Cameracontrole door de werkgever.

Kenmerkend voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst is dat de werknemer arbeid moet verrichten onder gezag van de werkgever. Deze gezagsuitoefening houdt vanzelfsprekend het recht op controle in.

Niemand zal betwisten dat de werkgever het recht heeft te controleren of zijn werknemers de hun opgedragen taken uitvoeren volgens de richtlijnen van de werkgever, en of de werknemers zich niet bezig houden met niet toegelaten activiteiten. Deze controlebevoegdheid is evenwel niet onbeperkt.

Elk individu beschikt over het grondrecht van de bescherming van zijn privacy (ook genoemd privé-leven of persoonlijke levenssfeer). Het recht op privacy is een grondrecht, dat ondermeer zijn weerslag vindt in een aantal internationale verdragen, maar ook in de Belgische Grondwet.

In dit artikel wordt nader ingegaan op de vraag of een werkgever controle mag uitoefenen via camerabewaking en of dit geen inbreuk uitmaakt op de privacy van de gecontroleerde werknemers.

Op 16.06.1998 heeft de Nationale Arbeidsraad een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers t.o.v. de camerabewaking op de arbeidsplaats. Deze C.A.O. is algemeen bindend verklaard bij K.B. van 20.09.1998.

Artikel 2 van de C.A.O. nr. 68 omschrijft het begrip "camerabewaking" als :

"Elk bewakingssysteem met één of meer camera's dat er toe strekt om bepaalde plaatsen of activiteiten op de arbeidsplaats te bewaken vanuit een punt dat zich geografisch op een afstand van die plaatsen of activiteiten bevindt met of zonder het oog op bewaring van de beeldgegevens die het inzamelt en overbrengt."

Camerabewaking op de arbeidsplaats is slechts toegelaten voor het nastreven van:

1. de veiligheid en gezondheid;

2. de bescherming van de goederen van de onderneming;

3. de controle van het productieproces;

4. de controle van de arbeid van de werknemer.


De werkgever moet het doel waarvoor hij camerabewaking wenst te gebruiken duidelijk en expliciet omschrijven, en mag de bewaking niet aanwenden op een wijze die onverenigbaar is met het uitdrukkelijk omschreven doel.

Camerabewaking mag voortdurend zijn in zover zij de veiligheid en de gezondheid beoogt, de bescherming van de goederen van de onderneming of de controle van het productieproces m.b.t. de machines.

Zij mag enkel tijdelijk zijn om de controle van het productieproces m.b.t. de werknemers of de controle van de arbeid van de werknemers te controleren (dit betekent dat een camera wel vast mag geïnstalleerd worden, doch niet permanent gebruikt).

De C.A.O. bepaalt in expliciete bewoordingen dat er in principe geen inmenging mag zijn in de persoonlijke levenssfeer van de werknemer, en wanneer dit toch nodig is, dat zulks tot een minimum moet worden beperkt.

Vooraleer camerabewaking in de onderneming in te voeren, moet een informatie- en consultatieprocedure worden gevolgd.

Voorafgaandelijk en bij het opstarten van de camerabewaking moet de werkgever informatie verschaffen over alle aspecten van de camerabewaking.

De informatie van de werkgever moet minstens gaan over het nagestreefde doeleinde, het feit of de beeldgegevens al dan niet worden bewaard, het aantal en de plaatsing van de camera's, alsmede de betrokken periode of perioden gedurende dewelke de camera's zullen functioneren.

Wanneer de camerabewaking de controle van de arbeidsprestaties tot doel heeft, meer bepaald de meting en de controle met het oog op het bepalen van het loon, of indien de camerabewaking implicaties heeft ten aanzien van de rechten en verplichtingen van het toezichthoudend personeel, moet de werkgever de vereiste informatie verschaffen in het kader van de procedure bepaald bij artikel 11 en verdere van de wet van 8.4.1965 betreffende de arbeidsreglementen. (wijziging arbeidsreglement)

Indien de camerabewaking ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van de werknemers, voorziet de C.A.O. een bijzondere procedure van raadpleging en worden strengere vereisten opgelegd.

De werkgever moet de verkregen beelden te goeder trouw gebruiken en in overeenstemming met het meegedeelde doeleinde.

Indien de arbeid van de werknemers via camerabewaking wordt gecontroleerd, mag dit niet tot gevolg hebben dat beslissingen en beoordelingen door de werkgever m.b.t. de werknemer enkel gebaseerd worden op de gegevens die via de camerabewaking verkregen worden.

M.b.t. de bewaring van de beelden voorziet artikel 14 van de C.A.O. dat de werknemers de beschermingsmaatregelen zoals zij nader omschreven zijn in de wet Verwerking Personengegevens van 8.12.1992 (Privacy wet) kunnen inroepen.

De overtreding door een werkgever van de bepalingen van deze C.A.O. worden gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 1 maand en/of een geldboete van 5.200 BEF tot 10.000 BEF

De C.A.O. nr. 68 lost niet het probleem op van de plaatsing van "verborgen" camera's door de werkgever met het oog op controle van zijn werknemers.

Op basis van de C.A.O. nr. 68 zou kunnen gesteld worden dat verborgen camera's verboden zijn, aangezien artikel 9 van de C.A.O. immers uitdrukkelijk een informatieverplichting oplegt aan de werkgever, derwijze dat de werknemers steeds moeten geïnformeerd worden over de plaatsing van camera's en de doeleinden die er mee worden nagestreefd.

Op basis van deze bepaling zou men aldus kunnen zeggen dat de plaatsing van camera's zonder voorafgaandelijke kennisgeving aan de werknemers verboden is.

In een recent arrest van 27.02.2001 heeft het Hof van Cassatie evenwel het gebruik van een verborgen camera door de werkgever als geoorloofd aanvaard en gesteld dat dit geen inbreuk uitmaakte op de privacy wanneer deze camera niet aangekondigd geplaatst werd door de werkgever in de voor het publiek toegankelijke winkelruimte op grond van een gewettigd vermoeden van betrokkenheid van zijn werknemer bij diefstal met als uiteindelijk doel aangifte te kunnen doen bij de overheid.

Het Hof van Cassatie oordeelde dat het voorkomen of vaststellen van ten zijnen nadele gepleegde misdrijven voor de werkgever een gerechtvaardigd doeleinde is om een inmenging te plegen in de privacy van de werknemer.

Voor zover het gebruik van een geheime camera tot doel had aangifte van de feiten te kunnen doen bij de overheid, oordeelde het Hof de genomen maatregel toereikend, terzake dienend en niet overmatig om het gerechtvaardigd belang (aangifte van de feiten bij de overheid) te bereiken.

Deze uitspraak betekent evenwel niet dat het gebruik van een verborgen camera nu zonder meer toegelaten is. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden zal deze praktijk geduld worden. Ingeval van twijfel of camera's bij u in de werkplaats mogen geïnstalleerd worden, blijkt het geraadzaam uw raadsman de zaak te laten onderzoeken en om advies te vragen.




Karel CAERS