Intresten bij internationale contracten

Tussen Belgische en bedrijven uit de ons omringende landen bestaan er intense handelsbetrekkingen.

Het afsluiten van contracten gebeurt meestal via eenvoudige communicatiemiddelen zoals per telefoon of GSM, per telefax, per e-mail en in het beste geval na ondertekening van een bestelbon of het versturen van een opdrachtbevestiging.

Bij grensoverschrijdende koop-verkooptransacties ontstaan er verschillende juridische problemen wanneer de geleverde goederen niet betaald worden.

In de meeste gevallen zijn de algemene verkoopsvoorwaarden van de leverancier van de goederen waaruit de bevoegdheid van de Belgische of buitenlandse rechtbanken zou kunnen afgeleid worden niet voorafgaandelijk aan het sluiten van de koopovereenkomst medegedeeld, waardoor zij niet kunnen worden ingeroepen worden en de rechtbank deze dan ook niet kan toepassen.

Ook de aanrekening van een contractuele intrestvoet (bv. 10%) en een schadebeding (10% bij niet- betaling voorzien in de algemene verkoopsvoorwaarden zijn aan de niet betalende koper niet tegenstelbaar behoudens specifieke uitzonderingen.

Hoe verkrijgt bijvoorbeeld een Nederlands bedrijf dat goederen heeft verkocht aan een Belgisch bedrijf en hiervoor geen betaling heeft bekomen uiteindelijk toch betaling ?

Het Nederlands bedrijf houdt voor dat haar algemene verkoopsvoorwaarden die zij gedeponeerd heeft bij de Arrondissementsrechtbank in Nederland van toepassing zijn en dat aldus de Nederlandse rechter bevoegd is dewelke het Nederlands recht zal moeten toepassen.

Naar Belgisch recht echter zijn die algemene verkoopsvoorwaarden niet toepasselijk op de Belgische contractpartner.

Het Nederlandse bedrijf dagvaardt haar Belgische contractpartner voor de Belgische Rechtbank van Koophandel.

Vermits noch de contractuele verwijlintrest, noch het schadebeding voorzien in de algemene verkoopsvoorwaarden van het Nederlandse bedrijf kunnen tegengesteld worden aan de Belgische contractpartner, beroept de Nederlandse verkoper zich op de Belgische wet op de betalings-achterstand bij handelstransacties om alzo een verwijlintrest te vorderen van 11,50% vanaf de 30° dag na de factuurdatum.

De rechtbank oordeelt dat ook deze Belgische wet niet kan ingeroepen worden door het Nederlandse bedrijf vermits niet wordt aangetoond dat de Belgische wet de lex contractus bij deze grensoverschrijdende transactie.

Wat nu gezongen ?


De Rechtbank van Koophandel te Hasselt was in haar uitspraak van 5.3.2008 creatief.

De rechtbank was van oordeel dat de te beoordelen handelstransactie een internationale koop-verkoop betrof en dat zowel België als Nederland partij zijn bij het Weens Koopverdrag dat in principe dan ook rechtstreeks van toepassing is.

Artikel 78 van dit Verdrag bepaalt dat de in gebreke blijvende koper een intrest dient te betalen.
Het Verdrag zegt echter niets over de intrestvoet die dan mag aangerekend worden.

De rechtbank te Hasselt volgde dan een opvatting uit de rechtsleer die voorstelt een intrestvoet van de ECB (Europese Centrale Bank) te gebruiken.

De rechtbank hanteert vervolgens de rentevoet van de marginale leningsfaciliteiten van de ECB, hetzij 5 + 2 = 7%.
De rechtbank veroordeelt bijgevolg de koper die niet betaald heeft tot betaling van het bedrag van de factuur, meer een nalatigheidsintrest van 7% op het openstaande factuurbedrag.
Het schadebeding wordt niet toegekend.
De rechtbank veroordeelt bijkomend de niet-betalende koper tot betaling van de rechtsplegings-vergoeding.

Uit wat hierboven is uiteengezet blijkt dat het zeer belangrijk is om bij internationale transacties duidelijk overeenkomsten te maken waarin voorzien wordt wat er gebeurt ingeval van niet-betaling, welke rechtbanken bevoegd zijn, welk recht moet worden toegepast en welke o.m. de intrestvoet is dewelke zal worden aangerekend bij niet-betaling binnen de overeengekomen vervaldag.

Het snelle handelsverkeer, waarbij gebruik wordt gemaakt van moderne telecommunicatie, heeft voor gevolg dat een aantal van deze juridisch belangrijke afspraken niet worden gemaakt en hierover geen overeenkomst wordt bereikt, zodat de rechtbanken via omwegen zelf moeten bepalen welke de gevolgen zijn van de niet-betaling.



Arne VAN DER GRAESEN
Advocaat-Vennoot.