Een kennismaking met de regeling omtrent geesteszieken in het Belgisch recht

Hoe hoger de hekken, hoe gekker de gekken

Iedereen zal al hebben meegemaakt dat een persoon uit de naaste omgeving een ernstige bedreiging gaat vormen voor eigen gezondheid en veiligheid en voor het leven en de integriteit van zijn omgeving. In de volksmond worden deze mensen vaak als "krankzinnigen" bestempeld maar de wetgeving spreekt in minder pejoratieve termen van "geesteszieken".

Vaak escaleren de situaties zodanig dat een tussenkomst van het bevoegde Vredegerecht (van de woonplaats, van de verblijfplaats met permanentie of van de plaats waar de zieke zich bevindt) vereist is om ten aanzien van deze persoon adequate beschermingsmaatregelen te nemen, zoals onder meer de opname in een instelling ter observatie.

a) Welke regeling is van toepassing op deze beschermingsmaatregelen en wanneer zijn deze van toepassing ?

Indien men met een dergelijke problematiek wordt geconfronteerd bieden de wetten van 26.06.1990 & 18.07.1991 een specifieke regeling met tussenkomst van de Vrederechter voor de persoon van de "geesteszieke" en die in belangrijke mate gericht is op zijn behandeling en bescherming.

Er zijn drie voorwaarden om de beschermingsmaatregelen van de wet toe te kunnen passen:

1. de betrokkene moet geestesziek zijn
2. een andere geschikte behandeling ontbreekt
3. de toestand vereist een beschermingsmaatregel omdat de betrokkene zijn eigen gezondheid en veiligheid in gevaar brengt of omdat de betrokkene een ernstige bedreiging vormt voor leven en integriteit van anderen.

Het is belangrijk om weten wanneer iemand als "geestesziek" kan worden beschouwd aangezien men toch een aantal ingrijpende - zelfs vrijheidsberovende - maatregelen kan nemen opzichtens een persoon zodat omzichtigheid en strikte toepassing derhalve geboden is.

Het dient immers te gaan om een ernstige vorm van geestesziekte.

Zo zijn eenvoudige seniliteit of andere lichte vormen van geestesstoornis die van tijdelijke aard kunnen zijn niet voldoende.

b) Welke concrete stappen kan een bezorgde betrokkene nemen met het oog op een dergelijke beschermingsmaatregel ?

Op de griffie van de Vredegerechten zijn meestal voorgedrukte formulieren beschikbaar houdende verzoekschrift "rechtspleging inzake bescherming van de persoon van de geesteszieke" dewelke door de bezorgde betrokkene worden ingevuld.

Naast dit verzoekschrift dient er eveneens een omstandig geneeskundig verslag te worden opgesteld door een psychiater of geneesheer (omnipracticus of specialist) waaruit de probleemsituatie blijkt. De geesteszieke dient 15 dagen voor het opstellen van dit verslag effectief onderzocht te zijn door de dokter en gegevens verstrekt door derden of uit eerdere onderzoeken zijn niet voldoende.

c) Wie kan zo'n verzoekschrift samen met het geneeskundig verslag nu neerleggen ter griffie van het Vredegerecht ?

Iedere belanghebbende kan dit doen op voorwaarde dat de graad van verwantschap en de aard van de betrekkingen tussen verzoeker en te plaatsen persoon worden aangegeven. Zo kunnen onder andere familieleden, huiseigenaar, buur, een maatschappelijk werker, een werkgever, de behandelende geneesheer, de Procureur des Konings... een verzoekschrift indienen.

d) Hoe verloopt nu zo'n procedure en wat zijn de mogelijke maatregelen die kunnen worden genomen ten aanzien van een te plaatsen persoon ?

De griffier geeft aan de zieke binnen 24 uur na de indiening van het verzoekschrift met verslag per gerechtsbrief kennis van plaats, dag en uur van het bezoek aan de zieke en de zitting in raadkamer op het Vredegerecht.

Intussen wordt er ambtshalve een advocaat aangesteld door het Bureau van Juridische Bijstand van de betrokken Balie die de belangen van de geesteszieke zal verdedigen maar de zieke is gerechtigd een andere raadsman te kiezen alsmede een vertrouwenspersoon.

De Vrederechter bezoekt de zieke op de plaats waar hij zich bevindt en zal iedereen horen die hij dienstig acht in aanwezigheid van de zieke. (dokters, psychiaters, politiediensten, O.C.M.W 's ...)

Er kunnen dan verschillende beslissingen volgen na behandeling van het dossier in raadkamer op het Vredegerecht.

Ten eerste kan de betrokkene bereid zijn om zich vrijwillig te laten opnemen waarbij derhalve geen gedwongen opname (collocatie) vereist is. Bijvoorbeeld wanneer een persoon zijn drankprobleem erkent en zich vrijwillig wil laten opnemen in een gespecialiseerd instelling voor ontwenning.

Ten tweede kan de Vrederechter een vonnis maken, binnen 10 dagen na indienen van het verzoekschrift.

De Vrederechter kan het verzoek tot gedwongen opname inwilligen waarbij hij de psychiatrische instelling aanwijst waarin de zieke ter observatie wordt opgenomen voor een periode van maximaal 40 dagen vanaf de effectieve opname.

Een vervroegde be?indiging van de opname is mogelijk op initiatief van de Vrederechter (op verzoek van de zieke of belanghebbende na advies van de geneesheer-diensthoofd), de procureur des Konings en de geneesheer-diensthoofd (bij verslag aan de zieke en directeur van de instelling).

Indien de situatie van de betrokkene niet verbeterd is in de observatieperiode en de toestand een verder verblijf in de instelling vereist, is in een specifieke procedure voorzien waarvan het initiatief bij de geneesheer - diensthoofd van de instelling rust. De Vrederechter zal hier eveneens over beslissen en het verder verblijf is maximaal twee jaar.


e) Wat indien de toestand dermate dringend is dat de procedure van 10 dagen voor de Vrederechter te lang zal uitvallen ?

In spoedeisende gevallen is de Procureur des Konings bevoegd om de observatie te bevelen op schriftelijk verzoek van de belanghebbenden en op basis van een geneeskundig verslag dat de hoogdringendheid van de situatie aangeeft.

De Procureur geeft binnen 24 uur kennis van zijn beslissing aan de Vrederechter die dan de hierboven geschetste procedure aanvat en de opgelegde maatregel al dan niet zal bevestigen.
Bij gebreke aan kennisgeving door de Procureur aan de Vrederechter vervalt de maatregel.

Uit het voorgaande blijkt dat de gehele procedure een kluwen van voorschriften, regels en termijnen betreft waarvoor de bijstand of het advies van een advocaat een welgekomen hulp kan zijn.

Pieter VANDERGRAESEN.