Europa en de slechte betalers van handelstransacties

De Europese richtlijn van 29.6.2000 betreffende de bestrijding van betalingsachterstanden bij handelstransacties is nog weinig bekend.

Men mag zich verwachten aan wetgevend werk in Belgi? om te voldoen aan de bepalingen van de richtlijn.

Uit de inhoud in van de richtlijn blijkt dat deze tot doel heeft de partijen aan te zetten om hun geldschulden tijdig te voldoen.

Uit het toepassingsgebied van de richtlijn blijkt dat deze betrekking heeft op elke betaling van handelstransacties.

Dit zijn alle geldschulden aangegaan in het raam van een zelfstandige, economische of beroepsmatige activiteit, met inbegrip van de vrije beroepen en de overheidsinstanties.

De geldschuld valt enkel onder de richtlijn indien ze tegenprestatie uitmaakt voor het leveren van goederen of diensten in de professionele sfeer.

De richtlijn bepaalt dat er maatregelen moeten genomen worden om de betalingsachterstand in te dijken.

Indien partijen geen betalingstermijn hebben afgesproken wordt die termijn vastgesteld op 30 dagen.

Volgens de richtlijn begint ook de moratoire intrest van rechtswege te lopen vanaf het moment dat de betalingstermijn is verstreken zonder dat een ingebrekestelling vereist is.

Om betalingsachterstanden tegen te gaan wordt voorzien in een hogere rentevoet voor de moratoire intrest.

Deze moet tenminste 7 % meer bedragen dan de rentevoet van de Europese Centrale Bank, wat op dit ogenblik zou neerkomen op tenminste 10,25 %.

In de richtlijn is ook voorzien dat men als schuldeiser aanspraak kan maken op een redelijke schadeloosstelling voor alle relevante invorderingskosten.

De lidstaten kunnen echter een maximumbedrag vastleggen.

Dit is vernieuwend vermits tot op dit ogenblik de rechtsinstanties invorderingskosten meestal afwijzen als deel van de schuldvordering.

Op procesrechtelijk vlak is men in de richtlijn van mening dat het procesverloop binnen de lidstaten versneld moet worden.

De lidstaten moeten er voor zorgen dat bij een niet betwiste schuld de schuldeiser binnen een termijn van 90 dagen een uitvoerbare titel kan verkrijgen.

Deze richtlijn moet in het interne recht zijn omgezet tegen 2 augustus 2002.

Het is bevreemdend te moeten vaststellen dat wetgevende initiatieven omtrent deze richtlijn in Belgiƫ geen vooruitgang boeken.

Wij volgen de wetgevende initiatieven op de voet om U tijdig te kunnen informeren.



Arne Van der Graesen