Naar een verplichte bouwverzekering.

Wie geconfronteerd wordt met bouwprocedures kan vaststellen dat schadedossiers zeer lang kunnen aanslepen. Het is som tergend te moeten noteren dat zelfs voor relatief kleine bedragen, de rechtzoekende na 10 jaar nog steeds geen antwoord heeft op zijn vragen.

De invoer van een verplichte bouwverzekering, gedeeltelijk gebaseerd op het Franse voorbeeld, zou heel wat problemen kunnen verhelpen.

Vandaag de dag is de architect de enige partij in het bouwproces, die verplicht is zich te verzekeren. Dit omwille van het feit dat de aansprakelijkheid van de architect persoonlijk is. Op dit ogenblik is enkel in Frankrijk en in Spanje een wet van kracht die de verzekering als verplichting instelt, wanneer een immobiliaire constructie wordt opgericht.

Het Franse model, ook wel genoemd de Wet Spinetta, is ongeveer al 25 jaar van kracht. De volgende maatregelen werden hierin genomen:

1. Het regime van de verantwoordelijkheden werd aangepast: er werd nl. een onderscheid gemaakt tussen twee fracties, m.n. enerzijds de fractie Bouw en anderzijds de fractie Uitrusting.
2. De technische controle van de bouw werd gekoppeld aan de bouwheer.
3. Alle deelnemers aan het bouwgebeuren moesten zich verzekeren en een mechanisme voor snelle vergoeding werd alzo gecre?erd, los van de vraag van de aansprakelijkheidsverdeling.


Een dergelijke verzekering, in vaktermen ook wel een zaakschadeverzekering genoemd, zal in de praktijk zorgen voor een snelle vergoeding van de schadelijder en deze verzekeraar zal tevens verhaal kunnen uitoefenen op de verzekeraars van de verantwoordelijken. Ook wordt een vermoeden van aansprakelijkheid ingesteld voor elke deelnemer aan het bouwwerk. Deze laatste kan een vreemde oorzaak aantonen om zich te vrijwaren.

Het begrip ?fout? wordt aldus verlaten en de bewijslast ligt bij de vermoedelijke aansprakelijke partijen. De reeds bestaande tienjarige aansprakelijkheid wordt nu eveneens uitgebreid wanneer er schade optreedt, waardoor het werk ongeschikt wordt voor de bestemming waarvoor het werd opgericht.

Voor de uitrustingsonderdelen die niet aan de 10-jarige aansprakelijkheid onderworpen zijn, is er integendeel wel een waarborg van goede werking voorzien van 2 jaar. Elke aannemer is hier ook een waarborg van perfecte afwerking verschuldigd voor de duur van 1 jaar. De tienjarige aansprakelijkheid is ook van openbare orde.

Daarnaast wordt ook het onderscheid tussen de voorlopige en de definitieve oplevering opgeheven. De wet stelt dat de oplevering de daad is waardoor de bouwheer verklaart het werk te aanvaarden, al dan niet met voorbehoud. De meest gerede partij vraagt die aan. Zij kan desnoods gerechtelijk afgedwongen worden en zij kan eventueel zelfs stilzwijgend gebeuren.

De oplevering is een zeer belangrijk tijdstip bij de constructie van het gebouw omdat ze het enige beginpunt is van:

1. De termijn van 1 jaar voor de perfecte afwerking
2. De termijn van 2 jaar voor de goede werking van de uitrustingselementen
3. De termijn van 10 jaar voor de aansprakelijkheid van de deelnemers aan het bouwwerk.


De wetgever heeft hier ook de technische controle en preventie opgetrokken. De technische controle in de vorm van een controleorgaan, dat moet aangesteld worden door de bouwheer, is verplicht in de gevallen waar de stabiliteit van het gebouw en / of de veiligheid van de personen in het gedrang kon komen.

Zo wordt de controle aldus verplicht voor gebouwen vanaf een bepaalde hoogte, met grote overspanningen of dewelke toegankelijk zijn voor het publiek.

De Wet Spinetta aldus heeft op het gebied van de verzekering een dubbel doel betracht: een snelle vergoeding van de schadelijder en een verdeling van de aansprakelijkheden op een later tijdstip, waarbij de schadeverzekeraar gesubrogeerd wordt in de rechten van het slachtoffer en waarbij elke interveni?nt verplicht verzekerd moet zijn.

Op de bouwheer rust de verplichting voor rekening van zichzelf en voor rekening van de rechtsopvolgers, een verzekering te onderschrijven, die de bouwheer vergoedt. Zowel de professionele bouwers, de private bouwheer als de overheid valt hieronder.

Enkel zij die een gebouw oprichten op grond van een derde, worden beschouwd als medecontractanten en zijn niet onderworpen aan deze verplichting.

De verzekering moet wel afgesloten zijn op het ogenblik waarop de bouwwerken starten. De wetgever heeft hier ook sancties voorzien, o.m. naast de onmiddellijke stillegging van de werf zijn er ook geldboetes voorzien. Enkel de particuliere bouwer kan geen sanctie worden opgelegd. Bij latere verkoop van de huizen is de notaris verplicht om in de akte melding te maken of deze verplichting nagekomen werd. Hij kan zelfs eisen dat een verzekering afgesloten wordt voor de resterende duur indien het huis jonger dan 10 jaar zou zijn.

De verzekeraar dient 60 dagen na de aanmelding van een schadegeval een voorverslag op te stellen. Dit houdt ondermeer in een technische analyse, maatregelen tot behoud en ter voorkoming van verergering, en of er al dan niet waarborg is. Wanneer de waarborg niet geweigerd wordt, moet de verzekeraar binnen de 90 dagen een regelingsvoorstel overmaken met een eventueel voorschot indien de regeling niet definitief is.

Enkel in gevallen van uitzonderlijke moeilijkheden, te wijten aan de aard van het schadegeval of de belangrijkheid, kan een eenmalig uitstel verkregen worden ten belope van 35 dagen. Ingeval van onrechtmatig optreden van de verzekeraar, zijn de verschuldigde intresten het dubbel van de wettelijke intresten.

In de praktijk komt het erop neer dat de dossiers ongeveer maximum een half jaar nodig hebben om allemaal afgehandeld te worden. Een bijkomend element is ook dat de polis niet in een vrijstelling mag voorzien. Na uitbetaling door de zaakschadeverzekeraar is deze verzekeraar gesubrogeerd in de rechten van de schadelijder en kan deze zich verhalen op de aansprakelijke deelnemer van de bouw.

Dit model heeft er nu toe geleid dat de meeste schadegevallen buiten de rechtbank worden afgehandeld. Het enige kritieke punt is natuurlijk de kostprijs van dergelijke bouwverzekering. Op dit ogenblik bedraagt de kostprijs van het totaalpakket van de bouwverzekering ongeveer 1,2 % van het omzetcijfer in de bouw.

Dit Franse model zou in Belgi? zeer interessant kunnen zijn. Denk maar aan beperking van de afhandelingsduur van bouwschades, zekerheid van vergoeding voor de schadelijder, bescherming van onvermogendheid van de bouwpartners, inkorting van proceduretermijnen en verbetering van de kwaliteit van het bouwgebeuren en tenslotte de gelijkstelling van alle partijen op het vlak van verplichting tot verzekering.



Kurt SMETS