Uitzendkrachten en burgerlijke aansprakelijkheid: opgepast!

Bij arbeidsongevallen is de Belgische Wetgever bewust afgeweken van de normale regels van de burgerrechterlijke aansprakelijkheid. De werkgever is verplicht om een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten. Deze verzekering dekt de aansprakelijkheid zonder dat er een fout moet aangetoond worden. De werkgever draagt de financi?le last ervan. Als tegenprestatie garandeert de wet de burgerrechterlijke immuniteit. Dit geldt zowel voor een werkgever als de aangestelde werknemer.

Wat wanneer een uitzendkracht een arbeidsongeval overkomt?

Als een uitzendkracht (interimarbeider) bij de gebruiker waar hij effectief tewerkgesteld is, het slachtoffer is van een arbeidsongeval dan speelt de burgerrechterlijke immuniteit ten voordele van zijn werkgever en zijn mede werknemers. Zijn werkgever is in dit geval echter het uitzendbureau waarmee hij een arbeidsovereenkomst heeft en niet de gebruiker waar hij aan het werk is.

De werkgever die in casu de arbeidsongevallenverzekering moet afsluiten, is voor een uitzendarbeider/interimarbeider het uitzendkantoor.

Met andere woorden, wanneer er zich een arbeidsongeval voordoet zal niet de arbeidsongevallenverzekeraar van de werkgever waar de interim-arbeider effectief is tewerkgesteld moeten tussenkomen maar de arbeidsongevallenverzekering van het interim-kantoor zelf.

De redenering hierachter is dat ook de werkgever waar de interimarbeider effectief wordt tewerkgesteld de verplichte de arbeidsongevallenverzekering voor de uitzendkrachten financiert.

In het bedrag dat hij immers aan het uitzendbureau moet betalen voor de ter beschikkingstellling van de uitzendkracht, heeft het uitzendbureau immers deze verzekeringspremie verrekend.

De verbruiker (werkgever) draagt dus ook bij tot het dekken van het risico dat verbonden is aan een mogelijk arbeidsongeval van een uitzendkracht.

Wie is er echter burgerlijk aansprakelijk als de interimkracht betrokken is in een zaak van burgerlijke aansprakelijkheid.

In dergelijke zaken moet men zeer goed opletten dat hier een volledig omgekeerde visie geldt ten opzichte van de behandeling bij een arbeidsongeval.

Een voorbeeld verduidelijkt dit:

Een uitzendkracht/interimarbeider veroorzaakt een verkeersongeval waarbij schade wordt veroorzaakt aan een derde. Het ongeval gebeurt op het ogenblik dat hij in dienst rijdt voor een werkgever waar hij door zijn interimkantoor is tewerkgesteld. Het Openbaar Ministerie dagvaardt dan zowel de arbeider zelf aangezien deze inbreuken heeft gepleegd op het Wegverkeersreglement alsook de burgerrechterlijk aansprakelijke partij.

De vraag stelt zich dan welke werkgever ?burgerrechterlijk aansprakelijk? is.

Er heerst hier grote onduidelijkheid wie nu als werkgever moet te worden aanzien. Enerzijds is er het uitzendbureau waarmee de interimarbeider een overeenkomst heeft ondertekend. De overeenkomst tussen een uitzendkantoor en een uitzendkracht is een arbeidsovereenkomst krachtens artikel 8 van de Wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. Het uitzendbureau is derhalve de werkgever van de uitzendkracht.

Vervolgens is er een overeenkomst tussen het uitzendbureau en de gebruiker (lees plaats waar hij effectief wordt tewerkgesteld). Deze overeenkomst is conform de wet van 24 juli 1987 van conventionele aard. Het precieze karakter van deze overeenkomst wordt niet gespecificeerd in de wet.

Echter moet men in een gelijkaardige zaak de bepalingen van artikel 1384 lid 3 B.W. toepassen. Voor toepassing van dit artikel volstaat dat tussen de dader (interimkracht) en de aansteller een band van ondergeschiktheid bestaat. Die verhouding van ondergeschiktheid bestaat zodra een persoon zijn gezag en toezicht op de daden van een ander in feite kan uitoefenen. De aangestelde in de zin van artikel 1384 lid 3 B.W. is derhalve degene die in een gezagsverhouding of verhouding van ondergeschiktheid met de aansteller staat.

Het Hof van Cassatie heeft zich eveneens in gelijkaardige zaken reeds uitgesproken (arresten 8 november 1971 en 31 oktober 1980). Hierin besliste het Hof dat een werknemer die in opdracht van zijn werkgever werkzaamheden voor een derde verricht als aangestelde van deze laatste en niet van zijn werkgever handelt in zoverre hij deze werkzaamheden onder het feitelijk gezag van de derde uitvoert.

In voormeld gezag heeft de interim-arbeider aldus een arbeidsovereenkomst afgesloten met het uitzendkantoor doch staat hij onder het feitelijk gezag van de werkgever waar hij effectief is tewerkgesteld.

Bij een aansprakelijkheidsgeval zal als burgerrechterlijke aansprakelijke partij dan ook de werkgever moeten worden gedagvaard/aangesproken die de interimarbeider effectief tewerkstelt.

Wanneer men voor een gelijkaardige zaak komt te staan waarbij er schade wordt veroorzaakt door een interimkracht dient men met andere woorden zeer goed na te gaan wie als burgerrechterlijke aansprakelijke partij wordt gedagvaard daar dit effectief de werkgever moet zijn waar de uitzendarbeider is tewerkgesteld. De betrokken uitzendarbeider zelf geniet immers krachtens artikel 18 van de wet betreffende de arbeidsovereenkomsten vrijstelling van aansprakelijkheid voor lichte occasionele fouten ten aanzien van derden aan wie hij schade berokkent.

Voor vragen in verband met het arbeidsongeval of een aansprakelijkheidszaak kan men steeds terecht bij ons kantoor.


Kurt SMETS
Advocaat