van dit principe worden afgeweken: het geschil mag tevens ter beoordeling worden voorgelegd aan het gerecht van de plaats waar het schade toe brengend feit zich heeft voorgedaan, of waar de rechtstreekse schade zich heeft gemanifesteerd. Indien er reeds een strafvordering werd ingesteld kan diegene die schade geleden heeft ingevolge het verkeersongeval zijn vordering ook voor de reeds gevatte rechtbank formuleren, uiteraard op voorwaarde dat dit volgens de wet van dat land mogelijk is. Voor verzekeringskwesties die naar aanleiding van een verkeersongeval kunnen ontstaan, voorziet de Brussel I-Verordening eveneens in afwijkende bevoegdheidsregels.

Indien de verweerder echter niet in Europese Unie woont, is het Belgisch Wetboek van Internationaal Privaatrecht bepalend om na te gaan welke rechtbanken van de vordering kennis kunnen nemen. Overeenkomstug deze regelgeving zullen de Belgische Rechtbanken bevoegd zijn wanneer de verweerder in België woont, of wanneer de schadelijke handeling en/of de schade zich in België hebben voorgedaan.

3.
Van zodra de bevoegde rechter gekend is, dient verder nagegaan te worden volgens welk recht het verkeersongeval met een internationaal aanknopingspuntbeoordeeld dient te worden. Terwijl voor de bevoegdheid inzake dergelijke verkeersongevallen verschillende internationale bepalingen van toepassing kunnen zijn, kan men voor wat betreft het recht dat voor de daadwerkelijke beoordeling van deze geschillen van toepassing is enkel toevlucht nemen tot het Verdrag van Den Haag van 4 mei 1971. Belangrijk is hierbij aan te stippen dat voor de toepassing van de verdragsbepalingen niet vereist is dat deze werden goedgekeurd door de staat volgens wiens recht het geschil beoordeeld moet worden.

Het Haagse Verkeersongevallenverdrag duidt de wet aan die van toepassing is op de burgerrechtelijke, niet-contractuele aansprakelijkheid voor ongevallen in het wegverkeer en dit ongeacht voor welke rechter de vorderingen worden gebracht. Enkel wanneer niet aan deze voorwaarden voldaan is, of wanneer er sprake is van één van de in het Verdrag voorziene uitzonderingsgevallen, zal het toepasselijk recht door andere regelgeving beheerst worden.

Principieel dient de wet van de staat waar het ongeval zich heeft voorgedaan op voormelde geschillen toegepast te worden. Van deze basisregel wordt echter in bepaalde specifieke gevallen afgeweken. Zo kan het geschil ook beheerst worden door de wet van de staat waar het bij het wegongeval betrokken voertuig werd ingeschreven of waar het voertuig zijn gewone standplaats heeft. In ieder geval moet ook steeds rekening worden gehouden met de verkeers- en veiligheidsvoorschriften die op de plaats van het ongeval van kracht waren.

4.
Verkeersongevallen doen vaak heel wat discussie ontstaan tussen de betrokken partijen. Wanneer in deze ongevallen dan ook nog eens een vreemd element verweven zit, nemen de mogelijke geschillen en de juridische complexiteit ervan alleen maar toe. Hier is dan ook een belangrijke taak voor de advocaat weggelegd om zijn cliënt doorheen het kluwen van bevoegdheids- en verwijzingsregels naar een zo goed mogelijke oplossing van het geschil te loodsen.



Marc Geyskens
Vennoot