Douanestrafrecht, een vreemde eend in de bijt

Ons kantoor is regelmatig in de gelegenheid om dossiers te bepleiten waarbij haar cliënten door de administratie van douane en accijnzen voor de correctionele rechtbank worden gebracht wegens inbreuken op de douane en accijnzenreglementering.

Douanezaken zijn in het strafrecht in menig opzicht speciaal. In deze bijdrage gaan wij nader in op enkele bijzondere aspecten van het douanestrafrecht en de mate waarin een douanezaak afwijkt van een zogenaamde traditionele strafzaak.

1. De ambtenaren van douane en accijnzen hebben politionele bevoegdheid. Hun PV's hebben een bijzondere bewijswaarde tenzij na valsheidprocedure de onjuistheid ervan zou blijken.

Dit politionele is evenwel niet hun kerntaak. De wijze van onderzoek en redactie van hun strafdossiers zijn erg afwijkend van de wijze waarop de reguliere politiediensten dit doen.
Onze ervaring is dat de onderzoeken duidelijk minder grondig en vooral eenzijdig worden gevoerd. Er wordt enkel gefocust op het "accijns" aspect waardoor andere relevante feitelijke elementen, die in aanmerking komen voor andere misdrijven, buiten onderzoek blijven.
Als de douane dit ook wil laten onderzoeken dient het onderzoek uit handen gegeven.

De processen-verbaal bevatten verder vaak een samenvatting van de feiten waarbij de ambtenaren zich reeds een persoonlijk oordeel vormen over de schuldvraag. Deze overwegingen zijn volkomen onwettelijk. Het komt uiteraard enkel aan een rechtbank toe om over schuld of onschuld te oordelen. Dit soort van beschouwingen zijn dan ook storend en volkomen strijdig met het vermoeden van onschuld.

De douanedossiers maken dan ook vaak terecht het voorwerp uit van heel wat inhoudelijke kritiek.
Gevolg hiervan is dat de rechtbanken vaak heel wat getuigen horen en noodgedwongen dienen in te gaan op allerhande terechte bezwaren van de verdediging, hetgeen meebrengt dat de behandeling van dit soort zaken vaak wordt uitgesteld. De rechtsgang verloopt dientengevolge dan ook niet vlot.

2. Douanezaken worden bij de rechtbank aanhangig gemaakt, niet zoals doorgaans door de Procureur des Konings, maar door de gewestelijke directeur der douane en accijnzen.
Het is hij die de dagvaarding opstelt, strafrechtelijke boetes vordert en de personen aanduidt die zich moeten verantwoorden.

Het is pas op de zitting van de correctionele rechtbank dat het openbaar ministerie zich aansluit bij de vordering van de douane en in voorkomend geval een gevangenisstraf vordert. Het openbaar ministerie dient evenwel vaak zelf tot de vaststelling te komen dat er zeer karig gestoffeerde dossiers door de douane voor de rechtbank worden gebracht, met alle gevolgen vandien.

Deze rechtsvervolging instellen is niet de kerntaak van de douane, dat eerder gericht is op controleren. Zeer vaak is reeds betoogd dit vervolgingsrecht eveneens aan de Procureur des Konings toe te bedelen en de rol van de douaneambtenaren te beperken tot ondersteuning bij politioneel onderzoek.

3. De geldboetes in douanezaken zijn duizelingwekkend hoog. Minimaal 10 x de ontdoken bijdragen. Tot voor kort had de rechter die moest oordelen over douanezaken hierin geen bewegingsruimte. Hij moest de wet toepassen zonder dat hij de geldboete mocht verminderen.

Het beginsel "durex lex, sed lex" avant la lettre.
Dit gaf aanleiding tot onredelijk zware geldboetes die vaak in de miljoenen euro's beliepen.

Dit santioneringsmodel was het voorwerp van fundamentele kritiek.

Waarom mag een rechtbank in een gemeenrechtelijke strafzaak verzachtende omstandigheden in aanmerking nemen en de boetes verminderen tot beneden het wettelijk minimum of zelfs voorwaardelijke boetes uitspreken en in douanezaken niet ? Een ongelijkheid, zo klonk het.
De rechtspraak van het hoogste rechtscollege was lange tijd genadeloos in dit verband.
Niettegenstaande herhaalde verzoeken.

Uiteindelijk heeft ons Grondwettelijke Hof bij arrest van 14.09.2006 gesteld dat ook in douanezaken de mogelijkheid moet bestaan verzachtende omstandigheden in aanmerking te nemen. De rechtbanken hebben sedertdien de mogelijkheid milder te zijn. In een brandstoffenzaak waarin wij recentelijk optraden beperkte de rechtbank bij vonnis van 03.04.2008 de boete tot 1 x de ontdoken belasting, in casu nog goed voor circa 140.000 euro. De douane vindt dit blijkbaar niet fors genoeg als boete en tekende hoger beroep tegen dit vonnis.
Het Hof van Beroep deed nog geen uitspraak.

Een matigingsbevoegdheid toekennen aan de rechtbank sluit bovendien aan bij recente rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat van oordeel is dat sanctioneren er niet mag toe leiden dat de veroordeelde van al zijn eigendommen wordt beroofd (arrest Mamadakis / Griekenland dd 11.01.2007). Een geldboete mag volgens het Europees Hof geen excessief, arbitrair en buitensporig karakter hebben in het licht van de ernst van de begane inbreuk.

4. Op basis van onze ervaringen in douanezaken pleiten wij met overtuiging voor een grondige hervorming van het douanestrafrecht.

Het spreekt voor zich dat deze ambtenaren een bijzondere expertise hebben in het opsporen van deze bijzondere misdrijven. Hun expertise in dit verband is zeer waardevol en dient dan ook behouden te blijven.
Dit kan perfect door incorporatie of ondersteuning bij de economische en financiële cel van de Federale Politie.

Bepaalde bevoegdheden, zoals de redactie van processen-verbaal, de strafvervolging en het adiëren van de strafrechter zou zondermeer beter aan de exclusieve bevoegdheid van de Procureur des Konings worden overgelaten.

Zoals men destijds ook de krijgsauditoraten heeft afgeschaft zou men ook beter het douanestrafrecht onderbrengen in het gemeenrechtelijk strafrecht.

Het zou een efficiënte bestrijding van de fraude en een goede rechtsbedeling ongetwijfeld bevorderen.



Mr Jan Swennen
Advocaat-Vennoot