Gemeenschappelijk aanrijdingsformulier ; "houdt het hoofd koel !"

Zeer waarschijnlijk zal eenieder die deze bijdrage leest reeds te maken gehad hebben met het Europees aanrijdingsformulier nadat hij/zij betrokken was in een ongeval.
Het alom gekende formulier in drie exemplaren, gescheiden door het carbonpapier, dient ingevuld na een ongeval en is in regel bestemd voor de verzekeraars. Het strekt ertoe de verzekeraars in de mogelijkheid te stellen om na het ongeval snel de aansprakelijkheid te kunnen vaststellen en tot schaderegeling over te gaan.
Het belang en juridische waarde van een aanrijdingsformulier kan niet genoeg overschat worden.
Vroeger is in het kader van deze nieuwsbrief reeds aandacht besteed aan de betekenis van het aanrijdingsformulier. Aangezien ons kantoor recentelijk nog heel wat interessante vonnissen ontving omtrent de bewijswaarde van dit formulier willen we er nogmaals kort blijven bij stilstaan.


Het is bekend dat de rechtbanken zeer terughoudend zijn t.a.v. bepaalde bewijselementen die ten tonele verschijnen nadat de partijen gezamenlijk een aanrijdingsformulier hebben ingevuld.
Recentelijk verwoorde de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt het evenwel ongemeen scherp.

In haar vonnis gaat de rechtbank ervan uit dat autobestuurders de neiging hebben om na het ongeval hun versie te wijzigen van het gebeuren. Dit zet de rechtbank ertoe aan om al de bewijselementen die dateren van nadien af te wijzen, ook al is er op zich niets mis met deze naderhand bijgebrachte bewijzen.

Getuigen die nadien nog een verklaring afleggen worden door de rechtbank als niet objectief afgewezen. De rechtbank gaat ervan uit dat de partijen er voor kozen geen beroep te doen op de politiediensten die in regel garant staan voor objectieve vaststellingen. De partijen dienen de gevolgen van deze keuze te aanvaarden hetgeen inhoudt dat zij nadien geen nieuwe bewijzen meer moeten voortbrengen. Immers, ingeval één partij dit doet benadeelt dit de partij die dit niet doet.

Het standpunt zoals ontwikkeld door de rechtbank gaat erg ver. Vooreerst is het toch merkwaardig vast te stellen dat de rechtbank als regel vooropstelt dat bestuurders de neiging hebben hun versie van het gebeurde te wijzigen. Is het niet normaal dat een bestuurder, betrokken bij een ongeval niet onmiddellijk na het accident de klaarheid van geest heeft om alle argumenten en middelen te ontwikkelen die nuttig en relevant zijn om de aansprakelijkheid voor het ongeval te beoordelen? In dit verband mag men niet blind blijven voor de vaststelling dat het formulier zeer summier is, weinig ruimte laat voor een duidelijke weergave van de feiten en in regel enkel bestemd is voor verzekeraars. Het is pas ingeval er nadien geen overeenstemming tussen verzekeraars is dat de rechtbanken worden ingeschakeld om over het ongeval te oordelen. Het is bovendien niet omdat men een getuige niet heeft vermeld op het formulier dat die getuige er niet zou kunnen geweest zijn. Is het geen onrecht geen rekening te houden met een geloofwaardige getuige o.w.v. het enkele feit dat deze getuige niet vermeld staat op het formulier ?

Wat er ook van zij. De tendens tot verregaande afwijzing van alle bewijzen buiten deze van het aanrijdingsformulier is merkbaar. Dit moet U er toe aanzetten om helder van geest te blijven na de moeilijke omstandigheid die een ongeval toch is. De strengheid van de rechtbank t.a.v. de bewijsvoering van een aanrijdingsformulier doet ons u adviseren om de politie in te schakelen, hen vaststellingen te laten doen, zeker wanneer U de overtuiging bent toegedaan dat u in uw recht bent, hoe gering uw schade ook moge zijn. De bewijsproblematiek riskeert U immers in het zand te doen bijten. In dit verband willen wij komaf maken met de mythe dat de politie niet ter plaatse komt bij ongevallen waarbij er enkel materiële schade is. Een verkeersongeval is en blijft een misdrijf waarbij eenieder het recht heeft aangifte te doen bij de politiediensten. Zij kunnen hun tussenkomst gewoonweg op geen enkele wettelijke grondslag weigeren.


Mr. Jan SWENNEN