Autonome werkstraf in Correctionele en Politiezaken.

Een nieuwigheid op wetgevend gebied is "de autonome werkstraf".

De wet trad in werking op 07.05.2002.

Aan de hand van de richtlijnen die in dat verband door het Ministerie van Justitie zijn uitgevaardigd kunnen wij U precies informeren.

De wet voorziet in de mogelijkheid een autonome werkstraf als correctionele of politiestraf op te leggen. Deze nieuwigheid is terug te vinden in het Strafwetboek.

Belangrijk is dat voor de toekenning van de autonome werkstraf de wettelijke beperkingen van de probatiewet niet van toepassing zijn.

Indien de beklaagde m.a.w. reeds veroordeeld werd tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan 12 maanden komt hij nog steeds in aanmerking komt voor de toekenning van een autonome werkstraf.

Door de wijziging van het strafwetboek is voorzien dat zowel in correctionele zaken als in politiezaken de rechter een werkstraf kan opleggen. De werkstraf kan dus nooit samen toegepast worden met een gevangenisstraf.

De werkstraf mag niet worden uitgesproken in zaken die betrekking hebben op gijzeling, verkrachting (dus niet aanranding eerbaarheid), bederf van jeugd en jeugdprostitutie, openbare schending van goede zeden of doodslag en indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen . Uiteraard komen zaken die berecht worden door het Hof van Assisen niet in aanmerking voor de autonome werkstraf.

De duur van de werkstraf bedraagt minstens 20 uur en hoogstens 300 uur. Een werkstraf van 45 uren of minder is een politiestraf. Een werkstraf van meer dan 45 uur is een correctionele straf .

De rechtbank voorziet in een gevangenisstraf of in een geldboete die van toepassing kan worden ingeval de werkstraf niet of slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd.

De rechtbank spreekt de werkstraf slechts uit ingeval de beklaagde ter terechtzitting aanwezig is of vertegenwoordigd is door zijn raadsman en nadat hij, hetzij in persoon, hetzij via zijn raadsman, zijn instemming heeft gegeven.

De rechtbank die niet ingaat op de vraag tot het opleggen van een werkstraf moet zijn beslissing hiertoe motiveren.

Aangezien de werkstraf voortaan een autonome straf is kan zij worden uitgesproken met opschorting van veroordeling of een uitstel van tenuitvoerlegging. Hieraan kunnen eveneens probatievoorwaarden worden gekoppeld.

De wet stelt verder dat de rechtbank de duur van de werkstraf bepaalt en aanwijzingen kan geven omtrent de concrete invulling van de werkstraf.

De veroordeelde verricht de werkstraf kosteloos tijdens de vrije tijd waarover hij naast zijn eventuele school - of beroepsactiviteiten beschikt.

De werkstraf mag uitsluitend worden verricht bij openbare diensten van de staat, de gemeenten, de provincies, de gemeenschappen en de gewesten, dan wel bij VZW's of bij stichtingen met sociaal, wetenschappelijk of cultureel oogmerk. De werkstraf mag niet bestaan uit een activiteit die, in de aangewezen overheidsdienst of vereniging, doorgaans door bezoldigde werknemers wordt verricht.

Ieder Justitiehuis stelt maandelijks een verslag op over het aanbod van de beschikbare plaatsen in het arrondissement waar de werkstraf wordt verricht.

Aangezien de wet voorziet dat de rechtbank aanwijzingen kan geven omtrent de concrete invulling van de werkstraf behoort het tot de voorbereiding van de verdediging de rechtbank de concrete invulling van de werkstraf aan te reiken.

Wanneer aan de rechtbanken maandelijks lijsten ter beschikking worden gesteld van het aanbod van de beschikbare plaatsen lijkt het niet onmogelijk dat de rechtbanken de werkstraf precies zullen omschrijven.

De justitieassistenten volgen de veroordeelde tot de werkstraf op. Op de tenuitvoerlegging van de werkstraf wordt evenwel toegezien door de probatiecommissie waaraan de justitieassistent rapporteert.

Wanneer de werkstraf niet of slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd wordt dit gemeld door de justitieassistent aan de probatiecommissie die de betrokkene en zijn raadsman oproept waarna het dossier ter inzage is, de probatiecommissie nadien zitting houdt (zonder openbaar ministerie) en waarbij zij een verslag opstelt met het oog op de toepassing van de vervangende straf.

Het O.M. kan dan beslissen de in de rechterlijke beslissing voorziene gevangenisstraf of geldboete uit te voeren waarbij rekening wordt gehouden met de werkstraf die reeds door de veroordeelde is uitgevoerd. De wet bepaalt niet op welke wijze betwistingen in de tenuitvoerstelling van de vervangende straf moeten worden beslecht. Wij stellen ons wel vragen omtrent de uitvoering van de vervangende straf aangezien gevangenisstraffen van minder dan 4 maanden niet worden uitgevoerd en vervangende geldboeten niet meer worden geïnd.



Jan Swennen