Begrip zwaarste fout in ondernemingsstrafrecht, "Wie is het stoutste???"

In Nieuwsbrief nr. 25 hebben wij U onderhouden over de algemene principes van de strafrechterlijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon
In deze bijdrage gaan wij nader in op de belangrijke notie van de "zwaarste fout" in het ondernemingsstrafrecht.


Voorafgaandelijk belichten wij kort opnieuw de basisprincipes.

Artikel 5 van het Strafwetboek. voorziet in een regeling die het mogelijk maakt ofwel alleen de rechtspersoon (onderneming), ofwel de natuurlijke persoon, ofwel beiden strafrechterlijk verantwoordelijk te stellen.

De situatie is eenvoudig wanneer er sprake is van een opzettelijk misdrijf zoals bijv. het doelbewust lozen van afvalstoffen zonder vergunning.
Voor dergelijke misdrijven die wetens en willen worden begaan kunnen zowel de natuurlijke persoon die hiervoor verantwoordelijk is binnen de onderneming als de onderneming zelf samen worden veroordeeld. Beiden zijn strafbaar voor hetzelfde misdrijf.

Minder eenvoudig is het wanneer er sprake is van een onopzettelijk misdrijf.
De wet bepaalt dat wanneer de rechtspersoon verantwoordelijk gesteld wordt uitsluitend wegens het optreden van een geïdentificeerde natuurlijk persoon enkel diegene die de zwaarste fout heeft begaan veroordeeld kan worden.

Wat betekent dat nu "de zwaarste fout" ?


Om dit te kunnen beoordelen dient men er vooreerst rekening mee te houden dat het door de rechtspersoon gepleegde misdrijf, ook al is dit niet wetens en willens gepleegd, in concreto door natuurlijke personen wordt verwerkelijkt oftewel uitgevoerd. Er moet derhalve een zogenaamd sprongetje worden gemaakt voor de toewijzing van de feiten zowel wat het materi?le als het morele aspect betreft aan de onderneming .

Dit is wat men noemt de materi?le en de morele toerekening van het misdrijf.
Het is duidelijk dat het door de rechtspersoon gepleegde misdrijf steeds door de natuurlijke persoon die de beslissingen neemt binnen de rechtspersoon wordt verwerkelijkt.

Opdat de bedrijfsleider het misdrijf zou kunnen toerekenen aan zijn onderneming is vereist dat er een ?intrinsieke band bestaat tussen het misdrijf en de rechtspersoon?. Het misdrijf dient verband te houden met de werking van het bedrijf.
Criterium is aldus dat het misdrijf ter verwezenlijking van het doel, ter waarneming van het belang of voor rekening van de onderneming moet zijn gepleegd. Het is deze denkoefening die de rechtbanken maken in afweging van de vraag wie bij een onopzettelijk misdrijf of misdrijf uit onachtzaamheid de zwaarste fout heeft begaan.

De wetgever heeft ons een beetje geholpen bij de wijze van toerekening van onopzettelijke misdrijven.
Verder dient een onderscheid gemaakt tussen de wettelijke en conventionele toerekening.
Een wettelijke toerekening van het misdrijf is wanneer de wetgever zegt wie strafrechterlijk verantwoordelijk is zoals bv. een bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar, etc?
Een conventionele toerekening is dat de wetgever zegt dat de betrokken onderneming zelf dient te bepalen aan wie het misdrijf dient te worden toegerekend.

Zo bepaalt art. 2 van de wet op de Corporate Governments van 02.08.2002 dat ingeval een rechtspersoon wordt aangeduid tot bestuurder, zaakvoerder of lid van een directiecomit? onder de vennoten een vaste vertegenwoordiger moet worden aangeduid die strafrechterlijk verantwoordelijk is.

Het afvalstoffendecreet bepaalt dat de vergunningsplichtige inrichtingen dienen aan te duiden welke natuurlijke personen strafrechterlijk verantwoordelijk zijn ter nakoming van de verplichtingen opgenomen in het decreet.


Genoeg theorie.
Hoe passen de rechtbanken deze principes toe.
Wij geven twee voorbeelden.


1) Misdrijf van bedrieglijke onderwerping binnen een onderneming :

De 17de kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt buigt zich over sociaalrechtelijke geschillen in het strafrecht.
Tot deze materie behoort "bedrieglijke onderwerping".

Bedrieglijke onderwerping is een misdrijf dat erin bestaat fictief iemand te hebben ingeschreven in een bedrijf, hem vrij te stellen van prestaties en toch loon uit te betalen teneinde een bepaalde aftrekpost te kunnen genereren binnen het bedrijf en/of de betrokken werknemer toe te laten van sociale voordelen te genieten zoals bv. verhoogde ziekteuitkering, werkloosheidsuitkering, kindergeld, jaarlijkse vakantie, etc?

Men zou geneigd zijn te kunnen stellen dat ingeval zich dergelijk misdrijf realiseert dit een duidelijk en bijzonder opzet vereist in hoofde van de dader zijnde de bestuurder van de vennootschap. Het is immers hij en niemand anders die de beslissing neemt om iemand fictief in te schrijven en opzettelijk vrij te stellen van prestaties.

De beslissing van de bestuurders is duidelijk frauduleus geïnspireerd. Deze frauduleuze beslissing heeft haar weerslag op de werking en het resultaat van de onderneming. De onderneming moet, ook al wil zij dat niet, deze beslissing respecteren en uitvoeren.

Geconfronteerd met zulk een casus spreekt de rechtbank de onderneming vrij op grond van de hierna volgende motieven :

?Het gaat duidelijk om een fictieve tewerkstelling georganiseerd door een rechtspersoon om de natuurlijke persoon toe te laten te genieten van belangrijke ziektevergoedingen. Deze constructie was o.m. mogelijk door misbruik te maken van de vennootschaps-rechtelijke structuur van de rechtspersoon, waardoor de feiten strafrechterlijk ook niet aan deze rechtspersoon kunnen worden toegekend, zodat de vrijspraak van de rechtspersoon zich opdringt.?


2) Arbeidsongeval.


Ons kantoor verdedigde recentelijk de directeur van een productie-eenheid van een asfaltverwerkend bedrijf voor de strafrechter.

Toen een roofingrol van de productieband viel trachtte een jobstudent deze rol op te rapen waarbij hij gekneld raakte in de machine met een letsel tot gevolg. De CEO van het bedrijf die in het buitenland resideert, de plantdirector alsook de onderneming werden vervolgd voor dit ongeval voor de strafrechtbank..
De rechtbank oordeelde dat de machine onvoldoende beveiligd was en dit in strijd met de ARAB-wetgeving (veiligheid werkplaats).

De rechtbank achtte de tenlasteleggingen bewezen.

De rechtbank sprak de CEO vrij stellende dat niet op concrete wijze was aangetoond dat hij op enigerlei wijze bij de bewezen bevonden feiten betrokken was geweest. Door bv. geen budget te voorzien voor te nemen veiligheidsmaatregelen aan de machines.

De rechtbank meende verder dat de feiten dienden toegerekend aan de plantdirector en aan de vennootschap in wiens naam hij handelde. De rechtbank meende dat de plantdirector als algemene directeur beschikte over de volle en volledige beslissings- en handelingsbevoegdheid terwijl uit niets bleek dat deze directeur de bevoegdheid inzake veiligheid aan iemand anders zou hebben gedelegeerd aan een derde.

Belangrijk is het standpunt van de rechtbank over het criterium van de zogenaamde ?zwaarste fout?. De rechtbank oordeelt dat er van een nalatige gedraging van de vennootschap sprake is waarbij het handelen van haar algemeen directeur, die niet voor eigen rekening of in individueel eigen belang heeft gehandeld aan de vennootschap moet worden toegerekend. Om die reden wijst de rechtbank de zwaarste fout toe aan de onderneming zodat de algemene directeur vrijgesteld wordt van iedere bestraffing. Noteer dat de directeur niet werd vrijgesproken maar enkel werd vrijgesteld van bestraffing.

In onze vorige bijdrage gaven wij aan dat het Hof van Beroep te Antwerpen als beroepsrechter vaak een andere redenering aankleeft en stelt dat de bedrijfsleiders zelf verantwoordelijk zijn tenzij blijkt dat de vennootschap zeer uitdrukkelijk de beslissing genomen heeft aldus te handelen.

Besluitend kunnen wij niet voldoende benadrukken om bedrijfsorganisatorisch te blijven stilstaan bij deze problematiek.
Heeft U binnen uw bedrijf een duidelijke politiek uitgetekend inzake strafrechterlijke aansprakelijkheid van bestuurders en de onderneming zelf ?
Het strekt zeer tot aanbeveling hieromtrent duidelijke en schriftelijk vastgelegde afspraken te maken en een strategische delegatiepolitiek te voeren.

Onze ervaring leert dat het voor de bedrijfsleider vooral psychologisch hard aankomt zich te moeten verantwoorden voor een rechtbank als beklaagde na arbeidsongeval (soms met dodelijke afloop), milieuinbreuken, etc?.
De bedrijfsleider houdt voor dat hij hier de facto niet aan kon verhelpen ,voelt zich niet schuldig en wordt toch als beklaagde gebracht voor de Correctionele rechtbank.Vaak zijn dit lange en slopende procedures met herhaald uitstel en lange duurtijd. Deze onzekerheid weegt zwaar.

Wij adviseren hieraan te remediëren op de meest maximale wijze en een duidelijke politiek in dit verband uit te tekenen. Wij kunnen U hierin bijstaan.


Mr. Jan SWENNEN
Vennoot