Vermogensplanning voor feitelijk samenwonenden

Bij Wet van 23 november 1998 werd het statuut van wettelijk samenwonenden door de Belgische wetgever ingevoerd. Met de creatie van dit nieuwe statuut werd getracht om tegemoet te komen aan de veranderde feitelijke omstandigheden. Steeds minder mensen wensen zich eerst als echtgenoten te verbinden, waarna ze onder eenzelfde dak gaan wonen. Daarnaast wordt een woning steeds vaker door verschillende mensen, al dan niet familieleden, bewoond om de steeds hoger wordende huurlasten te kunnen dragen.

Vanaf de inwerkingtreding van voormelde wet op 1 januari 2000 kan men een verklaring afleggen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente of stad waar men zal verblijven om alzo een zekere persoons- en vermogensrechtelijke bescherming te genieten, vergelijkbaar met die van gehuwden. In een samenlevingscontract kunnen de verdere modaliteiten van die bescherming dan uitgewerkt worden. Vanaf 18 mei van dit jaar wordt aan wettelijk samenwonenden door de wet ook een (beperkt) erfrecht toegekend.

Ondanks voormeld wettelijk initiatief zijn er nog steeds mensen die er voor opteren louter feitelijk te gaan samenwonen. Hoewel hun situatie niet uitdrukkelijk in de wet geregeld is, kunnen zij beroep doen op verschillende technieken om zichzelf en hun vermogen toch enigszins te beschermen. De Vlaamse decreetgever heeft er ook voor gezorgd dat feitelijk samenwonenden van een verlaagd tarief van schenkings- en successierechten kunnen genieten.

In deze bijdrage zal het principe van de schenkings- en successierechten voor feitelijk samenwonenden kort worden toegelicht, evenals enkele voorbeelden van technieken om hun vermogen te beschermen.


1 Schenkings- en successierechten

De Vlaamse decreetgever heeft verlaagde schenkings - en successierechten wensen te voorzien voor de persoon die op de dag van de schenking of van het openvallen van de nalatenschap ten minste één jaar ononderbroken samenwoont met de schenker/erflater en er een gemeenschappelijke huishouding mee voert. Al wie aan deze twee voorwaarden voldoet, komt zondermeer voor de verlaagde tarieven in aanmerking.

Aangezien het hier gaat om een regeling uitgaande van het Vlaamse Gewest zijn de hierna besproken schenkingstarieven enkel van toepassing wanneer de schenker zijn fiscale woonplaats gedurende vijf jaar voor de schenking in het Vlaamse Gewest heeft gehad. De hierna besproken successierechten gelden voor de nalatenschappen van personen die als inwoner van het Vlaamse Gewest moeten worden beschouwd.

1.1 Schenkingsrechten

Feitelijk samenwonenden kunnen elkaar schenkingen doen. Het is hen wel verboden een contractuele erfstelling te doen, waarbij zij elkaar wederzijds bevoordelen bij het overlijden van één van de contractanten.

Voor de schenking van roerende goederen geldt een vlak tarief van 3% voor bloedverwanten in de rechte lijn en voor wettelijk en feitelijk samenwonenden. Wanneer broers en zussen, ooms, tantes, neven, nichten of anderen aan elkaar roerende goederen wensen te schenken bedraagt het schenkingstarief 7% van het geschonkene.

Op een schenking van onroerende goederen is een progressief tarief van toepassing, afhankelijk van de waarde van het geschonken onroerend goed. Tussen bloedverwanten in de rechte lijn en samenwonenden varieert het tarief tussen de 3 en 30%; voor anderen zijn telkens andere en hogere schenkingstarieven, mogelijks gaande tot 80%, voorzien. Voor de schenking van bouwgronden werden tijdelijk, tot 31 december 2009, verlaagde schenkingsrechten bepaald voor elk van voormelde categorieën.

1.2 Successierechten

De successierechten schommelen tussen de 3 en 27% voor bloedverwanten in de rechte lijn en samenwonenden en tussen de 30 en 65% voor anderen, afhankelijk van de waarde van de opengevallen nalatenschap.

Vanaf 1 januari 2007 kunnen feitelijk samenwonenden de gezinswoning, de woning waar men laatst gewoonlijk samenleefde, onder bepaalde voorwaarden vrij van successierechten vererven. De aanhorigheden van de gezinswoning, zoals tuin en garage, en zelfs het bedrijfsgedeelte kunnen ook voor deze vrijstelling in aanmerking komen. Inwonende (klein)kinderen en (groot)ouders kunnen in geen geval van deze vrijstelling genieten.


2 Enkele beschermingstechnieken

2.1 Testament


In de Belgische regelgeving werd geen erfrecht voorzien voor feitelijk samenwonenden. Bij testament kunnen er wel bepaalde rechten ten aanzien van de nalatenschap worden voorzien. Op hetgeen men op die manier van de erflater verkrijgt, zijn dan successierechten verschuldigd.

Een testament kan wel een zekere bescherming bieden, maar het bestaan ervan is afhankelijk van de wil van diegene die het opstelt. Het is bovendien steeds herroepbaar. Het testament wordt tevens ingekort wanneer het wettelijk erfrecht van de erfgenamen door het testament geschonden wordt.

2.2 Samenlevingscontract

Zowel wettelijk als feitelijk samenwonenden kunnen onderling afspraken maken omtrent de gevolgen van hun samenwoning. Terwijl dit voor wettelijk samenwonenden steeds bij authentieke akte voor de notaris dient te gebeuren, kunnen feitelijk samenwonenden hierover een geldige overeenkomst afsluiten zonder bijkomende formaliteiten te moeten respecteren.

In een samenlevingscontract kunnen bepalingen opgenomen worden over het al dan niet eigen karakter van bepaalde inkomsten en te verrichten uitgaven. Er zou bijvoorbeeld afgesproken kunnen worden dat ieder naar zijn vermogen bijdraagt in de huishoudelijke lasten. Wanneer over het karakter van de inkomsten en uitgaven niets bedongen wordt, dan zal men geacht worden eigenaar te zijn van al hetgeen men vóór de samenwoning bezat, maar ook van al hetgeen men tijdens de samenwoning in eigen naam heeft verworven. Ten aanzien van derden moet men het eigendomsrecht wel kunnen bewijzen, bijvoorbeeld via aankoopbewijzen of bepaalde aktes. Behoudens andersluidende afspraken, zullen ook schulden in eigen naam aangegaan, zowel vóór als tijdens de feitelijke samenwoning, geacht worden eigen te zijn.

Wanneer feitelijk samenwonenden afspraken maken omtrent het karakter van de activa en passiva, doen zij er goed aan ook te bepalen op welke manier dit bewezen kan worden.

Als correctie op het principiële systeem van scheiding van de goederen, kunnen feitelijk samenwonenden er voor opteren om bepaalde eigen goederen onder een gemeenschappelijk regime te plaatsen. In dat geval spreekt men van een toevoeging van een intern gemeenschappelijk vermogen.

Wanneer een eigen goed wordt ingebracht in een dergelijk gemeenschappelijk vermogen, zal er een vast recht van 25,00 EUR moeten betaald worden. Aan deze inbreng kunnen modaliteiten worden gekoppeld, zoals bijvoorbeeld overlevingsrechten. Bij overleven van de inbrenger zal het ingebrachte dan zondermeer naar hem terugkeren. Wanneer aan de gemeenschap een einde komt door het overlijden van één van de samenwonenden, dan zullen er geen successierechten verschuldigd zijn op hetgeen ingebracht werd. Er zullen bij ontbinding van het gemeenschappelijk vermogen, anders dan door overlijden, wel registratierechten betaald moeten worden wanneer een onroerend goed werd ingebracht.

Feitelijk samenwonenden kunnen ook via verrekeningsbedingen een solidariteitssysteem inbouwen. Via het samenlevingscontract worden er dan interne vorderingen tussen de feitelijk samenwonenden gecreëerd. Zij zullen onder elkaar afrekenen ten opzichte van die goederen of gelden die zij bepalen. In het samenlevingscontract zal ook het moment moeten worden opgenomen waarop de verrekening zal plaatsvinden en de verdeelsleutel die bij de verrekening van toepassing zal zijn. Er kan bijvoorbeeld voorzien worden in een verrekeningsbeding, van toepassing bij ontbinding van de samenleving, ten aanzien van de inkomsten van de samenwonenden die zij verworven hebben tijdens de samenleving, volgens een 50/50 verdeelsleutel. Afhankelijk van de feitelijke situatie, heeft een dergelijk verrekeningsbeding bepaalde fiscaalrechtelijke gevolgen.

2.3 Beding van aanwas / tontine

Wanneer feitelijk samenwonenden samen goederen wensen aan te kopen, dan kunnen zij dat doen onder een beding van aanwas. Ieder van de kopers-samenwonenden verkrijgt dan de onverdeelde helft van het aangekochte goed. Bij het vooroverlijden van één van hen zal diens aandeel bij de overlevende aangroeien. Aangezien het aangekochte goed nooit in de nalatenschap heeft gezeten, zal de overlevende ook geen successierechten moeten betalen. Registratierechten zijn wel verschuldigd.

Een beding van tontine werkt volgens hetzelfde principe als het beding van aanwas. Verschillend is wel dat de overlevende bij een tontine de volledige eigendom niet van de andere overleden koper, maar rechtstreeks van de verkoper zal verkrijgen. Men dient hierbij als eigenaar te worden beschouwd vanaf het moment van de verkoop.


Afsluitend

Ondanks het feit dat er geen bijzonder statuut tot stand werd gebracht voor diegenen die feitelijk samenwonen, biedt het Belgische recht een waaier van mogelijkheden om hun situatie zo veel als mogelijk te beschermen. Men moet er zich van bewust zijn dat iedere mogelijkheid zijn voor- en zijn nadelen heeft. Bovendien zal de ene beschermingstechniek al meer aangewezen zijn dan de andere, afhankelijk van de concrete omstandigheden.

Ook al beschikken wettelijk samenwonenden en gehuwden wel over een wettelijk verankerd statuut, ook zij kunnen zich via allerhande technieken fiscaal nog meer en beter beschermen.


Caroline Boven,
Advocaat.