Wat is tijdskrediet?

Het tijdskrediet, zoals het thans geldt, wordt geregeld door de CAO nr. 77bis dd. 19.12.2001 (K.B. 25.1.2002, B.S. 5.3.2002) (uitvoering verduidelijkt door CAO nr. 77ter dd. 10.7.2002, de wet van 10.8.2001 (B.S. 15.9.2001) en het K.B. van 12.12.2001 (B.S. 18.12.2001))

Het tijdskrediet kan door de werknemer worden opgenomen om familiale redenen, maar ook om te voldoen aan een persoonlijk verlangen, zoals o.m. het nemen van een pleziervakantie.


1. De CAO nr. 77bis voorziet drie regimes :

* tijdskrediet sensu stricto
* het recht op de vermindering van de loopbaan met 1/5?
* het recht om de arbeid te verminderen voor werknemers van 50 jaar en ouder.



Wij beperken ons tot de bespreking van de voorwaarden en modaliteiten van het recht op tijds-krediet in de enge zin.


2. In principe kan elke werknemer in de priv?-sector die verbonden is door een arbeids-overeenkomst met een werkgever aanspraak maken op tijdskrediet.

Een collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten op sectorieel niveau, of op ondernemingsniveau kan bepaalde werknemerscategorie?n uitsluiten, zoals bv. personeel met leidinggevende functies, personeel met vertrouwensfuncties of kaderpersoneel.

Een ondernemings-CAO in deze zin is evenwel niet mogelijk indien een CAO op sectorieel vlak de uitsluitingsmogelijkheid heeft van de hand gewezen.


3. Om recht te kunnen doen gelden op tijdskrediet dient de werknemer tenminste 12 maanden (in de periode van 15 maanden voorafgaand aan de aanvraag) in dienst te zijn geweest van de werkgever.

4. Het recht op tijdskrediet in enge zin kan worden uitgeoefend door een volledige schorsing van de arbeidsprestaties of door een vermindering van de arbeid tot een halftijdse baan.

De duur van het tijdskrediet bedraagt minimum 3 maanden en maximum 1 jaar. (deze maximum-termijn kan door een sectori?le CAO worden verlengd, zoals bijvoorbeeld in het paritair comit? nr. 218 (nationaal aanvullend paritair comit? voor bedienden), waarin een verlenging tot 2 jaar is bedongen. De mogelijkheid van verlenging kan op sectorieel niveau worden uitgesloten.)


5. De CAO nr. 77bis doet geen recht ontstaan in hoofde van een werknemer die tewerkgesteld is in een bedrijf dat 10 of minder dan 10 werknemers in dienst had op 30 juni van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan.

In dit geval is het akkoord van de werkgever vereist.

Een CAO op sectorieel vlak of ondernemingsniveau kan evenwel het verbod inhouden voor de werkgever om een aanvraag te weigeren.

6. De aanvraag tot tijdskrediet dient schriftelijk te worden gedaan met aangetekende brief of door overhandiging van een geschrift tegen ontvangstbewijs.

In ondernemingen met minder dan 20 werknemers tewerkstelling dient de aanvraag tenminste 6 maanden voor de datum van de inwerkingtreding van de schorsing te worden ingediend. (werkgever en werknemer kunnen deze termijn in onderling akkoord schriftelijk verkorten).

Het geschrift moet het voorstel bevatten op welke wijze het tijdskrediet zal worden uitgeoefend, alsmede de datum van (gewenste) aanvang en de duur.

De aanvraag dient vergezeld te zijn van het RVA-?attest CAO 77bis?.

De aanvraag is slechts als geldig te aanzien vanaf het ogenblik dat deze volledig is en alle noodzakelijke attesten en vermeldingen bevat.

Over de wijze van toekenning en uitvoering dient een akkoord te worden gesloten tussen de werkgever en de werknemer uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarin de schriftelijke aanvraag werd ingediend.

Bij gebreke daarvan wordt de zaak voorgelegd aan de vakbondsafvaardiging of het verzoenings-comit? van het Paritair Comit?.


7. De werkgever heeft het recht om de inwerkingtreding van het tijdskrediet uit te stellen gedurende een maximum periode van 6 maanden omwille van zeer ernstige interne of externe redenen.

Hieronder wordt verstaan organisatorische behoeften, continu?teit van de dienstverlening of de noodzaak/mogelijkheid van vervanging van de werknemer.

Deze redenen moeten door de ondernemingsraad worden vastgesteld, hetzij door de vakbonds-afvaardiging, hetzij in het arbeidsreglement.


8. Er wordt nog op gewezen dat de werkgever niet langer de verplichting heeft om de met tijdskrediet gegane werknemer te vervangen.

Indien de werkgever zulks wel wil doen, kan hij dit met een vervangingsovereenkomst in de zin van artikel 11ter van de arbeidsovereenkomstenwet.


9. Tenslotte waarborgt de CAO nr. 77bis aan de werknemer die tijdskrediet heeft opgenomen het behoud van de functie en biedt de CAO een bijzondere ontslagbescherming vanaf het ogenblik van aanvraag (uiterlijk 6 maanden voor de datum van inwerkingtreding) tot 3 maanden na de be?indiging van de termijn van het tijdskrediet.

Er mag in die periode, ook niet met inachtneming van een opzeggingstermijn of de uitbetaling van een opzeggingsvergoeding, een ontslag aan de werknemer worden gegeven, tenzij dit ontslag totaal vreemd is aan de aanvraag en/of het uitoefenen van het recht op tijdskrediet.

De sanctie bestaat in een forfaitaire vergoeding gelijk aan 6 maanden loon.



Mr. Karel CAERS
Advocaat-vennoot