Verblijfsco-ouderschap. Mag het nog wat meer zijn? Of Desperate Houseman?

Het nieuwe artikel 374 ?2, 2de lid B.W.

Sedert kort werd er een nieuwe artikel toegevoegd aan het burgerlijk wetboek waaruit gescheiden vaders moed zouden moeten putten.


Het opent alleszins de weg naar een evenwichtige verblijfsregeling van de kinderen bij hun beide ouders.

Als de beide ouders het eens zijn, stelt er zich in feite geen probleem. In dat geval heeft de rechter alleen nog een marginaal toetsingsrecht indien zou blijken dat het tussen de ouders getroffen akkoord kennelijk strijdig is met het belang van het kind.

Indien echter één van de ouders zich verzet tegen een gelijkmatige verblijfsregeling voor de kinderen, kan de andere zulks aankaarten bij de rechter, die dan bij voorrang de mogelijkheid dient te onderzoeken om de huisvesting op een gelijkmatige manier vast te leggen.

Dit aspect is juist het innoverend element in de reeds jaren aanslepende discussie.
M.n. : indien het ouderlijk gezag gezamenlijk aan beide ouders werd opgedragen, en minstens één van hen dringt aan op het bekomen van een gelijkmatige verblijfsregeling, dan dient dus de rechter alleszins te onderzoeken of die vraag van die bepaalde ouder al dan niet gerechtvaardigd is.

Het spreekt vanzelf dat de gescheiden vaders nog heel wat obstakels zullen moeten opruimen op hun weg naar een volkomen gelijkmatige verblijfsregeling.

In vele gevallen zal immers blijken dat een gelijkmatige huisvesting niet de meest passende oplossing zal zijn naar de kinderen toe, en dit niet enkel omwille van een reeks praktische moeilijkheden qua afstand en tijd, maar ook omdat de kinderen ere niet altijd mee gediend zijn om hun thuis te verlaten om vervolgens week na week van huis te veranderen.

Een diepgaand onderzoek, ook in functie van de leeftijd van de kinderen en hun behoeften, dient soelaas te brengen in deze vaak hekele problematiek.

Het is wel zo dat niet-convergerende werkuren op zich geen beletsel meer mogen vormen om in te gaan op het verzoek van de vader om de kinderen evenveel bij hem te hebben als de moeder.

Maar denken dat de rechters voortaan stelselmatig de gelijkmatige huisvesting van de kinderen zullen opleggen, zou een totaal verkeerde deductie zijn van de nieuwe wet.

De rechter zullen echter voortaan niet meer uitsluitend moeten rekening houden met het belang van het kind, doch ook met dat van de beide ouders.

Ook dienen de jeugdrechters de partijen in te lichten over de mogelijkheid dewelke de wet heeft voorzien om te bemiddelen in het conflict.

Meester Marc Geyskens en ondertekende zijn reeds jaren erkende bemiddelaars en houden zich graag ter uwer beschikking.


Gerda COENEN
Advocaat