De overheid en de verjaring

Wim Mertens

Wim Mertens Administratief recht en Omgevingsrecht Stuur een mail
LinkedIn

Meer informatie
Hierna wordt kort besproken welke verjaringsregels toepasselijk zijn op de contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheidsvorderingen tegen de overheid.

Het uitgangspunt is dat de staat, de openbare instellingen en de gemeenten aan dezelfde verjaringsregels zijn onderworpen als particulieren.

De wetgever heeft echter tal van bijzondere wetten uitgevaardigd, waarin afwijkende verjaringsregels voor vorderingen tegen de overheid worden vastgelegd. Een zeer belangrijke afwijking is artikel 100 en 101 van de Samengeordende Wetten op de Rijkscomptabiliteit (afgekort S.W.R. van 17.07.1991. (Belgisch Staatsblad 21 augustus 1991)

Het principe van die specifieke regelgeving is dat alle schuldvorderingen t.a.v. de overheid verjaren na 5 jaar.

1. Op welke overheden is de S.W.R. van toepassing ?

Niet alle overheden kunnen zich beroepen op de bijzondere verjaringsregeling van de artikelen 100 en 101 S.W.R.

Het bijzondere verjaringsregime geldt voor vorderingen tegen de federale staat. Dit zijn grosso modo de vroegere ministeries.

Staatsdiensten met afzonderlijk beheer en met een eigen rechtspersoonlijkheid zoals de instellingen van openbaar nut vallen dus niet onder deze bijzondere verjaringsregeling. (bv. het KMI, de RSZ, de Regie der Gebouwen, de Nationale Bank van Belgi?, de NMBS)

Daarenboven is de bijzondere verjaringsregeling van toepassing op de gemeenschappen en de gewesten, maar niet op gewest - of gemeenschapsdiensten met afzonderlijk beheer of met een eigen rechtspersoonlijkheid, zoals bijvoorbeeld de VRT, de Universiteit van Gent, de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of de GIMV.

Ook de provincies vallen onder het toepassingsgebied van de S.W.R.

Andere overheden, zoals: de gemeenten, OCMW?s of intercommunales kunnen zich bijgevolg niet op deze gunstregeling beroepen.


2. Welke schuldvorderingen vallen onder die bijzondere verjaringsregeling?

Enkel persoonlijke rechtsvorderingen tegen de overheid en dus niet de zakelijke rechtsvorderingen, zijn onderworpen aan de bijzondere verjaringsregels. Bovendien moeten die persoonlijke schuldvorderingen een geldsom als voorwerp hebben.

Dit betekent bijvoorbeeld dat een rechtsvordering tegen het Vlaams Gewest tot ontbinding van een overeenkomst niet onderworpen is aan de bijzondere verjaringsregels, maar wel aan de gemeenrechtelijke verjaringsregels.


3. Verjaringstermijn

De duur van de verjaringstermijn is 5 jaar, doch er zijn specifieke regels van toepassing, afhankelijk van de aard van de schuldvordering, die echter binnen dit kort bestek niet verder kunnen ontwikkeld worden, maar waarover u bijkomende informatie kan bekomen.

Schuldvorderingen die voortkomen uit vonnissen blijven wel onderworpen aan de gemeenrechtelijke verjaringstermijn, welke op dit moment 10 jaar bedraagt.

Het vertrekpunt van de verjaringstermijn van artikel 100, lid 1, 1? S.W.R. is niet de datum van het ontstaan van de schuldvordering, maar de 1ste januari van het begrotingsjaar waarin de schuldvordering is ontstaan.

Voorbeeld:

Op 6 december 2001 rij je met jouw auto op de E314 in Genk in een put. Je wagen is zwaar beschadigd. Uit een deskundigenonderzoek dat o.w.v. een aantal expertises lang geduurd heeft, blijkt pas in 2005 dat de wegbeheerder, in casu het Vlaams Gewest, aansprakelijk is voor de schade.

Je stuurt op 30 november 2005 een aangetekende brief naar het Vlaams Gewest waarin je 10.000 ? schadevergoeding vordert. Het Vlaams Gewest antwoordt niet.

In januari 2006 ga je naar een advocaat die voor jou het Vlaams Gewest dagvaardt op 15 januari 2006, zijnde dus binnen de 5 jaar na het schadegeval.

Een goede rechter zal die schadevergoeding niet aan jou toekennen omdat de verjaringstermijn niet op 6 december 2001 is beginnen lopen maar wel op 1 januari 2001, zodat de dagvaarding diende betekend te worden uiterlijk op 31 december 2005.



4. Stuiting en schorsing van de verjaring


Normaal kan een verjaring gestuit worden door een dagvaarding voor het gerecht, een bevel tot betaling, een beslag en de erkenning van de schuldenaar van het recht van zijn schuldeiser. (zie artikel 2244 en 2248 B.W.)

In het kader van de vorderingen tegen de overheden is enkel een gerechtsdeurwaardersexploot en een schulderkenning van de overheid een stuitingsdaad.

Van belang hierbij is dat een annulatieberoep bij de Raad van State geen stuitende werking heeft. Vermits procedures bij de Raad van State dikwijls meer dan vijf jaar duren, is het dan ook zeker raadzaam om een eventuele procedure in schadevergoeding ten aanzien van de overheid te starten vooraleer er een eindarrest is bij de Raad van State, aangezien u anders het risico loopt om afgewezen te worden op grond van verjaring van uw schuldvordering.


5. Toekomstige regeling

In 2003 werden drie wetten uitgevaardigd die de wetgeving op de openbare comptabiliteit grondig hervormden.

Indien die wetten uitgevoerd zullen worden, zal de specifieke regeling voor schuldvorderingen t.a.v. de overheid grotendeels afgeschaft worden, zodat ook op schuldvorderingen tegen de overheden de gemeenrechtelijke verjaringstermijnen van toepassing zijn.

Momenteel is er echter nog grote onduidelijkheid omtrent het tijdstip van de inwerkingtreding van die nieuwe wetten t.a.v. de diverse overheden, zodat nog altijd met het hiervoor vermelde dient rekening gehouden te worden....

Een wakkere burger zorgt dus best dat hij bij vorderingen t.a.v. overheden kort op de bal speelt !



Wim MERTENS
Advocaat-vennoot