Handelspraktijken en Europa

Nieuwe handelspraktijken: mag u van Europa wat meer?

De Europese Unie tracht al jaren een interne markt in Europa te cre?ren, ook voor de consument. In de praktijk stelde men echter vast dat Jan met de Pet niet over de grenzen ging kopen omdat hij geen vertrouwen had door de grote verschillen tussen de nationale bepalingen over handelspraktijken. Ook bedrijven verkopen zeer weinig over de grenzen heen. De aanpassingen per land aan de handelspraktijken brengen immers te grote kosten met zich mee.

Om dit op te lossen had de Europese Unie twee maatregelen in gedachten: een richtlijn met een theoretisch kader rond handelspraktijken en een verordening die een aantal specifieke promoties zou regelen.

De richtlijn is er sinds 11 mei 2005: richtlijn 2005/29/EG. De verordening is er niet gekomen.

Na de negatieve reactie van de bevolking op de Europese Grondwet heeft de Europese Commissie op 27 september 2005 een tachtigtal voorstellen ingetrokken, waaronder ook het voorstel van deze verordening. Dit voorstel zou vele handelspraktijken, die nu in Belgi? verboden zijn, toelaten op voorwaarde dat voldoende informatie aan de consument wordt gegeven. Belgi? is er dus niet rouwig om, dat de verordening het voorlopig niet heeft gehaald.


DE RICHTLIJN 2005/29/EG

1. Het theoretisch kader

Belangrijk is dat de richtlijn geen ruimte laat voor strengere nationale bepalingen en enkel van toepassing is op de verhouding van een onderneming met consumenten en niet op de verhouding tussen ondernemingen onderling.

Het theoretisch kader begint eenvoudig door te stellen dat alle oneerlijke handelspraktijken verboden zijn. Een handelspraktijk is oneerlijk wanneer 2 voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn:

1. wanneer zij in strijd is met de vereisten van de professionele toewijding, en
2. de handelspraktijk het economisch gedrag van de gemiddelde consument wezenlijk verstoort of kan verstoren.

Beide voorwaarden worden verder omschreven.

1.1 Vereisten van professionele toewijding

De vereisten van professionele toewijding worden als volgt omschreven: "het normale niveau van bijzondere vakkundigheid en zorgvuldigheid dat redelijkerwijs van een handelaar ten aanzien van consumenten mag worden verwacht, overeenkomstig eerlijke marktpraktijken en/of het algemene beginsel van goede trouw in de sector van de handelaar"

Om elk land tevreden te stellen zijn de belangrijkste begrippen van de nationale wetgeving van de verschillende Europese landen overgenomen. Daardoor is de bepaling vaag, onduidelijk en laat ze zeer veel ruimte voor interpretatie.

1.2 Wezenlijke verstoring van het economisch gedrag van de gemiddelde consument

Een wezenlijke verstoring van het economisch gedrag houdt in dat de gemiddelde consument zonder de handelspraktijk de transactie niet zou hebben afgesloten en dat gelijktijdig het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerde beslissing te nemen merkbaar beperkt is.

Deze gemiddelde consument is een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument.

2. Specifiek verboden handelspraktijken

2.1 Misleidende handelspraktijken

Misleidende handelspraktijken kunnen bestaan uit misleidende handelingen of misleidende weglatingen.

Misleidende handelingen zijn het geven van onjuiste informatie, die de consument bedriegt of kan bedriegen en waardoor de consument overgaat tot de transactie. Dit kan bvb. marketing zijn die verwarring zaait met een concurrent of het overtreden van een eigen gedragscode.

Misleidende weglating is het niet, het onduidelijk, op dubbelzinnige wijze of laattijdig verstrekken van essenti?le informatie die de consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit te nemen, als de consument hierdoor tot de transactie overgaat. Bvb een handelaar die zijn commercieel oogmerk niet laat blijken houdt bepaalde essentiële informatie achter.

2.2 Agressieve handelspraktijken


Een handelspraktijk is agressief als de keuzevrijheid of vrijheid van handelen van de consument wordt beperkt door intimidatie, dwang of ongepaste beïnvloeding en de consument hierdoor tot de transactie overgaat. Met ongepaste beïnvloeding wordt het uitbuiten van een machtspositie t.a.v. de consument bedoeld.

Wanneer een handelaar bijvoorbeeld een aantal producten op afbetaling heeft verkocht aan een consument en de consument komt vragen om het afbetalingsplan te herschikken, heeft de handelaar een machtspositie t.a.v. deze consument. Als de handelaar akkoord zou gaan met de herschikking maar enkel op voorwaarde dat de consument nog extra producten bij hem koopt, is er sprake van het uitbuiten van deze machtspositie en een agressieve handelspraktijk.

Om te oordelen of sprake is van intimidatie, dwang of ongepaste be?nvloeding moet er rekening worden gehouden met de plaats en het tijdstip, het gebruik van dreigende taal, het uitbuiten van tegenslagen, het opleggen van belemmeringen voor het uitoefenen van contractuele rechten, en het dreigen met maatregelen die wettelijk niet kunnen genomen worden.


3. De zwarte lijst

De zwarte lijst is een lijst van 31 willekeurige handelspraktijken die onder alle omstandigheden als oneerlijk worden beschouwd. Voor een handelspraktijk die in deze lijst voorkomt is het niet vereist dat de consument door de handelspraktijk overgaat tot de transactie of dat het vermogen van de consument om een geïnformeerde beslissing te nemen wordt beperkt.

Voor een overzicht van de lijst kan u de tekst bij ons kantoor opvragen, een aantal willen we u echter niet onthouden.

Het is bijvoorbeeld verboden om een vertrouwens-, kwaliteits- of ander soortgelijk label aan te brengen zonder daarvoor de vereiste toestemming te hebben gekregen.

Lokkertjes zoals de zeer goedkope digitale camera in een supermarkt waar veel reclame voor wordt gemaakt maar waar slechts enkele exemplaren beschikbaar zijn kunnen ook niet.

De consument onder valse tijdsdruk zetten met de bedoeling om de consument onmiddellijk te doen beslissen en hem geen kans of onvoldoende tijd te gunnen om een ge?nformeerd besluit te nemen is eveneens een oneerlijke handelspraktijk.

Een pyramidesysteem waarbij het aanbrengen van nieuwe consumenten in het systeem meer oplevert dan de verkoop of het verbruik van goederen is verboden.

Het thuis ongewenst lastig vallen of het op afstand lastig vallen zoals met telefoon, fax of e-mail (SPAM) van de consument kan niet door de beugel.

4. Wanneer is de richtlijn van toepassing?

Deze richtlijn moet worden omgezet tegen 11 juni 2007 en de omgezette wetgeving moet ten laatste op 11 december 2007 van kracht zijn.

In afwachting van de omzetting is de richtlijn niet van toepassing maar moeten de nationale rechters de nationale wetgeving conform aan de richtlijn interpreteren. Dit betekent dat als de nationale wetgeving onduidelijk is en moet ge?nterpreteerd worden dat deze zo moet worden ge?nterpreteerd dat de wetgeving in overeenstemming is met de richtlijn.


Christoph BIELEN
Advocaat