Kosteloos bestuurdersmandaat en sociale zekerheidsbijdragen

De vraag of een persoon die een bestuurdersmandaat in een vennootschap uitoefent, en daarvoor geen vergoedingen ontvangt, toch bijdragen als zelfstandige aan een Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen dient te betalen, is een oud zeer.

Velen voelen dergelijke verplichting als onrechtvaardig aan, en kunnen moeilijk aanvaarden dat zij toch bijdrageplichtig zijn, niettegenstaande zij geen enkele vergoeding voor hun bestuurdersmandaat ontvangen.

Het vaste standpunt van de RSVZ daarin was dat krachtens art. 2 van het K.B. van 19.12.1967, dat uitvoering geeft aan art. 3 ยง2 K.B. nr 38 van 27.07.1967, iedere bestuurder in een vennootschap van rechtswege en onweerlegbaar geacht wordt zelfstandige te zijn en uit dien hoofde verplicht is om bijdragen als zelfstandige te betalen aan een sociale verzekeringskas.

Het was daarvoor niet vereist dat de bestuurder effectief vergoedingen ontving, daar voor de bijdrageverplichting het volstond dat er de mogelijkheid was om vergoedingen te ontvangen voor de prestaties als bestuurder.

Velen kregen dan ook vaak onverwacht een uitnodiging van het Rijksinstituut van de Sociale Verzekering voor Zelfstandigen om bijdragen te betalen voor de kwartalen waarin zij een mandaat als bestuurder in een vennootschap uitvoerden, en dit met een mogelijke retroactiviteit van 5 jaar !

De Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid en het Rijksinstituut voor Sociale Verzekering van de zelfstandigen heeft nu haar visie aangepast in die zin dat een kosteloos mandaat van bestuurder voortaan buiten het sociaal statuut van zelfstandige kan vallen.
Vereiste daarvoor is dat er noch "in rechte", noch "in feite" aan de bestuurder een vergoeding wordt uitbetaald / kan uitbetaald worden.

Om aan de voorwaarden van kosteloosheid "in rechte" te voldoen is het vereist dat hetzij de statuten bepalen dat het mandaat van bestuurder kosteloos wordt uitgeoefend, hetzij dat zulks bepaald wordt door het bevoegde orgaan dat een vergoeding kan toekennen (in casu aldus de algemene vergadering van de vennootschap).
Deze vereiste dat de kosteloosheid uitdrukkelijk is vastgesteld door hetzij de statuten, hetzij door de algemene vergadering, is een noodzakelijkheid om te ontsnappen aan de bijdrageverplichting.

Daarnaast moet er ook een kosteloosheid "in feite" zijn, hetgeen betekent dat er ook in werkelijkheid geen enkele vergoeding voor de uitvoering van het mandaat van bestuurder mag toegekend worden.

De beide voorwaarden van kosteloosheid in rechte en in feite moeten tezamen vervuld zijn.

Indien aldus de statuten niets voorzien in verband met de kosteloosheid of vergoeding van bestuurdersmandaat, of de jaarlijkse algemene vergadering daarover ook geen beslissing neemt, blijft het vroegere vermoeden gelden en zal de bestuurder onderworpen blijven aan de bijdrageverplichting aan de Sociale Kas voor Zelfstandigen, ook indien hij in die hypothese in werkelijkheid niets ontvangt.

Vanaf het ogenblik dat de bestuurder enige vergoeding voor zijn bestuurdersmandaat heeft ontvangen, zal hij bijdrageplichtig zijn, welke regeling de statuten ook bevatten of welke beslissing de algemene vergadering ook heeft genomen.

Tenslotte wanneer de statuten bepalen dat het mandaat van bestuurder bezoldigd is, of dat het bedrag van de bezoldiging door de algemene vergadering moet worden vastgesteld, is de bestuurder steeds bijdrageplichtig, ook indien de algemene vergadering geen vergoeding zou toekennen, aangezien in deze hypothese de juridische mogelijkheid bestaat van vergoeding.

Het besluit is dan ook dat wanneer U een kosteloos bestuurdersmandaat uitoefent, U er alle belang bij heeft om in de statuten uitdrukkelijke bepaling op te nemen dat het mandaat van bestuurder kosteloos is. Vanzelfsprekend dient U er in die hypothese nog steeds op toe te zien dat U ook in werkelijkheid geen enkele vergoeding ontvangt.

Verwacht wordt dat de wet in hoger vermelde zin zal worden aangepast; praktisch is van belang dat de FOD Sociale Zekerheid en het RSVZ hun gewijzigd standpunt nu reeds toepassen.



Karel Caers
Advocaat-vennoot