Regenwaterput verplicht bij nieuwbouw

Wim Mertens

Wim Mertens Administratief recht en Omgevingsrecht Stuur een mail
LinkedIn

Meer informatie
1. Situatieschets.

De laatste jaren is de maatschappelijke interesse voor de waterhuishouding steeds toegenomen.

Deze bezorgdheid heeft geleid tot een decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid. (B.S. 14.11.2003)

Dat waterbeleid richt zich op het gecoördineerd en geïntegreerd ontwikkelen, beheren en herstellen van watersystemen met het oog op het bereiken van de randvoorwaarden die nodig zijn voor het behoud van dit watersysteem als zodanig, en met het oog op multifunctioneel gebruik, waarbij de behoeften van de huidige en komende generaties in rekening worden gebracht.

Dit waterbeleid heeft zowel aandacht voor waterkwaliteit als voor waterkwantiteit.
In dat kader is het van groot belang om overstromingen van bebouwde gebieden zoveel mogelijk te vermijden en daarentegen om de verdroging van natte natuurgebieden te vermijden.


2. Gewestelijke stedenbouwkundige verordening

Om hoger vermeld decreet uit te voeren in de praktijk werd door de Vlaamse Regering op 01.10.2004 een gewestelijke stedenbouwkundige verordening goedgekeurd inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Die verordening bevat minimale voorschriften voor de lozing van niet-verontreinigd hemelwater dat afkomstig is van verharde oppervlakken.

Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat het hemelwater in eerste instantie zoveel mogelijk moet gebruikt worden en dit zo dicht mogelijk bij de plaats waar het valt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts moet worden afgevoerd.

Die gewestelijke stedenbouwkundige verordening is van toepassing in heel Vlaanderen en voorziet in een aantal belangrijke - nog niet zo goed bekende - verplichtingen bij nieuwbouwwerken.


3. Verplichtingen bij nieuwbouw.

3.1. Hemelwaterput, infiltratie- en buffervoorzieningen, gescheiden lozing

Indien u één van de onder 3.2. opgesomde werken uitvoert, moet u een stedenbouwkundige vergunning vragen die enkel maar kan worden afgegeven als een hemelwaterput is voorzien.

Voor een horizontale dakoppervlakte tot 100 m2 volstaat een hemelwaterput van 3000 liter of meer.

Voor een oppervlakte tussen 100 en 150 m2 volstaat een hemelwaterput van 5000 liter of meer.

Voor een horizontale dakoppervlakte tussen 150 en 200 m2 volstaat een hemelwaterput van 7500 liter of meer.

Daarenboven kan de stedenbouwkundige vergunning voor de hierna opgesomde werken slechts afgegeven worden als op de hemelwaterput een operationele pompinstallatie wordt aangesloten die het gebruik van het opgevangen hemelwater mogelijk maakt.

Voor wat betreft het aanleggen of heraanleggen van verharde grondoppervlakken is het ook mogelijk om een infiltratievoorziening te plaatsen waarvan het buffervolume minimaal 300 liter per begonnen 20 m2 referentieoppervlakte van de verharding moet bedragen.

Tevens is een vertraagde afvoer van het hemelwater mogelijk.

Ook combinaties van hemelwaterput, infiltratievoorziening en/of vertraagde lozing zijn mogelijk.

Als de aanvrager een afvoer van het hemelwater dient aan te leggen dan is hij verplicht het overtollige hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.

3.2. Wanneer moet u voorzieningen treffen ?

De gewestelijke stedenbouwkundige verordening is o.m. van toepassing op:

* het bouwen en / of herbouwen van gebouwen of constructies met een horizontale dakoppervlakte groter dan 75 m2
* het uitbreiden van gebouwen of constructies voor zover de horizontale dakoppervlakte van het gebouw of de constructie met meer dan 50 m2 wordt uitgebreid
* het aanleggen of heraanleggen van verharde grond-oppervlakken groter dan 200 m2.
(met heraanleggen wordt bedoeld een werk waarbij de volledige verharding, met inbegrip van de funderingslaag, wordt vervangen.)


Vrijgesteld zijn gebouwen en constructies die worden opgericht op een onroerend goed dat kleiner is dan 3 aren.

De stedenbouwkundige verordening is niet van toepassing:

* op verharde grondoppervlakken die nog voldoende infiltratie mogelijk maken, zoals steenslagverharding of grastegels
* op verharde grondoppervlakken die tot het openbaar domein behoren of die bestemd zijn om te worden ingelijfd bij het openbaar wegdomein
* indien het hemelwater dat op de verharde grondoppervlakte valt, op natuurlijke wijze naast de verharde grondoppervlakte op eigen terrein in de bodem kan infiltreren
* indien het hemelwater door contact met de verharde oppervlakte vervuild wordt, zodanig dat het als afvalwater dient te worden beschouwd


4. Conclusie

Je kan zo maar niet meer met bouwwerken beginnen zonder watervoorzieningen. Hou hiermee rekening wanneer je een stedenbouwkundige vergunning aanvraagt of vraag advies aan je raadsman.

In een land waarin heel veel volgebouwd wordt, moet getracht worden om de waterhuishouding onder controle te houden teneinde overstromingen en andere rampen te vermijden.

Eveneens wordt gestimuleerd om zo spaarzaam mogelijk om te gaan met leidingwater en zo veel mogelijk regenwater te benutten.

Hoger vermelde regelgeving draagt daar zeker toe bij.


Wim MERTENS
Advocaat-vennoot