De nieuwigheden in de wegcode.

Dit jaar verschenen in het Staatsblad een hele reeks belangrijke wijzigingen in het verkeersreglement. Een deel van de wijzigingen is reeds in werking, een ander deel treedt in werking op 1 juni 2003, in november 2003 en op 1 januari 2004.

Vooral de betere bescherming van de zwakke weggebruiker was voor de wetgever belangrijk.


Hieronder volgt een samenvatting van enkele komende nieuwigheden.

Voor meer uitleg kunt U bij uw advocaat terecht.

Wijzigingen in voege vanaf 1 januari 2003

Art. 12.3.1 (voorrang van rechts)

De bepaling "Elke bestuurder moet voorrang verlenen aan de van rechts komende bestuurder" werd aangepast als volgt : "Elke bestuurder moet voorrang verlenen aan de bestuurder die op een regelmatige manier van rechts komt".

Dit is een belangrijke wijziging van de voorrangsregel. Elke bestuurder dient nog steeds voorrang te verlenen aan de bestuurder die van rechts komt doch enkel wanneer dit op een regelmatige manier gebeurd. Waar vroeger de voorrangsregel algemeen was en gold over de gehele breedte van de rijweg, wordt dit nu ingrijpend gewijzigd. De bestuurder die uit een verboden richting komt, komt zeker niet op een regelmatige manier van rechts en geniet dus geen voorrang van rechts meer.

B.v. een bestuurder die aan de verkeerde kant van de weg komt gereden, zou in principe niet meer op een regelmatige manier van rechts komen en dus geen beroep meer kunnen doen op zijn voorrangsrecht. Het Hof van Cassatie oordeelde tot nu toewanneer de bestuurder die van rechts komt geen onvoorzienbare hindernis is, de voorrangsplicht blijft bestaan. M.a.w. als men een voorrangsweg oprijdt en men kan voorzien dat er een bestuurder van links of van rechts kan komen, de voorrangsplicht in se blijft bestaan. Dit zal ongetwijfeld nog voor tal van discussies gaan zorgen.

Wijzigingen in werking vanaf 31 maart 2003


- Invoering nieuw model van parkeerschijf.
Het gebruik van de parkeerschijf kan mits een aangepaste signalisatie in duur beperkt of verlengd worden. In principe geldt een maximum duur van twee uur tussen 9 en 18 uur op werkdagen.

- Alle nieuwe autocars die vanaf 31 maart 2003 worden ingeschreven zullen moeten uitgerust zijn met veiligheidsgordels, dit ten gevolge van de vele dodelijke ongevallen met autocars.


Wijzigingen in voege vanaf 1 januari 2004

1. Snelheid (artikel 10) :

Elke bestuurder moet voortaan zijn snelheid regelen zoals vereist wegens de aanwezigheid van andere weggebruikers, in het bijzonder de meest kwetsbaren, de weersomstandigheden, de plaatsgesteldheid, haar belemmering, de verkeersdichtheid, het zicht, de staat van de weg, de staat en de lading van zijn voertuig. Zijn snelheid mag geen oorzaak zijn van ongevallen, noch het verkeer hinderen.

De in de tekst onderlijnde aanvulling van het vroegere artikel 10 brengt het principe van de leefbaarheid en het gedeeld gebruik van de openbare weg in de praktijk door elke bestuurder te verplichten rekening te houden met de andere weggebruikers en in het bijzonder aandachtig te zijn ten aanzien van de zwakke weggebruikers.

2. Manoeuvres (art. 12.4) :

Wordt voortaan ook als manoeuvre beschouwd : een gedeelte van de openbare weg oversteken dat niet voor hem is voorbehouden, zoals een trottoir dat de rijbaan oversteekt, een fietspad.

3. Inhaalverbod (art. 17) :

Voortaan is het niet alleen verboden een voertuig in te halen dat stopt voor een oversteekplaats voor voetgangers of voor een oversteekplaats voor fietsers en bromfietsers, maar ook zo'n oversteekplaats nadert (art. 17.5?).

Het inhaalverbod bij de nadering van een oversteekplaats geldt wanneer het inhaalmanoeuvre niet volledig kan worden beëindigd vooraleer het inhalend voertuig bij de oversteekplaats aankomt.

4. Richtingverandering (art. 19.2.1?) :

Het oprijden van een rotonde wordt voortaan beschouwd als een richtingverandering waarbij de richtingaanwijzers niet moeten gebruikt worden.
Bij het verlaten van een rotonde moeten de richtingaanwijzers wél gebruikt worden.

5. Gedrag van de bestuurders tegenover voetgangers (art. 40) :

a) De verplichting tot dubbele voorzichtigheid wordt ingevoerd ten aanzien van personen met een handicap die een voertuig besturen dat zijzelf voortbewegen of dat uitgerust is met een elektrische motor waarmee niet sneller dan stapvoets kan gereden worden (rolstoelen).
Bestuurders moeten vertragen en zo nodig stoppen (art. 40.2).

b) Wanneer een bestuurder rijdt aan de kant van een halteplaats voor voertuigen van geregelde diensten van openbaar vervoer waar het in- of uitstappen gebeurt, moet hij stoppen om het in- en uitstappen mogelijk te maken en mag hij slechts opnieuw vertrekken met matige snelheid (art. 40.3.2).

c) Indien een voetganger zich op een reglementaire manier op de rijbaan bevindt, moet de bestuurder een zijdelingse afstand laten van ten minste één meter tussen zijn voertuig en de voetganger.

Indien deze afstand niet nageleefd kan worden, mag de bestuurder slechts stapvoets rijden en zo nodig moet hij stoppen (art. 40.7).


Kurt SMETS