De nieuwe uitgebreide bevoegdheden van de sociale inspectie

De sociale inspectie heeft als voornaamste opdracht om controle uit te oefenen en te waken over de correcte toepassing van de sociale zekerheidswetgeving.

Reeds in onze nieuwsbrief 16 hebben wij u geïnformeerd omtrent de bevoegdheden, waarover deze sociale inspectie beschikt.

Bij wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen (B.S. 28.07.2006, in werking 07.08.2006) worden de bevoegdheden van de sociale inspectie gevoelig uitgebreid.


OUDE BEVOEGDHEDEN

Op grond van de wet op de Arbeidsinspectie van 16 november 1972 heeft de sociale inspectie de bevoegdheid om, onder behoorlijk bewijs van legitimatie, vrij binnen te gaan in alle werkplaatsen of andere plaatsen, die aan hun toezicht onderworpen zijn. Zij mag met toestemming van de bewoners of mits voorafgaande toestemming van de Politierechter, ook de bewoonde lokalen betreden. Zij mag echter geen kasten openen en eigenhandig opsporingen doen.

De sociale inspectie kan ook vragen dat alle documenten, die betrekking hebben op de wetgevingen waarop zij toezicht uitoefent, als eender welke andere documenten, haar wordt voorgelegd. De sociale inspectie kan ook al deze documenten laten kopiëren of in beslag nemen tegen ontvangstbewijs.

Zij kan tevens overgaan tot elk onderzoek, controle of verhoor, dat zij nodig acht om de naleving van de wetgeving te controleren, en zij kan ook verbaliseren.

De sociale inspectie heeft aldus een ruime, doch weliswaar ook begrensde bevoegdheid.


NIEUWE BEVOEGDHEDEN

Bij voormelde wet van 20 juli 2006 worden de bevoegdheden van de sociale inspectie gevoelig uitgebreid.

Zo krijgt de sociale inspectie voortaan de bevoegdheid tot het opsporen en onderzoeken van alle zich op de werk- of andere plaatsen aanwezige informatiedragers (zijnde alle boeken, registers, documenten, numerieke of digitale informatiedragers, schijven, banden met inbegrip van deze die bereikbaar zijn door een informaticasysteem of door elk ander elektronisch apparaat), die aan haar toezicht onderworpen is en die sociale gegevens of gelijk welke andere gegevens bevatten, die ingevolge de wet moeten worden opgemaakt, bijgehouden of bewaard, zelfs wanneer de sociale inspectie niet is belast met het toezicht op deze wetgeving.

De mogelijkheid tot het nemen van kopie, onder welke vorm dan ook, van alle informatiedragers blijft bestaan, alsook de mogelijkheid om deze in beslag te laten nemen. Een bijkomend middel dat de sociale inspectie verkrijgt is dat zij deze informatiedragers kan laten verzegelen, ongeacht of de werkgever al dan niet eigenaar is van deze informatiedragers.


Van alle andere informatiedragers (bv. persoonlijke aantekeningen, ?) kan de sociale inspectie nog steeds de voorlegging vragen. Deze documenten kunnen eveneens gekopieerd worden maar, in tegenstelling tot voorheen, niet meer in beslag genomen worden.


De voorwaarde om van deze opsporings- en onderzoeksbevoegdheid gebruik te maken, is dat de werkgever niet bereikbaar is om de documenten en gegevens voor te leggen, nadat de inspectie weliswaar de nodige inspanningen heeft geleverd om deze te contacteren, of dat de werkgever weigert de documenten en gegevens voor te leggen. In dit laatste geval wordt door de sociale inspectie een PV wegens verhindering van toezicht opgesteld.


BESCHERMINGSMAATREGELEN TEN VOORDELE VAN DE WERKGEVERS

Gezien de bevoegdheden van de inspectie zodanig werden uitgebreid, heeft de wetgever een bijkomende bescherming voor de werkgevers ingebouwd in de wet, teneinde min of meer een evenwicht te behouden.

Ieder persoon, dus ook de werkgever, die van oordeel is dat zijn rechten geschaad worden door de inbeslagnemingen of door de andere maatregelen door de sociale inspectie genomen, kan een beroep instellen bij de Voorzitter van de Arbeidsrechtbank.

Deze mogelijkheid van een beroep bestaat eveneens voor de maatregelen genomen door de sociale inspectie in de gevallen waarbij de werkgever niet aanwezig was bij of niet instemde met het opsporingsonderzoek

Het beroep wordt ingesteld en behandeld zoals in kortgeding.

De Voorzitter van de Arbeidsrechtbank heeft als taak een controle uit te oefenen over de wettelijkheid van de inbeslagnemingen en van de genomen maatregelen, alsook over de opportuniteit van hun handhaving. De Voorzitter kan de volledige of gedeeltelijke opheffing van de maatregelen bevelen, eventueel onder voorwaarden.


CONCLUSIE

Deze uitbreiding van bevoegdheden voor de sociale inspectie balanceert ons inziens op het randje van legaliteit. Er kunnen heel wat vragen gesteld worden of deze bevoegdheden al dan niet een inbreuk uitmaken op de fundamentele mensenrechten.

Bovendien is het frapant dat een dergelijke bijzondere ruime uitbreiding van bevoegdheden voor de sociale inspectie opgenomen is in een wet die meer dan 300 diverse bepalingen omvat. Men kan zich derhalve de vraag stellen of er in casu aan deze wet een degelijk debat voorafgegaan is.

De regering heeft echter verzekerd dat de uitgebreide bevoegdheden enkel maar zullen gebruikt worden bij de "zware gevallen". De praktijk zal moeten uitwijzen of deze uitgebreide bevoegdheden inderdaad slechts beperkt gebruikt zullen worden.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.



Hilde TIELENS
Advocaat